III. DE SCHAKING VAN HELENA.

De mooiste vrouw echter, die toen op aarde leefde, was Hèlena, gehuwd

met Menelàos, koning van Sparta. Dus besloot Paris naar Griekenland te

varen om deze Hèlena te schaken. Door Aphrodìte, die hem tot den tocht

had aangespoord, begeleid, begaf hij zich op weg; de godin wist het zoo

te schikken, dat, toen Paris in Sparta aankwam, Menelàos juist op reis

was.

Naar de gewoonte dier tijden nam Hèlena den vreemdeling gastvrij in

haar woning op. Toen Paris haar zag, stond hij sprakeloos van

bewondering. En ook Hèlena kreeg al spoedig den jongeling lief; zij

liet zich overreden haar man te verlaten en met Paris op een schip naar

Troje te vluchten. En niet alleen dat zij haar plicht tegenover

Menelàos vergat, zij nam bovendien nog veel gouden en zilveren

voorwerpen mee, die hem toebehoorden.

Toen hij van zijn reis terugkeerde en bemerkte, dat zijn vrouw gevlucht

en zijn schatten geroofd waren, was Menelàos diep geërgerd en peinsde

op wraak. Hij vernam dat Paris, de zoon van den machtigen koning van

Troje, de roover van zijn vrouw en van zijn bezittingen was; maar hij

voelde zich niet machtig genoeg om alléén de trouweloosheid te wreken

en Hèlena te dwingen naar huis terug te keeren. Daarom zond hij

allereerst naar zijn broeder Agamemnon, den koning van Mycène, en liet

hem weten, wat er was geschied. De machtige Agamemnon beloofde zijn

broeder hulp. Toen werden boden gezonden naar alle Grieksche vorsten om

hen aan te sporen tot deelneming aan den tocht tegen Troje. Van alle

kanten werd medewerking toegezegd; alleen Odỳsseus, de koning van

Ithaca, trachtte zich te onttrekken aan de reis. Hij voelde zich zoo

gelukkig in het bezit van zijn jonge vrouw Penèlope en van zijn

pasgeboren zoontje Telèmachos, dat hij niet kon besluiten zijn

vreedzaam leven te ruilen voor de gevaren van den krijg. Hij hield zich

krankzinnig, toen men hem kwam halen voor den tocht; een ezel en een

stier had hij gespannen voor den ploeg, en hij strooide zout in de

kromme voren, die hij trok in het zand aan den oever van de zee. Toen

legde plotseling Palamèdes den kleinen Telèmachos vlak voor het kouter:

ineens was de houding van Odỳsseus een andere; span en ploeg was hij

volkomen meester. Het ging nu niet langer aan uitvluchten te zoeken;

ook hij trok mee. Op Palamèdes heeft hij zich echter met zijn vriend

Diomèdes later bitter gewroken. Zij begroeven geld in zijn tent, en

beschuldigden hem van verraderlijke verstandhouding met de Trojanen.

Toen het klinkend bewijs op hun aanwijzing werd gevonden, scheen

twijfel niet meer mogelijk; de ongelukkige werd, onschuldig,

veroordeeld en door zijn tochtgenooten gesteenigd.

Andere bekende deelnemers aan den tocht zijn: Nestor, de oude koning

van Pylus, de wijze raadgever der Grieken; Idòmeneus, de heerscher van

Creta; Ajax van Salamis, en zijn broeder Teucer; dan Ajax, de Locriër,

ook de kleine Ajax genaamd, terwijl de andere de groote heette. Door

slimheid en listige overredingskracht muntte Odỳsseus uit; door

dapperheid en mannelijke kracht Achilles, de grootste der Grieksche

helden voor Troje, dien zijn beste vriend en strijdmakker Patroclos

overal vergezelde.

Goden- en Heldensagen · 第 41 / 74 题