JOOST VAN DEN VONDEL:

Uit: GEBOORTEKLOK van PRINCE WILLEM II.

Zij stemden al-te-maal, met handgeklap en wenschen.

De Faam in 's Gravenhaag drong door tot alle menschen,

En sloeg de ruime lucht met brommend klokgeluid,

En lokte Melkerbuur en schrander Elsken uit;

Die kwamen in het Hof de moeder zalig roemen,

En offerden het kind goudgele boterbloemen,

En room, en schapewei, en uchtendversche melk,

En nog een' pijpkan, daar, tot verwondering van elk,

Een waterlandsche deerne in scheen, met luid geschater,

Te lachen, zoo ze zag een zwarte kop te water

Uitsteken, tusschen twee uitstekenden armen, als

Van uit een mellekschuit, hij, over hoofd en hals,

Gesneuveld was in 't diep, heel ongereed tot weêrstand.

De boerman, met een' haak, die dreigt hem van den meerkant;

Wiens blaauwe toppershoed waait over 't groene veld.

De Spanjaart zingt genade, en looft vast macht en geld.

Oranje loofwerk hangt met appelen geladen,

En ciert den hals omhoog met krunkelende bladen.

Na dat het boersche paar, eerst schaamzaam om de pracht,

't Nieuwboren kind, 'twelk hun uit joffers schoot toelacht,

Met gaven had vereerd, neemt melleker een' hallem,

En zeît: „dat is u voor!” waarop met zoeten gallem,

Zijn' vrijster rustig volgt, en op dees' wijze stemt:

„Al 't onweêr is verzacht, de buyen zijn getemd.

Ons dorp zijn adem haalt, de landliê zich verblijen;

Prins Willem brengt ons weêr te voorschijn d' oude tijen.

't Is bruiloft in de weî: 't is boter tot den boôm.

De koe is klaverkiesch; de Hemel druppelt room.

Ons' fuiken zijn vol visch, dat merkt men aan 't gespartel;

De leeuwerk kwinkeleert; ons' kalvers springen dartel,

't Is vrede in onze buurt; geen mensch benijdt een aâr.

Men brandmerkt niemant meer voor schelm, voor landverraâr.

Geen Schouten en beslaan de rijmers meer in boeten.

Deze edele Princes kan allen druk verzoeten.

Het wichtje lacht, en zij wordt nimmer lachens moê.

Zoo, kleene zoete knaap! zoo, Willem! ga vrij toe,

Verzacht met lach op lach de zorgen uwer moeder,

Terwijl uw vader leît te velde, als 's lands behoeder.

* * * * *

Jan, Jannetje en hun jongste kind—Het Rijksmuseum met inleiding en aanteekeningen van L.S. en vier-en-veertig afbeeldingen · 第 41 / 62 题