is zelfs voor hen, die geen deskundigen zijn, gemakkelijk te
herkennen; de boonen zijn klein, een weinig doorschijnend, en
blauwachtig grijs. De fijnproevers, wie het zeldzame voorrecht te
beurt valt er een partijtje van te bemachtigen, weten, dat de naam
"de beste koffie der wereld" in dit geval geen ijdele grootspraak
is. Jammer genoeg dat onze uitgesproken voorliefde voor den geurigen
drank in de Yungas niet wordt gedeeld; de Indianen, die aan dergelijke
genotmiddelen geen behoefte gevoelen, laten den grond braak liggen,
die zooveel rijkdommen bevat.
Wanneer eenmaal de vreemde kolonisten zullen hebben ingezien, dat hier
een vrij wat vruchtbaarder veld te ontginnen valt, dan hun geboden
wordt in de mijnen van het hooggebergte, kunnen met de koffie der
Yungas schatten worden verdiend.
Wanneer men zijn weg verder voortzet naar het Noordoosten, bereikt men
Beni, het nog ondoorzochte en door woeste stammen bewoonde grondgebied,
van Midden-Zuid-Amerika, dat steeds de twistappel is geweest tusschen
Bolivia, Peru en Brazilië.
Het departement Beni is een der door de natuur zelf aangewezen streken
voor de teelt van den boom, die de caoutchouc levert. De caoutchouc,
uit deze streken afkomstig, wordt als veel beter beschouwd, dan
die uit Afrika; omdat de boomsoort, waaruit zij getrokken wordt,
een hevea is, terwijl in Afrika slechts de ficus elastica groeit,
welke een minder waardevolle soort van caoutchouc oplevert. In Afrika
zelf wordt de meerdere voortreffelijkheid der hevea erkend, en in
het Zuiden van Madagascar heeft men groote proefplantages aangelegd,
langs de oevers der rivier Mananjary, van heveas, die uit Beni en de
streken, aan de bijrivieren der Amazone gelegen, zijn aangevoerd.
De caoutchouc uit Beni komt aan de europeesche markt in den vorm van
groote brooden, voor de eerste tweede en derde kwaliteit, en voor
de mindere soorten in den vorm van kogels of bolletjes. Zonder
het voorbeeld van verschillende andere schrijvers te volgen,
en een uitvoerige beschrijving te geven van de wijzen waarop de
harsachtige stof wordt bereid, welke in Europa voor zoo oneindig
vele doeleinden zal worden aangewend, kan ik toch niet nalaten,
met nadruk te verklaren, dat zoowel Beni als in het algemeen het
stroomgebied der rivieren, die van de Oostelijke helling der Andes
zich in de Amazonerivier uitstorten, in elk opzicht waard zijn, om
door ondernemende onderzoekers, die over een ruim kapitaal kunnen
beschikken, te worden geëxploiteerd. Het aantal caoutchoucboomen in
dit gedeelte van Amerika is zoo groot, dat geheele menschen-geslachten
noodig zouden zijn, om den voorraad uit te putten. Jongelieden, die
gaarne rijk zouden worden, mogen dezen raad ter harte nemen, altoos
wanneer zij moedig en volhardend genoeg zijn om zich vele gevaren en
ontberingen te willen getroosten.
Gewoonlijk vereenigen zich de caoutchouc-zoekers, die in deze
onherbergzame streken werkzaam zijn, en vormen samen een soort kolonie,
of voegen zich bij een dergelijke reeds bestaande vereeniging. Zulk
een plaats draagt dan den weidschen naam van stad; maar is gewoonlijk
niet veel meer dan een meer of minder dicht bijeengeschaarde groep
hutten, met een bevolking van half getemde Indianen. De europeesche
kolonisten voeren er natuurlijk den boventoon, en laten de Indianen
voor hen werken. Het behoeft niet gezegd te worden, dat ruw geweld
hier aan de orde van den dag is, en dat het gezag zich dan ook helaas
door geen ander middel laat handhaven.
