Nadat dit alles verzorgd was, nadat Charly nog eens had nagegaan of de

voortreffelijke Winchester-repeteergeweren, de revolvers, de dunne maar

warme dekens van dons, de sextanten en verrekijkers, de blikjes met

verduurzaamde levensmiddelen, de lichte, maar ondoordringbare

zesmanstent en alle andere zaken aanwezig waren, werden de kisten op de

auto geladen en de drie mannen vertrokken. Het huis achterlatend in de

hoede van den grijzen kamerbediende van Lord Aberdeen, den trouwen

Gaston.

Binnen anderhalf uur had de auto Hendon bereikt, waar de drie mannen de

lunch gebruikten en daarop reed de auto het vliegterrein op, en

regelrecht naar de loods van plaatijzer, waar de vliegmachine van

Raffles veilig stond opgeborgen.

De auto werd op haar beurt gestald, nadat de metalen koffers waren

afgeladen, benevens de kisten met levensmiddelen, en hierop opende

Raffles zelf met behulp van zijn sleutel de breede vleugeldeuren van de

loods, welke zelfs Henderson eenige moeite had op haar hengsels te doen

draaien.

De drie mannen rolden den „Duivel der lucht” naar buiten.

Het was een zeer sierlijk toestel, met vleugels, gelijkend op die van

een libel, een vierbladige schroef en een voortreffelijk veerend

onderstel, hetgeen de landing, zelfs op ongelijk terrein mogelijk

maakte.

En zoo fijn en tenger zag deze mechanische vogel er uit, dat niemand op

het denkbeeld zou komen, dat in haar binnenste een geheimzinnige

machine verborgen was, in staat om meer dan vijftien honderd

paardekrachten op te leveren.

Achter en halverwege onder de draagvlakken bevond zich de kajuit, aan

weerszijden van drie ronde kijkramen voorzien als de patrijspoorten van

een schip en waarvan men het dak naar willekeur kon sluiten en

openschuiven, al naar de weersgesteldheid, de hoogte van het toestel

boven de aarde of de luchtstreek waarin het vertoefde, dit wenschelijk

of mogelijk maakte.

Het toestel had een glans als van dof gepolijst zilver en het kon door

de drie mannen zonder de minste moeite over het als een biljardlaken

zoo gladde veld worden voortbewogen.

Snel, voor zich al te veel nieuwsgierigen van het vliegkamp zich ter

plaatse konden bevinden, werd de bagage ingeladen, weggestouwd en

vastgezet, zoodat verschuiven onmogelijk was en daarop begaven de drie

mannen, nadat de deur van de loods weder gesloten was, zich aan boord

van het ranke vliegtuig.

Reeds voor zij vertrokken, hadden zij zich in hun vliegkleeding

gestoken, zoodat het vertrek snel kon plaats hebben.

Het had juist drie uur geslagen op de groote klok van het vliegterrein,

toen Raffles, die het eerst de machine zou besturen, een kleinen

hefboom overhaalde en daardoor de machine inschakelde.

De schroef begon aanstonds te draaien, eerst langzaam, toen hoe langer

hoe sneller. Het toestel schoof eenige meters vooruit, verhief zich met

een sierlijken zwaai van het grasveld en steeg trots en met oneindige

bevalligheid in de blauwe lucht omhoog.

De reis naar het Diamanteneiland had een aanvang genomen.

HOOFDSTUK IV.

REIS EN AANKOMST.

Raffles liet den duivel der lucht stijgen tot een hoogte van omstreeks

twee duizend meter en hij droeg zorg gedurende die stijging de snelheid

niet al te zeer op te drijven, daar hij er volstrekt niet verlangend

naar was, de vermogens van zijn vliegtuig noodeloos te verraden.

Groote spiralen beschrijvend steeg de machine op, en daarop zette

Raffles aanstonds koers naar het zuidwesten.

