De eerste aanleiding tot den Trojaanschen oorlog was de bruiloft van
den Thessalischen koning Peleus met de zeenimf Thetis. Alle koningen,
vorsten en voornamen van Thessalië waren op het bruiloftsfeest
genoodigd, en zelfs de goden waren van den Olympus neergedaald, om bij
het huwelijk van de schoone Thetis, de dochter van den zeegod Nereus,
tegenwoordig te zijn. Alleen Eris, de godin van den twist, had men om
begrijpelijke redenen niet gevraagd. Toen nu het feest in vollen gang
was, trad zij ongenoodigd binnen en wierp in de zaal een gouden appel,
die het opschrift droeg: „voor de schoonste.”
Vele van de vrouwelijke gasten hoopten in het geheim; maar zij lieten
die hoop varen, toen Hera, Athene en Aphrodite aanspraak maakten op het
geschenk. Deze drie wendden zich om een beslissing tot Zeus; maar de
oppergod, die geen der godinnen wilde krenken en toch maar aan ééne den
prijs der schoonheid kon geven, trok zich terug in zijn paleis op den
Ida bij Troje. Ook dààr echter was hij niet veilig, ook dààrheen
vervolgden hem de twistenden en eischten van hem dat hij uitspraak in
het geschil zou doen. Toen verwees hij ze naar Paris, een zoon van
koning Prìamus van Troje, die aan den voet van den Ida de kudden hoedde
en als scheidsrechter zou kunnen optreden.