Dikwijls wordt de heftige vijandschap der kolonisten onderling, en de
twisten daardoor ontstaan, oorzaak van bloedige drama's, waarin dolk en
revolver hun rol spelen. Meermalen ook komen de Indianen, die even als
vee met den lazzo worden gevangen, en zonder verderen vorm van proces
tot arbeiden gedwongen, tegen hun meesters in opstand, vermoorden hen,
verbranden hun hutten, en keeren tot hun vroegeren staat terug. Eerst
wanneer eenige maanden later de karavaan met levensmiddelen het kamp
bereikt, die door de agenten dezer vereenigingen wordt uitgezonden,
om hen geregeld van proviand te voorzien, en zij op de bekende plek
slechts de asch der verbrande hutten en verspreide beenderen vinden,
begrijpen zij wat er gebeurd is, en keeren onverrichterzake terug.
Alle caoutchouc-zoekers stellen zich vooraf in verbinding met
groote handelshuizen in de voornaamste steden van Europa, die
filialen hebben in de plaatsen, welke het dichtst bij de onbewoonde
streken zijn gelegen, die zij zich voornemen, te bezoeken; n. l. in
Bolivia te La Paz en Cochabamba; in Peru te Arequipa en Cuzco. Deze
vertegenwoordigers zijn de eenige band, die de pioniers nog met de
beschaafde wereld verbindt. Zij zenden op van te voren vastgestelde
tijden hun karavanen uit, die de kolonisten voorzien van voedsel,
kleeding, gereedschappen, wapens enz. Daarvoor in de plaats nemen
zij de sedert hun laatste bezoek verzamelde caoutchouc mede terug en
brengen deze bij de genoemde agenten, die ze naar Europa verzenden,
en tevens de verschillende geldzaken regelen, die bij dezen
gecompliceerden handel vallen te vereffenen.
Ook een zeer winstgevende tak van bedrijf, die echter door het
geringer aantal afnemers der waar minder bekend wordt, is het zoeken
van orchideeën, waaraan de maagdelijke wouden hier rijk zijn.
Vooral engelsche handelshuizen in de City maken hiervan hun
specialiteit, en zenden met groote kosten dappere en geoefende
lieden uit naar de streken, aan den bovenloop der Amazonerivier
gelegen. Maandenlang vertoeven deze in de eenzame wouden, en brengen
van daar, dikwijls met levensgevaar, de prachtige orchideeën mede, die
later zullen prijken in de salons der europeesche millionairs. Dikwijls
worden in de verzamelingen van schatrijke en hartstochtelijke
liefhebbers van orchideeën zeldzame exemplaren aangetroffen, die
fabelachtige sommen vertegenwoordigen. In "La Vie à la Campagne"
was onlangs sprake van orchideeën, die van 30 000 tot 50 000 francs
hadden gekost. Zulke sommen doen menschen, die niet weten waarin
eigenlijk de waarde dezer planten schuilt, verstomd staan; maar als
men begrijpt met hoeveel moeite deze zeldzame planten worden verkregen,
die dikwijls menschenlevens en in elk geval groote sommen gelds hebben
gekost, laat zich die reusachtig hooge prijs wel verklaren. Doch
deze maagdelijke wouden zijn voor den reiziger, die zich niet ten
doel stelt te zoeken naar de schatten, welke zij verborgen houden,
een ontoegankelijke en ondoordringbare wildernis. Het is feitelijk
onmogelijk, hier een uitweg uit Bolivia te zoeken naar de zijde van
Brazilië. Men moet wel terugkeeren naar La Paz, dat niet ten onrechte
het eindstation van Bolivia heet.
