Geachte Vasantasenâ, hier is uw huis; wil binnentreden.*

(Vasantasenâ ziet hem aan met verliefden blik en treedt af.)

Cârudatta.

Vriend, Vasantasenâ is gegaan. Komaan dan, laten we naar huis

terugkeeren;

Want de heirweg is verlaten

en de stadswachters zwerven rond;

Hoeden wij ons voor misduiding,*

want vol van boosheid is de Nacht.

(Gaat het tooneel rond.) Dit goudkistje moet gij des nachts bewaren en

Vardhamânaka over dag.

Vidûshaka.

Het leemen wagentje: Indisch tooneelspel uit Sanskṛt en Prākṛt in het Nederlandsch vertaald · 第 38 / 131 题