Karnapûraka, hier hebt ge een belooning. (Reikt hem een sieraad.)

Karnapûraka.

Nu staat de mantel de Jonkvrouw eerst recht goed.

Vasantasenâ.

Karnapûraka, waar is de edele Cârudatta op dit oogenblik?

Karnapûraka.

Langs dezen zelfden weg is hij naar huis teruggekeerd.

Vasantasenâ.

Meisje, laten we op het hoogste terras gaan en naar den edelen

Cârudatta uitzien. (Allen af.)

Aldus in „Het leemen Wagentje”

het tweede Bedrijf,

„De Wrijfmeester

als Speler”

genaamd.

Het leemen wagentje: Indisch tooneelspel uit Sanskṛt en Prākṛt in het Nederlandsch vertaald · 第 49 / 131 题