Daar hij voornemens was, in zuiver rechte lijn naar Para te vliegen,

moest hij het kanaal oversteken, dat binnen weinige minuten bereikt

was, en vervolgens een gedeelte van Frankrijk, waarbij de oorlogshaven

Brest een paar mijlen aan stuurboord bleef liggen.

Raffles stak de golf van Biskaje in haar volle breedte over en hield

aan op de Kaap Finisterre, welks uiterste puntje van Spanje nog voor

vier uur bereikt werd.

En toen de kust van Portugal uit het oog verdween, wisten de drie

mannen dat zij geen land meer zouden aanschouwen, voor zij Para hadden

bereikt, met uitzondering van het eiland Madera, dat zij een half uur

later aan den horizont zouden zien opdoemen als een groote, kleurige

ruiker, neergelegd op een ontzaglijke plaat van spiegelglas.

Op aarde was de temperatuur voor den tijd van het jaar buitengewoon

zacht geweest, maar op deze hoogte van vierduizend meter, waarop

Raffles de machine thans gebracht had, was de koude zeer voelbaar en de

drie mannen beklaagden er zich niet over dat zij zich in hun warme

pelzen hadden gestoken.

Onder de vliegmachine breidde thans de Atlantische Oceaan zich in zijn

onmetelijke pracht uit.

De zon goot haar stralen over de diep blauwe golven van deze zee, die

twee vaste landen van elkander scheidt, en hier en daar ontwaarden de

luchtreizigers groote zeeschepen, die echter door den afstand niet

grooter leken dan notendopjes.

De reizigers bevonden zich hier op een zeer druk bevaren gedeelte van

den Oceaan, want hier kruisten de routes elkander van Lissabon naar

Pernambuco, van Marseille naar Buenos Aires, van Bordeaux naar dezelfde

plaats, van Hamburg en Liverpool naar Para, van Marseille naar Dakar,

van Liverpool naar Madeira, van Cadix naar Havana, van Amsterdam naar

Paramaribo en nog zooveel andere stoomvaartlijnen, die langzamerhand

weder herleefden, nadat de gruwelijke wereldoorlog als het ware alle

handelsschepen met een enkelen slag van de zeeën had weggevaagd.

Somtijds zagen de drie mannen wel zes of zeven groote schepen tegelijk,

dikke, roetzwarte rookwolken uitbrakend, en alsof zij met elkander

wedijverden, de producten van vreemden bodem naar het eigen land te

voeren.

Inmiddels werkte de machine van den duivel der lucht met de

regelmatigheid van een uurwerk en daar men geen last had van de

oorverdoovende ontploffing van twee of zelfs vier benzinemotoren, werd

alleen het suizend geluid van de schroef vernomen.

Zien deed men er volstrekt niets van, zoo ongeloofelijk snel wentelde

zij rond.

Raffles had de snelheid reeds lang op haar maximum gebracht en gierend

als een stormwind, veel sneller dan de snelste albatros, sneller dan

een orkaan, stormde de ranke, mechanische vogel door het luchtruim.

Nu en dan wisselde Charly en Henderson, veilig verborgen achter den

opstaanden rand van het schuitje, eenige woorden met elkander.

„Wordt het niet bijna tijd voor het diner, mijnheer Brand,” vroeg

Henderson na eenigen tijd, terwijl hij zijn horloge raadpleegde.

„Volgens jouw horloge zeker wel,” antwoordde Charly Brand lachend,

„maar je loopt bijzonder voor.”

„Dat meent u toch zeker niet, mijnheer Brand,” riep Henderson

verontwaardigd uit, dat men iets kwaads durfde zeggen van zijn trouwen,

nikkelen knol, waarvan hij verklaarde dat het per jaar geen volle

minuut voorliep.

„Ik meen het in vollen ernst, Henderson. Volgens de plek, waar wij nu

zijn, moet je horloge verkeerd gaan.”

„Maar ik heb het vanmorgen pas opgewonden, mijnheer Brand en het

vergeleken met de klok van de St. Paulskerk,” riep Henderson uit.