Geen nauwkeurige beschrijving van Bolivia zou volledig zijn, waarin
verzuimd werd melding te maken van een niet te versmaden bron van
winst, n. l. de chinchilla-huiden, die als kostbaar pelswerk bij
de europeesche dames zeer gezocht zijn. De chinchilla, die onze
bevallige mondaines een prachtig zijde-achtig bont levert, in tinten,
die afwisselen tusschen zacht grijsachtig bruin en blauwgrijs, is een
aardig knaagdiertje, dat leeft op de westelijke hellingen der Andes,
en het midden houdt tusschen een rat, een konijn, en een eekhoorn. De
chinchilla of _mus laniger_, evenals de vistcacha, die hem na verwant
is, mag zich er op beroemen in de natuurlijke historie zijn naam te
hebben geleend aan een afzonderlijke familie, die der chinchilliden. De
huid van het beestje beslaat, uitgeslagen, slechts een oppervlakte
van 50 of 60 vierkante centimeter. Dit verklaart dan ook de hooge
prijzen, die in Europa voor het chinchillabont worden betaald;
want niet alleen zijn er zeer veel huiden noodig om een dergelijk
stel bont te vervaardigen; maar reeds in het land, waar de dieren
gevangen worden, vragen de chinchilla-jagers voor de goede soorten
van 70 tot 90 francs voor het dozijn huiden; en daarbij komen dan nog,
behalve de winst van de verkoopers, tusschenpersonen en bontwerkers,
de onkosten van emballage en transport, van de bereiding van het
leder en het afwerken der kostbare artikelen.
Wanneer men, op zijn muilezel gezeten, over de hoogvlakte en langs de
hellingen der Andes trekt, ziet men de viscachas, met hun heldere
oogjes, bij duizenden zich warmen in de stralen der morgenzon,
knabbelend op wortels en grassprietjes en, waar zij ze kunnen
bemachtigen, ook graan en vruchten. Als de reiziger een geweer bij
zich heeft, vermaakt hij zich, ter afwisseling op de eentonige reis,
niet zelden met zijn vaardigheid te beproeven in het schieten van die
aardige kleine diertjes. Hun vleesch moet bijzonder fijn van smaak
zijn. Maar het gebeurt niet licht, dat iemand een viscachaboutje te
proeven krijgt, want het kleine goed is zoo rap als eekhorentjes,
en wipt bij 't minste verdachte geluid in hun hol.
Vroeger, tot de eerste helft der vorige eeuw, dartelden, met de
viscachas, ook de chinchillas hier rond. In oude reisverhalen kan men
lezen, hoe deze dieren hier zoo talrijk waren, dat zij dikwijls bij
hun vlucht door de hoeven der muilezels werden vertrapt. Toen maakte
men echter ook nog geen jacht op de chinchilla's. Thans geven zich
de jagers alle mogelijke moeite, om ze dood of levend in handen te
krijgen. Het is reeds zoover gekomen, dat de regeering van Bolivia
en Chili op middelen zint om deze jacht te reglementeeren, daar
anders de tijd niet meer ver zou zijn, waarin het geheele ras zou
zijn uitgeroeid.
Van Valparaiso naar het Noorden trekkend, treft men, na Coquimbo,
de chinchilla's aan op al de berghellingen langs de chileensche kust,
zoowel als op de boliviaansche hoogvlakten. Uit Bolivia zijn trouwens
de grootste, zachtste, en glanzigste huiden afkomstig, die, om ze te
onderscheiden van de chileensche, "chinchilla royal" worden genoemd.
Geregeld eenmaal per week brengt een kar, die veel gelijkt op het
vroeger beschreven vervoermiddel tusschen Oruro en La Paz, reizigers
naar de ietwat kille oevers van het meer Titicaca, waar het kleine
groepje huizen ligt, dat zoo onbescheiden is, zich een havenstad te
noemen en den naam Chililaya of Puerto Perez draagt. Voor zijn pleizier
behoeft men de reis niet te ondernemen; maar veel geld kost het
uitstapje dan ook niet. Voor 7 1/2 boliviaan en acht uren schommelens
in de kar kunnen de bewoners van La Paz zich het genoegen verschaffen,
een poosje op de vischvangst te gaan in hun geliefkoosd meer.
