[IV.] Een oplossing in dien zin kon echter Hera en Pallas Athene
kwalijk naar den zin zijn. Zij wisten Zeus te overreden, dat hij Athene
afzond om de Trojanen tot het hervatten van den krijg aan te sporen.
Onkenbaar naderde zij een der Trojaansche krijgers en haalde hem over
een schot op Menelaos te lossen. De pijl snorde weg van de sterk
aangetrokken pees, drong door gordel en pantser, maar schramde, door de
goede zorgen van Athene, Menelaos maar de huid. Toch stroomde een
donkere bloedstroom hem langs dijen en enkels. Verontrust en
verontwaardigd zag echter Agamemnon nu zèker den dag in het verschiet,
waarop Troje zou vallen en het meineedige volk voor de Grieken zou
bezwijken. Terwijl de wond van Menelaos onderzocht en verbonden werd,
ging hij rond door de gelederen, aansporend en vermanend, verheugd waar
hij, ruig van schilden en speren, de benden zag oprukken naar den
strijd als een donkere nevel, die komt aandrijven over zee, lakend,
waar hij weifeling bemerkte en angstig dralen. Weldra trokken, als
golven, die aanrollen naar het strand, de troepen krijgers naar de
vlakte; van den anderen kant naderde het veeltalige heer der Trojanen;
en als twee bergstroomen, die bruisend samenkomen, zoo mengden zich de
strijders in wilde warreling dooreen. Ares en Apollo aan den kant der
Trojanen, Athene aan de zijde der Grieken, spoorden de tragen tot ijver
aan, en velen, van weerszijden, zonken dien dag neer in het stof.
[V.] Van den strijd, die volgde, was Diomèdes, de zoon van Tydeus, de
held. Door een steenworp werd Aeneas door hem gewond; en toen zijn
moeder, Aphrodite, hem te hulp wilde komen, werd ook zij door een speer
aan den pols getroffen. Jammerend trok zij zich terug naar den Olympus;
maar glimlachend ried Zeus haar het krijgswerk maar niet meer ter hand
te nemen; elders lag het terrein, waarop zij zich lauweren kon
verwerven! Ondanks Diomèdes’ onstuimige dapperheid echter wonnen de
Trojanen veld; Hector spoorde hen aan en Ares zelf was in hun midden.
Toen reden ook Hera en Athene uit om de Grieken te helpen. Zelfs tegen
den krijgsgod durfde nu Diomèdes het opnemen; met een speerworp trof
hij hem vóór in den buik en brullend week Ares naar den Olympus terug,
om er zijn wond te doen genezen. De beide godinnen, die haar doel
hadden bereikt, trokken nu evenzeer weg en Achaeërs en Trojanen bleven
weer aan zich zelven overgelaten op het slagveld.