„En juist omdat je horloge gelijk gaat met de klokken te Londen, vriend

James, daarom kan het onmogelijk gelijk gaan met de klokken onder onze

vliegmachine, verondersteld, dat die er zouden zijn.”

Henderson scheen nog niet overtuigd te zijn en schudde afkeurend het

hoofd, terwijl hij bromde:

„Daar begrijp ik volstrekt niets van, mijnheer Brand.”

„Dat zal ik je trachten duidelijk te maken, Henderson,” hernam Charly.

„Het is werkelijk minder ingewikkeld dan je denkt. Je hebt zeker wel

onthouden, nietwaar dat de afstand van Londen naar Para rond vijf

duizend kilometer bedraagt?”

„Zoo is het, mijnheer Brand.”

„Daar de vliegmachine vijf honderd kilometer per uur aflegt, moet zij

die reis juist in tien uren volbrengen en daar wij om drie uur in den

middag zijn opgestegen, moeten wij om een uur in den nacht te Para

zijn, tenminste volgens onze horloges. Maar dan zullen de klokken te

Para een heel anderen tijd aanwijzen, Henderson, een veel vroegeren

tijd, en wel zooveel maal vier minuten, als er graden liggen tusschen

Londen en Para, dat wil zeggen, vijf en veertig. Het zal dus te Para,

wanneer wij aankomen, honderd tachtig minuten, dat is drie uur vroeger

zijn, elf uur in den avond.”

Henderson had zijn hoofddeksel achter op zijn hoofd geschoven en de

wenkbrauwen gefronst.

Hij scheen zich uit alle macht in te spannen om dit te kunnen begrijpen

en toen barstte hij eensklaps uit:

„En mag ik weten, mijnheer Brand, wie die nonsens heeft uitgevonden?”

„De zon, beste Henderson, niemand anders dan de zon,” antwoordde Charly

glimlachend. „Herinner je maar eens, dat ons schitterend hemellichaam

zijn schijnbaren tocht om de aarde zeer nauwkeurig in vier en twintig

uren volbrengt. Welnu, onze aarde is verdeeld in drie honderd zestig

graden en de zon heeft dus juist vier minuten noodig om een graad te

doorloopen. Kun je me volgen?”

„Ik doe er mijn best voor, mijnheer Brand,” antwoordde de reus, terwijl

hij Charly de woorden van de lippen scheen te willen lezen.

„Welnu, dan is het immers duidelijk, dat iemand die naar het oosten

reist, dat wil zeggen, de zon tegemoet, bij iederen graad vier minuten

op het hemellichaam moet winnen?”

Henderson had zijn hoofd in de handen verborgen en zat geruimen tijd in

diep gepeins verzonken. Eindelijk keek hij Charly weder aan en hernam

brommend:

„Ik wil wel gelooven dat het zoo is, mijnheer Brand, en misschien is

het wel goed ook zoo, maar u moet mij niet kwalijk nemen, ik houd het

liever met mijn horloge.”

„En daarin kan ik je geen ongelijk geven, vriend James,” riep Charly

lachend uit. „Knoei vooral niet aan je horloge, het is voor de

berekening van Mylord juist goed, om nauwkeurig te weten, hoe laat het

op een gegeven oogenblik te Londen is.”

„Nog een enkele opmerking, mijnheer Brand. Als ik u dus goed begrepen

heb, zou het, als men maar vlug genoeg kon reizen, mogelijk zijn, om

bij voorbeeld om drie uur te New York aan te komen, terwijl men een

half uur later uit Londen zou zijn vertrokken.”

„Dat zou inderdaad mogelijk zijn, Henderson, mits men kon beschikken

over een vervoermiddel dat nog vlugger reisde dan de zon en nog meer

dan een graad, dat wil zeggen honderd elf kilometer langs den equator

gemeten, in elke vier minuten aflegde en zoo’n voertuig is nog niet

uitgevonden.”

