[IV.] Tevergeefs worstelde intusschen Dido met haar liefde voor Aeneas.
Zij had zich zoo heilig voorgenomen, zij had zoo plechtig beloofd haar
gestorven echtgenoot trouw te blijven; maar gemakkelijk hielp haar
zuster Anna haar over haar gewetensbezwaren heen. Ook Juno was van
oordeel, dat het zóó den goeden kant uitging. Zij richtte zich tot
Venus en sloeg haar voor den Trojaanschen held en de koningin van
Carthago in een huwelijk te vereenigen; dan immers zou het gevaar, dat
in de toekomst van Italië uit zou dreigen, zijn afgewend. En ofschoon
Venus haar bedoeling doorzag, ging zij, bang voor alles wat Aeneas nog
boven het hoofd kon hangen, op den voorslag in. Een groote jachtpartij
zou gehouden worden, en vroolijk reed de schitterende feeststoet uit.
Maar toen men midden in de bergen was gekomen, begon de hemel te
betrekken, zware donderslagen rolden ratelend langs het uitspansel, een
dichte regen, met hagel gemengd, kletterde op de aarde neer, stroomen
water daalden af van de hoogten. Toen zocht ieder voor zich een goed
heenkomen. Aeneas en Dido kwamen samen in dezelfde grot; daar werden
zij het eens en werd het huwelijk gesloten.
Maar Jupiter, de voltrekker van het noodlot, gaf Mercurius last Aeneas
te herinneren aan den wil van het fatum. Snel daalde de bode af van den
Olympus, vloog naar Carthago en kweet zich daar van zijn opdracht. Toen
gaf Aeneas zijn makkers last de schepen in gereedheid te brengen, en,
smartelijk getroffen, zocht hij naar een gelegenheid om Dido het harde
bevel, dat hem van de goden geworden was, meê te deelen. Maar reeds
voelde de koningin zich niet meer veilig in haar groot geluk en ook
drong het gerucht tot haar door dat de vloot voor de afvaart werd
uitgerust. Tevergeefs zocht zij door smeekingen, door verwijten en
bedreigingen ten slotte, Aeneas van zijn voornemen af te brengen; hij
bleef onwrikbaar: tegen de beschikkingen van het noodlot kon en mocht
hij zich niet verzetten! Ook Anna pleitte vruchteloos voor haar zuster.
Toen besloot Dido, door zelfverwijt bovendien over haar ontrouw jegens
Sychaeüs nu gekweld, een einde aan haar leven te maken. Om—naar zij
voorgaf—alles wat aan den trouweloozen Trojaan herinnerde te
vernietigen, liet zij een brandstapel oprichten, bracht een offer aan
de goden van de onderwereld en toen in den nacht Aeneas was weggevaren
en Dido in den morgen de haven leeg zag en in de verte de vloot met
volle zeilen zich van de kust zag verwijderen, besteeg zij de houtmijt,
stortte zich in het zwaard, dat Aeneas had achtergelaten, en stierf in
de armen van haar zuster.