Tooneelleider (rondloopend).
O menschen! hoe moet ik nu toch in het rijke Ujjayinî* een Brahmaan
vinden, die bij lieden van onze soort past! (Rondziende.) Daar komt
Cârudatta’s vriend Maitreya juist hierheen. Kom, ik zal het hem eens
vragen. Edele Maitreya, wilt gij in ons huis voorgaan met eten?
Stem achter het tooneel.
Noodig een anderen Brahmaan; ik ben vandaag bezet.
Tooneelleider.
Edele, er is smakelijke spijs en geen mededinger; en ge zult ook een
offerloon hebben.
Weer achter het tooneel.
Wel, daar ge nu reeds de eerste maal zijt afgewezen, wat is dat nu voor
een hardnekkigheid van U, om telkens op mij terug te komen!
Tooneelleider.
Ik ben door hem afgewezen. Kom, ik zal een anderen Brahmaan
uitnoodigen. (Af.)