„De duivel der lucht gaat niet veel langzamer, mijnheer Brand,” riep

Henderson uit.

„Nu laat je je wel een weinig door je bewondering meesleepen,

Henderson. Een snelheid van een graad per vier minuten met een

uursnelheid van bijna zeventien honderd kilometer, zoover heeft de

duivel der lucht het nog niet gebracht, maar mocht er inderdaad een

vliegmachine worden uitgevonden, die zeventien honderd kilometer per

uur kon afleggen dan zou men te twaalf uur in den middag te Londen

opstijgen en steeds in westelijke richting vliegend, nauwkeurig op

datzelfde uur in iedere andere stad der wereld aankomen, hoever of hoe

dicht bij ook gelegen.”

„Daar staat je verstand eenvoudig bij stil,” riep Henderson

hoofdschuddend. „Mijnheer Brand, ik zal u wat zeggen, ik geloof dat wij

er het beste aan doen, als wij ons door onze maag laten leiden bij het

bepalen van den tijd en de mijne waarschuwt me nu dat het uur om te

dineeren is aangebroken.”

„Volg jij dan de ingeving van je maag maar, Henderson,” hernam Charly

lachend, „en zorg voor een goeden maaltijd.”

Henderson liet zich dat geen tweemaal zeggen en aanstonds maakte hij

zijn toebereidselen.

De contactstoppen werden in de daartoe bestemde gaten gezet en weinige

minuten later waren de kookplaten en de oven gloeiend warm.

Henderson had met groote behendigheid een paar kuikens geplukt en

bereidde nu dit gevogelte op een manier, die de bewondering van Charly

wekte.

Hij opende een blikje groente, maakte den inhoud warm, roosterde brood,

kookte een paar eieren, waarvan er een paar dozijn waren meegenomen, en

diende tenslotte dit alles keurig op in het aluminium vaatwerk, hetwelk

geplaatst werd op een soort tafeltje, lang en smal, hetwelk men naar

believen in den bodem van het schuitje kon neerklappen en met een

dunnen planken vloer overdekken.

Henderson ging Raffles aan de stuurinrichting vervangen en een

oogenblik deden de beide vrienden zich te goed aan den voortreffelijk

bereiden maaltijd, begoten met een flesch goede Cantemerle.

Een van de uitnemende hoedanigheden van Raffles’ vliegmachine was, dat

men er ongestraft kon rooken, want wegens de afwezigheid van benzine,

en daar bijna alle deelen uit aluminium waren vervaardigd, was ieder

gevaar voor brand uitgesloten.

En zoo staken de beide vrienden hun sigaretten aan en spoedig dwarrelde

de lichtblauwe rook door de kleine ruimte om een uitweg te zoeken door

een soort schuin geplaatst schoorsteentje, hetwelk voor

luchtverversching diende, en zooals men ze ook vindt aan boord van de

groote mailbooten.

En intusschen zette de duivel der lucht zonder schokken of trillingen

en toch met een ongeloofelijke snelheid, door geen enkel vliegtuig

geëvenaard zijn weg door het luchtruim voort.

Langzamerhand begon de schemering over den Oceaan te vallen en de zon

zonk achter de westerkim met stralenden glans in zee.

Tamelijk snel nam de duisternis toe, zooals het geval is in alle

streken der aarde, in de nabijheid der keerkringen gelegen en spoedig

was het volkomen duister.

Maar aan den nachtelijken hemel tintelden milliarden sterren en in diep

stilzwijgen genoten de twee mannen van het verrukkelijke schouwspel,

indrukwekkender dan onverschillig welk ander natuurtafreel, en waarvan

men den invloed pas goed ondergaat als men zich tusschen hemel en aarde

bevindt, ver van het gedruisch der samenleving.

De melkweg was zeer duidelijk zichtbaar en onvergelijkelijk schitterde

het sterrebeeld van den Grooten Beer.

