VII. DE HERVATTING VAN DEN STRIJD.

[IV.] Een oplossing in dien zin kon echter Hera en Pallas Athene

kwalijk naar den zin zijn. Zij wisten Zeus te overreden, dat hij Athene

afzond om de Trojanen tot het hervatten van den krijg aan te sporen.

Onkenbaar naderde zij een der Trojaansche krijgers en haalde hem over

een schot op Menelaos te lossen. De pijl snorde weg van de sterk

aangetrokken pees, drong door gordel en pantser, maar schramde, door de

goede zorgen van Athene, Menelaos maar de huid. Toch stroomde een

donkere bloedstroom hem langs dijen en enkels. Verontrust en

verontwaardigd zag echter Agamemnon nu zèker den dag in het verschiet,

waarop Troje zou vallen en het meineedige volk voor de Grieken zou

bezwijken. Terwijl de wond van Menelaos onderzocht en verbonden werd,

ging hij rond door de gelederen, aansporend en vermanend, verheugd waar

hij, ruig van schilden en speren, de benden zag oprukken naar den

strijd als een donkere nevel, die komt aandrijven over zee, lakend,

waar hij weifeling bemerkte en angstig dralen. Weldra trokken, als

golven, die aanrollen naar het strand, de troepen krijgers naar de

vlakte; van den anderen kant naderde het veeltalige heer der Trojanen;

en als twee bergstroomen, die bruisend samenkomen, zoo mengden zich de

strijders in wilde warreling dooreen. Ares en Apollo aan den kant der

Trojanen, Athene aan de zijde der Grieken, spoorden de tragen tot ijver

aan, en velen, van weerszijden, zonken dien dag neer in het stof.

[V.] Van den strijd, die volgde, was Diomèdes, de zoon van Tydeus, de

held. Door een steenworp werd Aeneas door hem gewond; en toen zijn

moeder, Aphrodite, hem te hulp wilde komen, werd ook zij door een speer

aan den pols getroffen. Jammerend trok zij zich terug naar den Olympus;

maar glimlachend ried Zeus haar het krijgswerk maar niet meer ter hand

te nemen; elders lag het terrein, waarop zij zich lauweren kon

verwerven! Ondanks Diomèdes’ onstuimige dapperheid echter wonnen de

Trojanen veld; Hector spoorde hen aan en Ares zelf was in hun midden.

Toen reden ook Hera en Athene uit om de Grieken te helpen. Zelfs tegen

den krijgsgod durfde nu Diomèdes het opnemen; met een speerworp trof

hij hem vóór in den buik en brullend week Ares naar den Olympus terug,

om er zijn wond te doen genezen. De beide godinnen, die haar doel

hadden bereikt, trokken nu evenzeer weg en Achaeërs en Trojanen bleven

weer aan zich zelven overgelaten op het slagveld.

Goden- en Heldensagen · 第 45 / 74 题