PERSEUS.

Perseus was de zoon van Zeus en Danaë. Zijn grootvader Acrisius, koning

van Argos, had eens van een orakel de voorspelling ontvangen, dat hij

door de hand van zijn kleinzoon om zou komen. Daardoor verschrikt, liet

hij moeder en zoon in een gesloten kist in zee werpen. Maar Zeus redde

hen en liet hen drijven naar een eiland, waar een gastvrije koning

regeerde. Vriendelijk trok deze zich het lot der ballingen aan en

voedde Perseus op aan zijn hof.

Toen Perseus volwassen was en hij den koning lastig werd, gaf deze hem

de opdracht het hoofd van Medusa te halen. Zij was één der drie

Gorgonen, gevleugelde vrouwen met slangenhaar, en soms ook afgebeeld

met groote slagtanden in den mond. Schrik en ontzetting ging van dat

drietal uit; wie het aanzag, versteende.

Athene en Hermes wezen hem den weg naar haar verre woning aan den rand

van den Oceaan; bovendien werd hij door hun bemiddeling uitgerust met

vleugelschoenen, een zak en een helm, die het vermogen had onzichtbaar

te maken. Ruggelings naderde hij nu het slapende monster, vóór zich het

spiegelgladde schild van Athene. Hij trof het achter zijn rug met het

scherpe zwaard, dat Hermes hem had gegeven, deed snel den afgehouwen

kop in zijn tasch verdwijnen en vloog haastig weg op zijn

vleugelschoenen, onzichtbaar voor de zusters die hem vervolgden.

[Ovidius Metamorphosen. IV. reg. 630 vlgg.] Vermoeid van de lange

vlucht, wilde hij uitrusten bij koning Atlas, die het hemelgewelf op

zijn schouders torste. Maar gedachtig aan een orakel, dat hem

gewaarschuwd had voor een zoon van Zeus, die hem eens zou berooven van

het kostbaarste wat hij bezat, weigerde hij den afgematte op te nemen

en trachtte hem zelfs met geweld uit zijn nabijheid te verjagen. Toen

hield Perseus hem den Medusakop voor: Atlas werd steen; als een hooge

berg verheft hij zich nu nog op Afrika’s noordkust.

[Ov. Met. IV. reg. 662 vlgg.] Toen bond Danaë’s zoon zich de vleugels

aan de voeten en zweefde weldra weer door de lucht over de woonplaats

van vele volken heen. Gekomen aan het land der Aethiopiërs, werd hij

getroffen door een eigenaardig schouwspel: hij zag een jonge vrouw aan

een rots gebonden, die eenzaam uitstak boven de oppervlakte van de zee.

Een lichte wind bewoog zacht haar haren en tranen vloeiden langs haar

wangen; overigens scheen zij een beeld van marmer, zoo stil en zoo

bleek. Vol verbazing hield Perseus zijn vlucht in en vroeg haar naar

haar naam en naar de oorzaak van haar banden. Andròmeda heette zij;

haar moeder had de Nereïden beleedigd door zich mooier te achten dan

zij; die hadden bij Poseidon haar beklag gedaan en de beheerscher der

zeeën had een vloed doen opkomen en een ontzettend monster gezonden,

dat alle dagen uit zee opdook en mensch en dier verslond. Pas als de

dochter van de koningin aan het dier geofferd zou worden, zou de

bezoeking ophouden, had een orakel gezegd. En gedrongen door het volk,

was haar vader tot dien uitersten maatregel overgegaan.

Nauwelijks had zij dit verhaal gedaan, of een geruisch klonk op uit de

heftig bewogen zee; het ondier vertoonde zich en naderde zijn prooi.

Perseus echter nam aan het te dooden als Andròmeda zijn vrouw zou

worden. De wanhopige ouders aanvaardden hem op die voorwaarde gaarne

als hun schoonzoon. Toen verhief hij zich hoog in de wolken, schoot als

een arend op het monster neer en trof het diep met zijn zwaard tusschen

de schouders. Houw op houw volgde; en eindelijk, van een rotspunt af,

gaf hij het den genadestoot, dwars door het lichaam heen. Daarop werd

Andròmeda van haar boeien bevrijd en de blijde bruiloft voorbereid. In

droefheid zou echter de vreugde verkeerd zijn, als niet het Medusahoofd

weer uitredding had gebracht. Phineus, met wien Andròmeda vroeger was

verloofd geweest, trad plotseling met een aantal volgelingen de

feestzaal binnen en eischte de bruid op, die hij zelf had verlaten;

maar met zijn aanhang werd hij door Perseus in steen veranderd.

Nu keerde de held met zijn jonge vrouw naar zijn moeder terug. Maar nog

moest vervuld worden wat het orakel aan zijn grootvader Acrisius had

voorspeld. Toevallig troffen grootvader en kleinzoon elkaar bij een

wedstrijd zonder elkaar te kennen. Perseus deed een ongelukkigen worp

met een discus en trof Acrisius zoo forsch tegen het oog, dat de oude

man doodelijk gewond ter aarde zonk. Te laat werd Perseus gewaar wien

hij had gedood. Hij volgde zijn grootvader in de regeering over Argos

op en leefde verder rustig met zijn gemalin, niet langer vervolgd door

de slagen van het noodlot. Het hoofd van Medusa schonk hij aan Athene,

die het op haar borstharnas of op haar schild hechtte als een

vreeselijk wapen tegen haar vijanden.

Goden- en Heldensagen · 第 27 / 74 题