De maan was opgekomen en haar zilveren licht deed de golven van den

Oceaan met een wonderlijken lichtschijn glanzen.

Nu en dan doemde er diep beneden de luchtreizigers een rij van lichtjes

op; dat was een mailboot, die haar weg zocht over den wijden Oceaan.

Er kon thans alleen maar op het kompas gestuurd worden, maar Raffles

wist dat dit aan Henderson was toevertrouwd en dat hij geen streep zou

afwijken van de juiste richting.

Het werd nu tijd om aan nachtrust te gaan denken en Raffles was de

eerste, die zich neervlijde op het smalle rustbed, nadat hij Charly de

noodige instructies gegeven had voor den tocht, dwars over Zuid

Amerika.

Henderson zou nog eenige uren de machine blijven besturen, om dan zijn

plaats in te ruimen voor Charly Brand.

Binnen korten tijd zou men land in zicht krijgen en Henderson was

degeen, die dit het eerste ontdekte.

Hij wendde even het hoofd om naar Charly, die in gedachten voor zich

uitstaarde en toen de jonge man de richting van zijn blik volgde, zag

hij het eerst een vage, donkere streep, die al spoedig duidelijker werd

en tenslotte een grillige kustlijn vormde, hier en daar onderbroken

door kleine rijen gloeiende stipjes; dat waren de steden.

Charly verliet zijn plaats in de kajuit en ging naast Henderson zitten

om het stuurwiel uit diens handen over te nemen.

Het was thans de beurt van den reus om eenige uren welverdiende

nachtrust te genieten.

Het bleek spoedig dat Henderson zich in de richting bijna niet vergist

had, want binnen tien minuten zweefde de vliegmachine boven een groote

stad, die niet anders kon zijn dan Para, gelegen aan de breede monding

van de Tocantins.

Maar het was niet deze rivier, welke de jonge man zou volgen. Dat was

de Amazone, een van de grootste en schoonste rivieren der wereld, met

een buitengewoon groot aantal voorname zijrivieren, en die door geheel

Zuid Amerika voert, van het oosten naar het westen.

Eindelijk had men nu weder land onder zich en veiligheidshalve liet

Charly de vliegmachine stijgen en bleef op het kompas doorvliegen.

Toch ontwaarde hij nu en dan het glanzen van het maanlicht op de kalme

wateren van de machtige rivier, den Amazonestroom onder zich en dit gaf

hem een gevoel van gerustheid. Hij wist nu, dat hij de goede richting

volgde.

Zonder een oogenblik op te houden, zette de vliegmachine haar tocht

voort, dwars door Brazilië en vervolgens over een gedeelte van Peru.

De snelste trein zou over den afstand van Para naar Quito op de

oostkust van Zuid Amerika ongeveer vijftig uren hebben gedaan. De

duivel der lucht legde dien afstand af in zes uur en toen de dag weder

aanbrak, had Raffles, die ontwaakt was, juist nog gelegenheid om een

afscheidsgroet toe te wuiven aan de Cordilleras de los Andes, de

ontzaglijke bergketen, die zich van het uiterste noorden tot de

zuidelijkste punt langs de oostkust van Zuid Amerika verheft.

En van dit oogenblik af zouden de drie luchtreizigers nogmaals niets

anders beneden zich zien dan golven en nog eens golven. Ditmaal van den

grooten Stillen Oceaan.

Charly zorgde ditmaal voor het ontbijt en Raffles nam het stuurwiel

weder van hem over teneinde den duivel der lucht naar de plaats van

bestemming te brengen.

Alles beloofde een verrukkelijken dag en zelfs hier bovenop een hoogte

van bijna twee duizend meter en ondanks de vreeselijke snelheid werd

men den invloed gewaar van den warmen golfstroom, die zich hier ten

zuiden van den Equator in bijna volkomen rechte lijn uitstrekt over

honderden en nogmaals honderden kilometers lengte.

De uren verstreken, zonder dat zich er iets bijzonders voordeed.