Te Chililaya, aan de boliviaansche zijde, scheept men zich in op een
stoombootje, dat den reiziger na een vaart van 18 tot 20 uren aan den
Zuidwestelijken oever brengt, te Puno, in Peru. Het Titicacameer, dat,
naar beweerd wordt, 3813 Meter boven het oppervlak van den Stillen
Oceaan is gelegen, is werkelijk een binnenzee, met een uitgestrektheid
van 8340 vierkante kilometer. Het nabijgelegen meer van Poopo, of
Pampa Aullagas, waarin het overvloedige water van het Titicaca-meer
door den Desaguadera wordt uitgestort, beslaat de eveneens niet
geringe oppervlakte van 2530 vierkante kilometer.
Op vaste tijden in het jaar dient de stoomboot, die de heldere
wateren van het Titicaca-meer bevaart, als vervoermiddel voor
duizenden pelgrims, die zich naar Copacabana begeven. Dit is het
Lourdes van Bolivia, en de zwarte maagd van het heiligdom heeft,
naar de geloovigen beweren, tallooze genezingen bewerkt.
Midden in het meer, op 90 kilometer afstand van Puno, vaart men voorbij
het historische eiland Titicaca. Volgens zeer oude Inca-legenden
zou van uit dit eiland de beroemde Manco Capac, de Inca der Incas,
gekomen zijn, met zijn vrouw, Mama Oello, om het rijk te veroveren,
waar hij zijn heerschappij grondvestte in de streken, die thans Peru
en Noordelijk Bolivia vormen.
Op dit eiland ziet men nog bouwvallen, die overblijfselen heeten te
zijn van den Zonnetempel, het verblijf der maagdelijke priesteressen
van het Vuur, en andere, eertijds belangrijke monumenten. Ten laatste
bereiken wij Puno, op peruaansch grondgebied. Als wij gebruik maken
van een der treinen, die om de twee dagen vertrekken, dalen wij van
de hoogvlakte af, langs een niet minder woesten en bergachtigen weg,
dan die van Antofagasta, waarlangs wij haar hebben bestegen. Tusschen
Puno, op 3822 M. hoogte, en den Stillen Oceaan ligt een spoorweglijn
van 523 kilometer lengte, die tusschen meren en door bergen slingert,
en zigzags-gewijze opkruipt langs den vulkaan Misti, die zich boven
Arequipa verheft. Na het station Juliaca, op 3825 M. hoogte, waar zich
de lijn van Sicuani afscheidt, die later naar de stad Cuzco zal worden
doorgetrokken, daalt de weg langzaam tot Arequipa, de tweede stad van
Peru, die op een hoogte van 2301 M. is gelegen, en 172 kilometer van
het eindstation verwijderd is. Den volgenden morgen, of twee dagen
later, haalt een andere trein de reizigers uit Arequipa af, waarna
men, steeds dalende, des middags in de havenplaats Mollendo aankomt,
na de eentonige woestijn van Islay te zijn doorgetrokken. Mollendo is
slechts een klein stipje op de kaart; maar het is het eindstation van
den spoorweg, en aan een inham van den Oceaan gelegen, waar de schepen,
die langs de kust varen, voor anker liggen, om koopwaren en reizigers
op te nemen, die door ervaren zeelieden aan boord worden gebracht.
