[1] Çakuntalâ of het Herkenningsteeken. Indisch tooneelspel in 7
Bedrijven van Kâlidâsa. Uit het Sanskriet vertaald door Dr. H. Kern.
Haarlem 1862.
[2] Danseres en Koning. Mâlavikâ en Agnimitra. Tooneelstuk van
Kâlidâsa. Uit het Sanskrĕt vertaald door Dr. J. van der Vliet. Haarlem
1882.
[3] Voor uitvoeriger inlichting raadplege men:
H. H. Wilson. Hindu Theatre (3d Edition, London, 1871).
Sylvain Lévi. Le Théatre indien (Paris, 1890).
Leopold von Schröder. Indiens Literatur und Cultur (Leipzig 1887).
Vorlesung 41–45.
Ernst Windisch. Der griechische Einfluss im indischen Drama (Abhandl.
des 5ten Orientalisten-Congresses, gehalten zu Berlin im Sept. 1881).
[4] H. Th.3 I, p. 9; zie ook Windisch gr. Einfl. p. 39–40.
[5] Zoo door Wilson, H. Tb.3 I, 5–9; Windisch gr. Einfl. p. 12 en Dr.
Camillo Kellner. Einleitende Bemerkungen zu dem indischen Drama
„Mṛicchakaṭikâ”. p. 2–3.
[6] Gött. Gel. Anz. (1883). p. 1229 vlg.
[7] Met deze opvatting vereenigt zich L. v. Schröder. Ind. L. u. C. p.
607–608.
[8] Zie echter: Sylvain Lévi. Théatre indien. p. 196–208.
[9] In de Inleiding tot „Rudrata’s Çṛn̄gâratilaka and Ruyyaka’s
Sahṛdayalîlâ” (Kiel 1886) p. 16 vlg.
[10] Van dit werk (uitgeg. door Wilson in 1846 en door Georg Bühler en
Peter Peterson, Bombay Sanskrit Series No. X & XLII, in 1873 en 1891)
vindt men twee stukken, vertaald door P. A. S. van Limburg Brouwer, in
de Gids van 1867 (III, 211) en van 1868 (III, 217) onder den titel: „De
avonturen van een Indisch edelman” en „Eene schoonheidskuur”.
[11] Ind. L. u. C. p. 629.
[12] In het Vorwort van zijn Mṛcchakaṭikâ-vertaling, p. II.
[13] In deze bewerking werd het stuk in den winter van 1895 door het
gezelschap „L’Œuvre” te Parijs en ook te Amsterdam ten tooneele
gebracht.
[14] Bij Kellner geeft de Vidûshaka zijn hart lucht door uitroepen als:
„Haha, kuriose Geschichte das!” (p. 89) of „Potz Tausend” (p. 91); de
Cândâla’s spreken plat-Duitsch; Vasantasenâ heet „das gnädige Fräulein”
(p. 120).
[15] Naar deze tooneelbewerking had in December 1893 in het Königl.
Schauspielhaus te Berlijn een opvoering plaats, die, naar ik van
ooggetuigen verneem, grooten bijval vond.
[16] Een lijst der mij bekende vertalingen der Mṛcchakaṭikâ met de
volledige titels vindt men onder „Aanteekeningen”.
[17] Ook door Dr. H. Kern en door Dr. J. van der Vliet werd in hunne
vertalingen het verschil tusschen proza en poëzie behouden; in de
Çakuntalâ-vertaling van Dr. Kern vindt men ook op enkele plaatsen
navolgingen van Indische metra. Over mijn behandeling dier metra zie
men overigens onder „Aanteekeningen”.
[18] De beide vroegere Calcutta-edities zijn van de jaren 1829 en 1876.
Bovendien werd nog in 1896 de Mṛcchakaṭikâ met de Commentaren van Lallâ
Dîkshita en Pṛthivîdhara te Bombay uitgegeven door Nârâyana Bâlakṛshna
Godabole.
[19] Naar Noten wordt met *, naar Aanteekeningen met † verwezen.