Slavin (opkomend).
Door haar moeder ben ik tot de Jonkvrouw gezonden met een boodschap.
Laat ik dus binnengaan en mij tot de Jonkvrouw begeven. (Gaat het
tooneel rond en ziet om zich heen.) Daar zit de Jonkvrouw, in haar hart
iets bepeinzend. Laat ik nader gaan.
(Dan wordt, op een zetel zittend, Vasantasenâ zichtbaar, vol smachtend
verlangen, met Madanikâ.)
Vasantasenâ.
Meisje, en toen?
Madanikâ.
Jonkvrouw, ik zeg† niets. Wat beteekent dat „En toen”?
Vasantasenâ.
Wat heb ik gezegd?
Madanikâ.
„En toen.”
Vasantasenâ (de wenkbrauwen fronsend).
Ah, zoo is het.
Vorige slavin (nader komend).
Jonkvrouw, uw moeder gelast U: „Wanneer ge gebaad hebt, moet ge den
goden eer bewijzen.”
Vasantasenâ.
Meisje, meld mijn moeder: „Heden zal ik niet baden, laat dus een
Brahmaan de vereering volbrengen.”
Slavin.