XLVIII.

--Urania, ik smeek je, help mij!

--Wat is er?

--Kom meê....

Zij had Urania bij de hand als weggesleept van de Breuil en trok haar

meê in een der verlaten salons. De suite der zalen was bijna geheel

verlaten, de dichte drom der gasten stond opgehoopt langs de zijden der

groote danszaal om er de pavane te zien dansen.

--Wat is er, Cornélie?

Cornélie sidderde over hare leden en klemde zich aan Urania's arm. Zij

trok haar naar den versten hoek van het salon. Er was niemand.

--Urania, smeekte zij, in een uiterste trilling van zenuwachtigheid.

Help mij! Wat moet ik doen? Ik heb hem onverwacht ontmoet. Weet je

niet wie? Mijn man. Mijn man, van wien ik gescheiden ben. Ik had hem

al een paar keer gezien, in de straat en op de Jetée. Dien keer, toen

ik zoo schrikte, je weet wel, toen ik bijna flauw viel.... dat was om

hem. Nu, hier, zoo even, heeft hij mij aangesproken. En ik ben bang

voor hem. Ik weet niet wat het is, ik ben bang voor hem. Hij sprak me

heel vriendelijk aan, hij had behoefte met mij te praten. Het was zoo

vreemd. Alles was uit tusschen ons. We waren gescheiden. En in eens

ontmoet ik hem, en hij spreekt met mij, hij vraagt hoe ik het dien tijd

gehad heb; hij zegt, dat ik er goed uitzie, dat ik mooi ben geworden.

Zeg mij, Urania wat moet ik doen. Ik ben bang. Ik heb koorts van angst.

Ik wil weg. Ik zoû het liefst dadelijk weg willen, naar Florence, naar

Duco. Ik ben zoo bang, Urania. Ik wil naar mijn kamer. Zeg Mrs. Uxeley,

dat ik naar mijn kamer wil.

Zij wist nauwlijks wat zij zeide. De woorden ijlden haar over de lippen

in koorts. Mannestemmen naderden. Het waren Gilio, de Breuil, de hertog

di Luca en de jonge journalisten, die zich pousseerden in de wereld.

--Waar blijft de signora De Retz: wij missen haar overal, sprak de

hertog, en de journalisten, in de schaduw van die groote heeren,

beaamden het: zij misten haar overal....

Roep Mrs. Uxeley hier, fluisterde Urania Gilio in. Cornélie is ziek,

geloof ik.... Ik kan haar niet alleen laten. Zij wil naar haar kamer.

Het is goed, dat Mrs. Uxeley het weet, anders wordt zij misschien boos.

Cornélie schertste zenuwachtig, koortsachtig vroolijk, met den hertog

en met de Breuil en de journalisten.

--Wil ik u liever dadelijk naar Mrs. Uxeley brengen? fluisterde Gilio

in.

--Ik wil naar mijn kamer! fluisterde zij smeekend terug achter haar

waaier.

De pavane scheen gedanst te zijn. Stemmen gonsden aan, alsof de gasten

zich weêr verspreidden door de zalen.

--Daar zie ik Mrs. Uxeley, zei Gilio.

Hij ging naar haar toe, hij sprak met haar. Zij minaudeerde eerst,

steunend op den gouden knop van haar stok. Toen trokken hare rimpels

boos te zamen. Zij kwam nader. Cornélie schertste door met den hertog:

de journalisten vonden alles even geestig.

--Ben je niet wel? fluisterde Mrs. Uxeley, nader gekomen, verstoord. En

hoe dan met den cotillon?

--Ik kan wel voor alles zorgen, Mrs. Uxeley, zeide Urania.

--Onmogelijk, lieve prinses: ook zoû ik het niet durven aannemen.

--Stel mij eens voor aan je vriendin, Cornélie klonk achter Cornélie

een diepe stem.

Zij voelde die stem ais brons in zich. Zij wendde zich werktuigelijk

om. Hij was het. Zij scheen hem niet te kunnen ontvluchten. En onder

zijn blik, als gehypnotizeerd, scheen zij, zoo vreemd, haar kracht te

herwinnen. Hij scheen het niet te willen, dat zij ziek was....

Zij murmelde:

--Urania, mag ik je ... een landgenoot ... voorstellen ... Baron Brox

... De prinses di Forte-Braccio.

Urania kende zijn naam, zij wist wie hij was.

--Lieveling, fluisterde zij tot Cornélie. Laat mij je naar je kamer

brengen. Ik zorg voor alles.

--Het is niet meer noodig, zeide zij. Ik ben veel beter. Ik wil alleen

wat champagne drinken. Ik ben veel beter, Mrs. Uxeley.

--Waarom ben je van me weggeloopen? vroeg Rudolf Brox met zijn

glimlach, en zijn oogen in Cornélie's oogen.

Zij glimlachte en zeide, zij wist niet wat.

--Het bal is begonnen, zei Mrs. Uxeley. Maar wie dirigeert straks mijn

cotillon?

--Als ik u van dienst kan zijn, Mrs. Uxeley, zeide Brox. Ik heb een

klein talent voor cotillon-directeur....

Mrs. Uxeley was verrukt. Men sprak af, dat de Breuil en Urania, Gilio

en de gravin Costi, Brox en Cornélie om beurten de figuren zouden

dirigeeren.

--Arme lieveling, sprak Urania aan Cornélie's oor. Is het je mogelijk?

Cornélie glimlachte.

--Ja, ja zeker, ik ben beter, fluisterde zij. En zij begaf zich aan den

arm van Brox naar de danszaal. Urania zag haar in stupefactie na.

Langs lijnen van geleidelijkheid · 第 60 / 67 题