II. CHRIEMHILDE EN BRUNEHILDE.

[Het Nibelungenlied.] Te Worms aan den Rijn, in het rijk der

Bourgondiërs, groeide de schoone Chriemhilde op; zij was een zuster van

de koningen Gunther, Geernot en Giselheer. Beroemde helden leefden aan

het hof: Hagen van Tronje en zijn broeder Dankwaart, de maarschalk; ook

de zanger Volker van Alzey, die speer en schild even vaardig wist te

hanteeren als het speeltuig. Eens droomde Chriemhilde dat een mooie

valk, dien zij zelve had groot gebracht, door twee arenden gegrepen

werd; dat zou wijzen op een edelen man, dien zij vroeg zou verliezen.

Maar Chriemhilde nam zich voor ongetrouwd te blijven en velen dongen

vergeefs naar haar hand.

Toen Siegfried van de schoone Chriemhilde hoorde, wilde ook hij een

kans wagen. Met schitterend gevolg reed hij naar Worms; maar langer dan

een jaar vertoefde hij aan het hof zonder de prinses te zien. Toen brak

strijd uit met de koningen Ludigeer van Saksenland en Ludegast van

Denemarken. Siegfried bood aan in Gunthers leger meê ten oorlog te

trekken. Hij overwon de beide vorsten en bracht hen gevankelijk naar

Worms. Een groot feest werd aangericht om de overwinning te vieren;

daarbij zou Siegfried voor het eerst de mooie jonkvrouw aanschouwen.

Op IJsland woonde koningin Brunehilde; wie haar man wilde worden, moest

haar overwinnen in het slingeren van de speer, het werpen met den

steen, en in den sprong; leed hij de nederlaag, dan verloor hij zijn

leven. Reeds menige held had zoo den dood gevonden. Toch besloot koning

Gunther naar Brunehilde’s hand te dingen en beloofde aan Siegfried zijn

zuster Chriemhilde, als hij hem in zijn pogingen wilde helpen.

Siegfried ging op dit voorstel in; prachtig uitgerust voeren Gunther,

Siegfried, Hagen en Dankwaart op een schip den Rijn af naar zee, en

bereikten in twaalf dagen IJsland. Bij den intocht op de burcht

begroette Brunehilde Siegfried het eerst; hij echter verklaarde dat

deze eer aan Gunther toekwam, voor wiens leenman hij zich uitgaf.

Daarop maakte hij haar met ’s konings voornemen bekend en Brunehilde

rustte zich toe tot den strijd. Zij greep haar schild, dat vier mannen

met moeite aan konden dragen, en wierp een geweldig zware speer met

zooveel kracht tegen dat van Gunther, dat hij en Siegfried, die,

onzichtbaar door zijn tarnkappe, den koning bijstond, struikelden en

beiden dreigden te vallen. Maar met grooter kracht nog wierp Siegfried

de speer naar de koningin terug, de punt naar achteren, opdat hij haar

niet zou kwetsen. Brunehilde stortte ter aarde, maar onmiddellijk

sprong zij weer op, wierp den zwaren steen twaalf roeden ver, en deed

daarop een forschen sprong, het werptuig na, zoodat helm en pantser

dreunend weerklonken. Maar Siegfried wierp den steen nog verder en

droeg den koning in den sprong ver voorbij de plaats, waar Brunehilde

was neergekomen. Zoo was de overwinning bevochten en de bruid gewonnen;

op denzelfden dag werden beide huwelijken voltrokken, dat van Gunther

met Brunehilde en dat van Siegfried met Chriemhilde. Maar Brunehilde

was treurig op den dag van het feest; het deed haar pijnlijk aan, dat

Chriemhilde de vrouw werd van den dapperen Siegfried, dien zij zoozeer

bewonderde. Eenigen tijd nog vertoefde Siegfried met zijn jonge gemalin

aan het hof der Bourgondische koningen; toen keerde hij met haar naar

Xanten terug, waar zijn vader de regeering aan hem overdroeg.

Goden- en Heldensagen · 第 72 / 74 题