Het tegenwoordige Bolivia is voor administratieve en militaire
doeleinden in negen departementen verdeeld, n.l.: Chuquisaca, la Paz,
Cochabamba, Potosi, Oruro, Atacama (een provincie, die voorloopig eens
weer door Chili geannexeerd is), Beni, Santa Cruz en Tarija. Wanneer
wij de aandacht onzer lezers tot nog toe voornamelijk op de zes eerste
hebben gevestigd, dan is de reden hiervan te zoeken in het feit, dat
zij de eigenlijke kern der republiek Bolivia vormen, en daarenboven de
eenige zijn, waar Europeanen zich uit een oogmerk van praktisch belang
metterwoon hebben gevestigd. Toch is Beni een belangrijk departement,
alleen reeds door zijn uitgestrektheid, die 260 494 vierkante kilometer
bedraagt; Santa Cruz, dat nog grooter is, beslaat een oppervlakte van
327 214 kilometer, terwijl het departement Tarija 89 643 vierkante
kilometer groot is. Wij brachten aan deze departementen slechts
een kort bezoek. Zij zouden dan ook veeleer een geëigend veld van
onderzoek vormen voor ethnographische en archeologische navorschers
in het gebied, dat bewoond wordt door de Indianen van de Oostzijde
der Andes, en tusschen de rivieren Madre de Dios, Beni, Grande en
Pilcomayo is gelegen. Een dergelijke reis werd in 1904-5 ondernomen
door baron Erlang Nordenskjöld, zoon van den beroemden poolreiziger
en neef van Dr. Otto Nordenskjöld. Om echter mijn reisverhaal te
voltooien, wil ik aan deze provincies het laatste gedeelte wijden
mijner beschrijving van Bolivia.
Wat de juiste grens betreft tusschen de departementen Beni en Santa
Cruz, de voorzichtigheid verbiedt den schrijver, die zich niet gaarne
het ongenoegen der Bolivianen of van de bewoners der andere naburige
staten op den hals zou halen, hierin een voorbarig oordeel uit te
spreken. De streken aan den bovenloop der Amazonerivier, waarin de
grens van Bolivia is gelegen, zijn nog te weinig bekend, dan dat elk
der betrokken partijen met zekerheid over het mijn en dijn zou kunnen
beslissen. En als ik mij wilde beroepen op een aardrijkskundig werk,
getiteld "Notions sur la Géographie de la Bolivie" door den heer Justo
Leigue Moreno, uitgegeven te Sucre in 1889, of op de "Encyclopédie
Américaine", of "Britannique", zou het blijken, dat voor geen der
deskundigen, die hier aan het woord zijn, een bepaalde grens staat
vastgesteld. Dus is het maar 't beste zich te houden, zooals ik
reeds aan het begin van mijn verhaal heb vermeld, aan de gegevens,
verstrekt door den boliviaanschen aardrijkskundige Manuel Vicente
Ballivian. Van zijn cijfers heb ik mij ook bediend, toen ik hierboven
de oppervlakte aangaf der drie provinciën, waarvan thans sprake is.
Voor het verbazend uitgestrekte departement Beni zijn slechts 22 000
inwoners aangegeven. Ruimte is er genoeg; maar het land is schaars
bevolkt. De eenige belangrijke plaatsen zijn Trinidad aan de Rio
Marmore, de hoofdstad van het departement, Magdalena, Santa Ana en
Reyes. Andere gedeelten van het aan steden arme land dragen den naam
der stammen, die er verblijf houden, waarvan het meest bekend zijn:
de Mojos, de Itonamas, de Canichanas, de Baures, de Mobimas en de
Cayubabas. Hun nog zeer primitieve beschaving hebben zij te danken
aan den invloed, door Jezuiten-zendelingen hier in de 18de eeuw
uitgeoefend. Doch de dalen van den Purus, van de Iruyani, de Mechupo,
de Madre de Dios, die door de Indianen Mayutata of Slangenrivier wordt
genoemd, worden bewoond door geheel woeste stammen met zonderlinge
namen, zooals de Araonas, de Pacaraguas, Toromonos, Cavinas, Chacobos,
Sirianos, Simonianos.