En eindelijk klonk het over de lippen van Henderson, die verbazend

sterke oogen had, de kreet: „Land”.

Reeds tien minuten later zweefde de duivel der lucht op zeer groote

hoogte boven een eindelooze reeks kleine eilandjes, die zich voordeden

als stippen en die de uitloopers waren van de Paumotueilanden.

Duizenden eilanden, waarvan er zeer vele niet, of slechts zeer weinig

bekend zijn, zijn hier als het ware op den Oceaan rond gestrooid door

een machtige hand, en vele daarvan hebben hun ontstaan te danken aan

den arbeid van het koraaldiertje, dat hier duizenden eeuwen werk heeft

aan de vorming der koraaleilanden, of Atols, in vele gevallen niets

meer dan een kring van koraalriffen, die somtijds slechts een meter of

iets meer boven de golven uitsteken en een cirkelvormig meer omsluiten

in welks midden zich somtijds een eilandje verheft.

Maar ook zijn vele eilandjes niets anders dan de toppen der bergen,

behoorende tot het vasteland, hetwelk zich hier, volgens vele

aardrijkskundigen, honderd duizenden jaren geleden moet hebben

bevonden.

De duivel der lucht stevende steeds verder en Raffles liet de machine

een weinig dalen en scheen te zoeken als een sperwer, die uit een

vlucht duiven zijn slachtoffer uitzoekt.

En eindelijk doemde aan den horizon een nieuw eiland op, dat wat

grooter scheen dan de vorigen en waarvan de grillige vormen spoedig

duidelijker zichtbaar werden.

Het eiland had een vorm van een Australische boomerang, of van een

reusachtige letter L, zonder dat echter de hoek in het midden volkomen

recht was, maar eerder tamelijk stomp.

Aan het uiteinde van een der beenen van deze L verhief zich een

voorgebergte tot op een hoogte van omstreeks twee honderd meter en

waarvan men ongetwijfeld een ruim uitzicht moest hebben op dit gedeelte

van den Stillen Oceaan.

Maar landwaarts in verhieven zich bosschen en reeds kon het scherpe oog

van Henderson een paar zilveren linten ontwaren. Dat waren de beide

riviertjes die hun oorsprong vinden op dat zooeven genoemde gebergte en

in tallooze kronkelingen afdaalden naar de vallei om zich tenslotte uit

te storten in twee inhammen, omzoomd met schoone palmen.

Niet zoodra had Raffles het eiland ontwaard, of hij liet de

vliegmachine aanzienlijk dalen en met overrompelende snelheid werden de

vormen van het eiland reeds duidelijk zichtbaar om een oogenblik later

niet langer waarneembaar te zijn, want de vliegmachine bevond zich

thans op slechts honderd meter hoogte boven een uitgestrekte vlakte,

waarop zij even later zachtjes neerstreek, als vermoeid van haar tocht.

En nauwelijks waren de drie mannen uitgestapt en hadden zij zich

ontdaan van de zware pelzen, die hen thans zeer benauwden, of heel in

de verte, aan het begin van het uitgestrekte weiland, naderden haastig

een viertal gedaanten.

Het waren vrouwen, waarvan er twee, die de beide anderen een weinig

vooruit waren, met doeken wuifden.

HOOFDSTUK V.

EEN DREIGEND GEVAAR.

Zoo vreemd was deze plotselinge verschijning van vrouwelijke wezens op

dit eiland dat men wel onbewoond moest wanen, daar het ver buiten de

gewone scheepvaartroute lag, dat Charly een oogenblik vol verwondering

bleef toezien.

Toen vroeg hij op zachten toon, zich tot Raffles wendend:

„Zijn dat je beschermelingen?”

„Ja, Charly, dat is de Armeensche Sonja Bastides met haar beide

dienstmaagden, die haar volgden en de ongelukkige Eleonora Manoury, die

ik op haar eigen verlangen naar mijn schatkamereiland heb moeten

brengen.”

