IX. HECTOR EN AJAX.

[VII.] Intusschen stormde Hector, door Paris nu weer vergezeld, het

slagveld op en gebood rust aan de Trojanen. Toen daagde hij openlijk de

vijanden uit, een man uit hun midden tegenover hem te stellen, met wien

hij geheel alleen den strijd voor altijd wilde beslissen. De Grieken

weifelden; maar op de verwijtende woorden van Menelaos en Nestor boden

zich negen van de beroemdste helden voor den kampstrijd aan. Het lot

zou beslissen; den grooten Ajax viel het ten deel de eer der Achaeërs

hoog te houden.

Gedost in blinkend koper, geweldig als de krijgsgod zelf, stormde hij

vooruit, en dicht voor Hector pas hield hij stand; angst maakte zich

van de harten der Trojanen meester.

Hector slingerde het eerst zijn lans; door het metalen beslag van het

schild en door zes van de huiden, waarmeê het was overtrokken, drong

zij heen; toen eerst bleef zij steken. Daarna was de beurt aan Ajax;

door schild en pantser heen zou zijn speer Hector stellig in het lijf

zijn gedrongen, als hij niet door een snelle wending dit had weten te

voorkomen. Beiden rukten nu de lans uit hun schild en gingen daarmeê

elkander te lijf, elk brandend van begeerte den tegenstander te dooden.

Opnieuw trof Hector met goed gemikten worp het schild van zijn vijand;

maar langs het koper schampte de speerpunt af; zij drong niet door. Hij

zelf echter werd aan den hals getroffen, en donker stroomde het bloed

uit de wonde. Snel wendde hij zich, greep een steen en slingerde dien

naar zijn tegenstander; vlak in het midden trof hij het schild, dat

galmde van den slag. Maar Ajax raapte een nog grooteren kei op, wierp

hem met inspanning van alle krachten in de richting van den Trojaan en

wondde hem aan de knie, zoodat hij in elkaar zakte. Dadelijk echter

hief Apollo hem op; en met de zwaarden zouden zij elkaar nu te lijf

zijn gegaan, als niet herauten van beide zijden hen hadden gescheiden.

Met tegenzin schikte Ajax zich; maar Hector sprak: „Ajax, ge hebt u

mannelijk gedragen en een god heeft u kracht en beleid geschonken.

Laten wij thans uitrusten van den strijd en dien morgen hervatten,

totdat een god aan een van ons beiden de overwinning verleent. Maar

eerst zullen wij elkander geschenken geven.” En hij reikte hem zijn

kunstig bewerkt zwaard met de scheede en den sierlijken draagband en

Ajax schonk hem van zijn kant zijn purperen gordel. Zoo gingen zij

uiteen en ieder leger ontving zijn held met juichkreten en voerde hem

jubelend naar de zijnen terug. Toen werd het maal gebruikt. Agamemnon

onthaalde de vorsten als gewoonlijk in zijn tent en reikte aan Ajax

eershalve het grootste stuk, dat men uit den rug van een vijfjarigen,

vetten stier had gesneden. Ook Hector verkwikte zich in zijn paleis aan

een rijkelijken maaltijd en verhaalde zijn ouden vader de groote

gebeurtenissen van den dag. Besloten werd van weerszijden het

wapengeweld voor korten tijd te staken om de gevallenen te begraven. De

Achaeërs, intusschen, omringden op raad van Nestor de schepen aan het

strand met een wal en een gracht om ze tegen een overval der Trojanen

te beveiligen.

Goden- en Heldensagen · 第 47 / 74 题