Men schat het aantal dier Indianen op twintigduizend ongeveer, een zeer
weinig betrouwbare opgave echter, waar geen enkele onderzoeker in de
gelegenheid is geweest, een nauwkeurige telling te ondernemen. Eenige
van deze stammen zijn, volgens den spaanschen franciskaner monnik
Fidel de Codinach, die langen tijd in deze streken heeft vertoefd,
menscheneters. Zij weten zelfs niet, dat zooiets als kleeding bestaat,
en leven in den natuurstaat, evenals de apen en andere dieren, die
zich met hen schuil houden in de dichte wouden langs de oevers der
talrijke bijvloeden van de Amazonerivier. De dappere photograaf, die
ons hun afbeeldingen bezorgde, moest gebruik maken van een krijgslist
om hun conterfeitsel machtig te worden. Gelukkig had hij in zijn kamp
een tooverlantaarn, waarmee hij in donker voor de wilden vertooningen
gaf, en waardoor het hem gelukte, hen te bewegen, zich ook in het
volle zonlicht voor zijn instrument te plaatsen, in afwachting van een
dergelijk schouwspel, als 't geen hen de vorige maal zoo geboeid had.
Dit gedeelte van Bolivia wordt besproeid door groote rivieren,
waarvan de bronnen, door alle departementen van Bolivia verspreid,
steeds nieuwe bijvloeden leveren aan de zijrivieren, die zich in den
Maranon en de Amazone uitstorten. De caoutchouc-zoekers hebben dikwijls
pogingen aangewend, om voor de scheepvaart van deze rivieren gebruik
te maken, zonder echter daarin volkomen te zijn geslaagd. Heden zijn
nog slechts gedeelten van enkele rivieren bevaarbaar. De Rio Beni
heeft slechts een bevaarbaar gedeelte van 220 à 250 kilometer lengte;
van af een zeker punt, voorbij de stroomversnelling van Esperanza,
op ongeveer 10° 40' Z. B. tot aan de haven van Reys. De Madre de
Dios is bevaarbaar van af haar vereeniging met de Rio Beni tot
aan de caoutchouc-exploitatie El Carmen, 360 kilometer van Villa
Bella. De Rio Marmore kan bevaren worden van Villa Bella, waar
de stroomversnellingen eindigen, 500 kilometer ver tot Trinidad,
en van daar tot haar samenvloeiing met de Chaparé. Gedurende den
regentijd kan men zelfs de Chaparé opvaren tot aan de haven Coni in
Cochabamba, en de Rio Sara tot aan Cuatro Ojos in het departement
Santa Cruz. Men kan zich licht voorstellen, dat hier geen geregelde
dienst wordt onderhouden door stoombooten, of andere behoorlijk
ingerichte vaartuigen. Alles geschiedt op de meest primitieve wijze;
en de roeiers zijn Indianen, gewend aan het lastige en gevaarlijke
besturen der schommelende prauwen zonder kiel. Zij roeien met hun
pagaaien tegen den stroom op met een snelheid van omstreeks 3 à 4
kilometer in het uur en bij een lading van 5 of 6 ton, terwijl zij
natuurlijk veel vlugger terugkeeren, met een snelheid van 15 à 16
kilometer in het uur. Somtijds, wanneer op enkele plaatsen, door
het wassen der rivier, de stroomversnellingen een onoverkomelijken
hinderpaal vormen, zijn deze lieden genoodzaakt aan land te gaan,
hun prauwen leeg te halen en deze, met de waren die zij vervoeren,
mede te sleepen door het dichte woud langs den oever der rivier,
om zich later opnieuw te water te begeven.
Hoe moeilijk bevaarbaar ook, toch zijn deze waterwegen van onschatbare
waarde, daar zij tot nog toe de eenige verbinding vormen tusschen het
hart van Bolivia en Beni, en eveneens tusschen Beni en den Atlantischen
Oceaan. Hoeveel ladingen caoutchouc, die in den dienst onzer nijverheid
worden verbruikt, zijn niet langs deze rivieren vervoerd tot Villa
Bella, en vervolgens door Indianen, voorbij de stroomversnellingen
en watervallen van de Rio Madeira 400 kilometer verder gedragen,
tot aan San Antonio, het eindstation voor de rivierstoombootvaart van
Para, dat nog 1300 kilometer verwijderd ligt, om eindelijk, langs de
bijvloeden der Amazonerivier den Atlantischen Oceaan en onze zeehavens
te bereiken!
