--Urania, ik smeek je, help mij!
--Wat is er?
--Kom meê....
Zij had Urania bij de hand als weggesleept van de Breuil en trok haar
meê in een der verlaten salons. De suite der zalen was bijna geheel
verlaten, de dichte drom der gasten stond opgehoopt langs de zijden der
groote danszaal om er de pavane te zien dansen.
--Wat is er, Cornélie?
Cornélie sidderde over hare leden en klemde zich aan Urania's arm. Zij
trok haar naar den versten hoek van het salon. Er was niemand.
--Urania, smeekte zij, in een uiterste trilling van zenuwachtigheid.
Help mij! Wat moet ik doen? Ik heb hem onverwacht ontmoet. Weet je
niet wie? Mijn man. Mijn man, van wien ik gescheiden ben. Ik had hem
al een paar keer gezien, in de straat en op de Jetée. Dien keer, toen
ik zoo schrikte, je weet wel, toen ik bijna flauw viel.... dat was om
hem. Nu, hier, zoo even, heeft hij mij aangesproken. En ik ben bang
voor hem. Ik weet niet wat het is, ik ben bang voor hem. Hij sprak me
heel vriendelijk aan, hij had behoefte met mij te praten. Het was zoo
vreemd. Alles was uit tusschen ons. We waren gescheiden. En in eens
ontmoet ik hem, en hij spreekt met mij, hij vraagt hoe ik het dien tijd
gehad heb; hij zegt, dat ik er goed uitzie, dat ik mooi ben geworden.
Zeg mij, Urania wat moet ik doen. Ik ben bang. Ik heb koorts van angst.
Ik wil weg. Ik zoû het liefst dadelijk weg willen, naar Florence, naar
Duco. Ik ben zoo bang, Urania. Ik wil naar mijn kamer. Zeg Mrs. Uxeley,
dat ik naar mijn kamer wil.
Zij wist nauwlijks wat zij zeide. De woorden ijlden haar over de lippen
in koorts. Mannestemmen naderden. Het waren Gilio, de Breuil, de hertog
di Luca en de jonge journalisten, die zich pousseerden in de wereld.
--Waar blijft de signora De Retz: wij missen haar overal, sprak de
hertog, en de journalisten, in de schaduw van die groote heeren,
beaamden het: zij misten haar overal....
Roep Mrs. Uxeley hier, fluisterde Urania Gilio in. Cornélie is ziek,
geloof ik.... Ik kan haar niet alleen laten. Zij wil naar haar kamer.
Het is goed, dat Mrs. Uxeley het weet, anders wordt zij misschien boos.
Cornélie schertste zenuwachtig, koortsachtig vroolijk, met den hertog
en met de Breuil en de journalisten.
--Wil ik u liever dadelijk naar Mrs. Uxeley brengen? fluisterde Gilio
in.
--Ik wil naar mijn kamer! fluisterde zij smeekend terug achter haar
waaier.
De pavane scheen gedanst te zijn. Stemmen gonsden aan, alsof de gasten
zich weêr verspreidden door de zalen.
--Daar zie ik Mrs. Uxeley, zei Gilio.
Hij ging naar haar toe, hij sprak met haar. Zij minaudeerde eerst,
steunend op den gouden knop van haar stok. Toen trokken hare rimpels
boos te zamen. Zij kwam nader. Cornélie schertste door met den hertog:
de journalisten vonden alles even geestig.
--Ben je niet wel? fluisterde Mrs. Uxeley, nader gekomen, verstoord. En
hoe dan met den cotillon?
--Ik kan wel voor alles zorgen, Mrs. Uxeley, zeide Urania.
--Onmogelijk, lieve prinses: ook zoû ik het niet durven aannemen.
--Stel mij eens voor aan je vriendin, Cornélie klonk achter Cornélie
een diepe stem.
Zij voelde die stem ais brons in zich. Zij wendde zich werktuigelijk
om. Hij was het. Zij scheen hem niet te kunnen ontvluchten. En onder
zijn blik, als gehypnotizeerd, scheen zij, zoo vreemd, haar kracht te
herwinnen. Hij scheen het niet te willen, dat zij ziek was....
Zij murmelde:
--Urania, mag ik je ... een landgenoot ... voorstellen ... Baron Brox
... De prinses di Forte-Braccio.
Urania kende zijn naam, zij wist wie hij was.
--Lieveling, fluisterde zij tot Cornélie. Laat mij je naar je kamer
brengen. Ik zorg voor alles.
--Het is niet meer noodig, zeide zij. Ik ben veel beter. Ik wil alleen
wat champagne drinken. Ik ben veel beter, Mrs. Uxeley.
--Waarom ben je van me weggeloopen? vroeg Rudolf Brox met zijn
glimlach, en zijn oogen in Cornélie's oogen.
Zij glimlachte en zeide, zij wist niet wat.
--Het bal is begonnen, zei Mrs. Uxeley. Maar wie dirigeert straks mijn
cotillon?
--Als ik u van dienst kan zijn, Mrs. Uxeley, zeide Brox. Ik heb een
klein talent voor cotillon-directeur....
Mrs. Uxeley was verrukt. Men sprak af, dat de Breuil en Urania, Gilio
en de gravin Costi, Brox en Cornélie om beurten de figuren zouden
dirigeeren.
--Arme lieveling, sprak Urania aan Cornélie's oor. Is het je mogelijk?
Cornélie glimlachte.
--Ja, ja zeker, ik ben beter, fluisterde zij. En zij begaf zich aan den
arm van Brox naar de danszaal. Urania zag haar in stupefactie na.