Rechter.
Dat is dus Cârudatta.
Met oogen, breed tot in de hoeken, van neus verheven,
Is dit gelaat geen vat van zonden, die reden missen.†
Bij koeien, olifanten, paarden en ook bij menschen
Verloochent ’t uiterlijk den aard niet, daaraan gelijkend.
Cârudatta.
Den rechters heil! En gij, beambten, gaat het U wèl?
Rechter (in verlegenheid).
UEd. zij welkom. Waarde bode, breng ZEd. een zetel.
Bode (een zetel brengend).