Beni en het noordelijk deel van het departement Santa Cruz genieten
een constante gematigde temperatuur, die afwisselt tusschen 30 en 35
graden. Er heerscht een eeuwige zomer, en het begrip winter sluit geen
andere voorstelling dan die van een regentijd in. Dan veranderen de
vlakten dezer streek in meren, waarover de slimme Indianen hun waren
vervoeren, die reeds van te voren worden verzameld, in afwachting van
den tijd, waarin jaarlijks de scheepvaart in deze streken mogelijk
wordt. Hoe rijk ook de fauna en flora van dit land mogen zijn, het
blijft door zijn gebrek aan verkeersmiddelen, een bewaarplaats voor
onontgonnen schatten.
Geheel aan het eind van Bolivia, d. w. z. ten Zuiden van het
departement Santa Cruz, en naar de zijde van Argentinië gelegen,
bevindt zich het departement Tarija, met de hoofdstad van dien naam,
en de steden Concepcion, San Lorenzo, Salinas en Yacuiva. Tusschen
dit departement en de provincies der boliviaansche hoogvlakte bestaat
een zeer groot verschil. In het algemeen beschouwd is het boschrijk en
vlak, op eenige lichte golvingen van het terrein na, en verschillende
tamelijk hooge heuvelreeksen, die echter geen samenhangende keten
vormen. De Rio Pilcomayo, die eveneens deel uitmaakt van het stroomnet,
dat met den Atlantischen Oceaan is verbonden, en die, met de Rio
Paraguay, veel zuidelijker, de majestueuze Rio de la Plata zal gaan
verbreeden, begint hier, waar zij door de geheele breedte van het
departement Tarija stroomt, reeds een zekere grootschheid ten toon te
spreiden. Deze stroom dient als begrenzende richtingslijn voor een meer
vaag aangeduiden, dan werkelijk gebaanden weg, waarlangs reizigers,
die uit Asuncion, de hoofdstad van Paraguay, komen, onder groote
gevaren en ontberingen de hoogvlakte van Bolivia kunnen bereiken.
Voor hen, die uit Buenos Aires zijn vertrokken, en, in plaats van door
Chili naar Antofagasta te gaan, er de voorkeur aan hebben gegeven,
per spoor door de Argentijnsche Republiek te reizen tot aan Jujuy,
bestaat nog een andere route, die echter ook niet veel beter is,
dan de hierboven genoemde.
Uit Jujuy moet men dan naar Tupiza reizen, en van daar Potosi zien te
bereiken. Op deze reis legt men met den trein van Buenos Aires tot
Jujuy 2310 kilometer af; de afstand tusschen Jujuy en Tupiza is 420
kilometer, en tusschen Tupiza en Potosi liggen 270 kilometer. Dit
laatste gedeelte, tusschen Jujuy en Potosi wordt natuurlijk per
muilezel afgelegd, en daar er geen sprake van is, onderweg zijn
mondvoorraad te kunnen vernieuwen, is het voorzichtig zich rijkelijk
van proviand te voorzien. Deze beide wegen stijgen bijna onmerkbaar
van de hoogte van 800 of 900 Meter, waarop het punt van vertrek is
gelegen, naar de hoogvlakte van Potosi, door de uitgestrekte vlakten
der tropische zone, de voortzetting der pampas van Argentinië. Een
groot gedeelte van het vruchtbare land brengt, waar het geregeld
wordt bebouwd, graansoorten, groenten en vruchten voort van allerlei
aard; maïs, rijst, aardappelen, druiven,--eigenlijk al wat men maar
verlangen kan.