II. PRIAMOS EN PARIS.

Koning Prìamos, een zoon van Laòmedon, was getrouwd met Hècabe

(Hecuba), maar had buiten haar nog vele andere vrouwen; zoo had hij

vijftig zonen en vijftig dochters.

Onder zijn dochters waren Polỳxena en Cassàndra de bekendste. De

laatste, even weetgierig als schoon, won de liefde van Apollo. Toen

deze nu haar tot vrouw begeerde, verlangde zij eerst van hem de gave

der voorspelling; maar toen zij die kunst verstond, wilde zij haar

belofte niet gestand doen. De god werd boos en strafte haar woordbreuk

op vreeselijke wijze: niemand zou ooit geloof hechten aan haar

voorzeggingen. Zoo voorzag zij alle rampen, die Troje en haar

bloedverwanten zouden treffen en zij voorspelde ze geheel naar

waarheid, maar niemand sloeg geloof aan haar waarschuwende woorden en

zij werd slechts bespot en uitgelachen.

Van Prìamos’ zonen was Hector de oudste en de dapperste. Zijn vrouw

Andròmache schonk hem een zoontje, Astỳanax geheeten. Maar het meest

bekend van Prìamos’ zonen zou Paris worden, niet door zijn dapperheid

maar door het ongeluk, dat hij bracht over zijn land en over zijn

geslacht.

Reeds vóór zijn geboorte was dit aan zijn ouders voorspeld. Hècabe had

namelijk gedroomd, dat de zoon, die haar geboren zou worden, geheel

Troje in brand zou steken. Daarom had men den knaap in een woud te

vondeling gelegd, in de hoop dat hij er zou omkomen. Doch een berin had

zich over het kind ontfermd, een herder had het gevonden en meegenomen

en als zijn eigen zoon groot gebracht; Alexander had men den knaap

genoemd.

Toen Prìamos bemerkte dat zijn zoon nog leefde en een flinke jongeman

was geworden, wilde hij hem niet meer dooden, in de hoop, dat de booze

voorspelling nu niet meer zou worden vervuld. Hij nam hem tot zich en

droeg hem de zorg op voor zijn groote runderkudde. Deze hoedde Paris

juist aan den voet van den Ida, toen de drie godinnen, door Zeus

gezonden, hem kwamen bezoeken om van hem te vernemen, wie van haar de

schoonste was.

Men kan zich voorstellen, hoe vreemd Paris opkeek. Lang zat hij neer in

aarzelende bewondering; het was hem onmogelijk uitspraak te doen. Toen

wilde Hera door geloften hem overhalen, haar den appel te geven:

rijkdom en macht zou zij hem verleenen. Maar pas bespeurde Athene, dat

Paris onder den invloed dier voorspiegelingen kwam, of zij beloofde hem

wijsheid en krijgsroem, wanneer hij haar den prijs der schoonheid

toekende. En ook Aphrodìte bleef niet achter: de mooiste vrouw, die op

aarde leefde, zou de zijne worden, als hij in haar voordeel besliste.

Toen was het pleit beslecht; aan Aphrodìte reikte hij den appel. Blij

met haar succes, nam zij van nu af Paris onder haar bescherming. Maar

Hera en Athene voelden zich diep beleedigd; koning Prìamos en zijn

geheele geslacht, zelfs de stad Ilium, moesten boeten voor het oordeel

van Paris.

Goden- en Heldensagen · 第 40 / 74 题