Intusschen naderden de vrouwen snel, en de Armeensche, vlug als een

hinde, had Raffles spoedig bereikt, knielde voor hem neder, greep zijn

hand en bracht die vol eerbied aan de lippen, voor Raffles haar had

kunnen opheffen.

Het was een zeer schoone, nog jonge vrouw, met alle kenmerken van haar

ras, een klassiek gesneden, ovaal gelaat, zacht olijfkleurig, een

schoon, gewelfd voorhoofd en de prachtigste oogen, die men zich kan

denken, overwelfd door wenkbrauwen, waarvan de onberispelijke boog de

bewondering gaande maakte van Charly Brand.

De jonge man kende de geschiedenis van deze vrouw.

Ruim vijf jaren tevoren had Raffles, die zich toen in Turkije bevond,

haar met gevaar voor zijn eigen leven en in een vreeselijken strijd

weten te ontrukken aan de klauwen van een Turk, Mustaphar Efrim

geheeten, die haar had willen ontvoeren, nadat hij, geholpen door een

bende zijner landgenooten haar vader en haar moeder, benevens het

geheele dienstpersoneel van de rampzalige Armeensche familie had

vermoord en hun huis in brand gestoken.

Nadat letterlijk het geheele gezin van het jonge meisje tot het laatste

lid was uitgeroeid en zij niemand ter wereld meer bezat om zich over

haar te ontfermen, trok Raffles zich het lot van de jonge Armeensche

aan, en op haar eigen aandringen bracht hij haar met eenige harer

dienstmaagden eerst naar een onbewoond eiland, ten noorden van Island

gelegen, hetwelk Raffles eveneens tot een van zijn schatkamers had

ingericht en vervolgens, nadat door een noodlottigen samenloop van

omstandigheden het bestaan van dit eiland aan zeeroovers bekend was

geworden, naar de plek, waar zij zich thans bevond, en waarheen hij

omstreeks een week geleden en eveneens op haar eigen dringend

verlangen, Eleonora Manoury had overgebracht, de voormalige minnares

van Irwin Stanley.

Het spreekt vanzelf dat Raffles gedurende al dien tijd meermalen aan de

jonge Armeensche, die met innige liefde voor haar redder vervuld was,

het voorstel had gedaan, om weder naar de bewoonde wereld terug te

keeren. Maar telkens had zij geweigerd en zij gevoelde zich met haar

beide dienstmaagden Mirza en Ina volkomen gelukkig, hier op dit

verrukkelijke plekje en zij geloofde in waarheid den redder van haar

eer en van haar leven een dienst te bewijzen, door de schatten te

bewaken, welke hier goed verborgen waren.

Eleonora Manoury had zwijgend toegekeken bij de begroeting van John

Raffles door de jonge Armeensche en zij trad nu zelf naderbij. Een

schoone, maar zeer bleeke vrouw, wier gelaat nog steeds de sporen droeg

van haar vroeger lijden en van de ziekte die het gevolg was van de

gevaarlijke wonde, haar door Stanley toegebracht.

Zij stak Raffles met een aarzelend gebaar de hand toe en zeide op

zachten toon:

„De hemel zij gedankt, dat ge gekomen zijt, Raffles. De Voorzienigheid

moet u hierheen gebracht hebben. Maar nu vreezen wij niets meer.”

„Vreezen?” vroeg Raffles verwonderd. „Wat meent gij daarmede? Wat kunt

gij te vreezen hebben op dit eiland, hetwelk op geen enkele kaart

voorkomt, waar zich geen enkel schadelijk dier ophoudt en dat nimmer

door eenig vaartuig wordt aangedaan?”

Er liep een huivering over het lichaam van de jonge vrouw, toen zij

antwoordde:

„Er zijn hier menschen geweest, nog pas gisteren, maar ik kan er niet

over spreken, gij zult het zelf zien.”

Lord Lister No. 0392: Het Eiland der Menscheneters · 第 2 / 4 段