XL.

Urania snikte zenuwachtig in Cornélie's armen, toen zij de jonge

prinses zeide, dat zij dien morgen vertrok. Zij waren met Duco alleen

in Urania's eigen salon.

--Wat is er gebeurd? vroeg zij snikkende.

Cornélie vertelde haar den vorigen avond.

--Urania, zeide zij ernstig; ik weet het, ik ben coquet. Ik vond het

prettig met Gilio te praten; noem het flirten, als je wilt. Ik heb

er nooit een geheim van gemaakt, noch voor Duco, noch voor jou. Ik

beschouwde het als amuzement en niet meer. Misschien heb ik verkeerd

gedaan; ik heb je er vroeger al meê geërgerd. Ik heb je beloofd het

niet meer te doen, maar het schijnt sterker dan ik. Het ligt in mijn

natuur, en ik zal me er niet om verdedigen. Ik beschouwde het als zoo

weinig, als aardigheid en amuzement. Maar misschien is het slecht.

Vergeef je het mij? Ik ben zooveel van je gaan houden: het zoû me leed

doen, als je me niet vergaf....

--Verzoen je met Gilio en blijf nog....

--Onmogelijk, mijn lieve meid. Gilio heeft mij beleedigd, Gilio

heeft tegen Duco zijn mes getrokken, en ik vergeef hem die dubbele

beleediging nooit. Het is dus onmogelijk langer te blijven.

--Ik blijf zoo alleen! snikte zij. Ik ook, ik hoû veel van je, ik hoû

van jullie beiden. Is er geen middel.... Bob verlaat mij ook morgen. Ik

blijf heelemaal alleen. Wat heb ik hier. Niemand, die van mij houdt....

--Je houdt heel veel over, Urania. Je hebt een doel om voor te leven;

je kunt veel goed doen in je omgeving.... Je stelt belang in dit

kasteel, dat je eigen nu is.

--Het is alles zoo hol! snikte zij. Het geeft me niets. Ik heb behoefte

aan sympathie. Wie is er die van mij houdt? Ik heb geprobeerd van Gilio

te houden, en ik hoû ook wel van hem, maar hij, hij geeft niets om mij.

Niemand geeft hier om mij....

--Ik geloof, dat je armen van je houden. Je hebt een edel doel.

--Ik ben daar ook blij om, maar ik ben te jong, om alleen voor een doel

te leven. Ik heb verder niets. Niemand geeft iets om mij hier.

--Prins Ercole toch....

--Neen, hij minacht me. Wil ik je wat vertellen? Ik heb je vroeger eens

verteld, dat Gilio mij gezegd had ... dat er geen familie-juweelen

waren, dat alles was verkocht? Herinner je je wel? Nu, er zijn

familie-juweelen. Ik heb dat begrepen uit een gezegde van de gravin di

Rosavilla. Er zijn familie-juweelen. Maar prins Ercole bewaart ze in

de Banca di Roma. Zij minachten mij en ik ben eenvoudig onwaardig ze

te dragen. En voor mij doen ze alsof er niets meer is. En het ergste

is!... dat al hun kennissen, geheel hun côterie weet, dat ze er zijn en

bewaard worden in de Bank, en dat ze allen prins Ercole gelijk geven.

Mijn geld is hunner wel waardig, maar ik niet hun oude juweelen, de

juweelen van hun grootmoeders!

--Het is een schande! zei Cornélie.

--Het is de waarheid! snikte zij. O, leg het bij; blijf hier nog, om

mij....

--Oordeel zelf, Urania: het is ons heusch niet mogelijk.

--Het is waar, gaf zij zuchtende toe.

--Het is alles mijn schuld.

--Neen, neen; Gilio is soms zoo hevig ...

--Maar zijn hevigheid, zijn drift en zijn jaloezie zijn mijn schuld.

Ik heb er spijt van, Urania, om jou. Vergeef mij. Kom mij in Rome

opzoeken, als je er komt. Vergeet mij niet, en schrijf, niet waar. Nu

moet ik mijn koffer pakken. Hoe laat gaat de trein?

--Tien uur vijf-en-twintig, zei Duco. Wij gaan samen.

--Kan ik afscheid nemen van prins Ercole? Laat belet voor mij vragen.

--Wat zal je hem zeggen?

--Het allereerste, dat mij in den geest komt: dat een vriendin in Rome

erg ziek is, dat ik er heen ga en dat Van der Staal mij begeleidt,

omdat ik zenuwachtig ben. Het kan me niets schelen wat prins Ercole

denkt.

--Cornélie....

--Lieveling, ik heb heusch geen tijd meer. Omhels me, vergeef me. En

vergeet mij niet. Adieu, we hebben een lieven tijd samen gehad: ik ben

veel van je gaan houden....

Zij wrong zich van Urania los, ook Duco nam afscheid. Zij lieten de

prinses snikkende alleen. Op den corridor ontmoetten zij Gilio.

--Waar gaat u heen? vroeg hij met zijn nederige stem.

--Wij gaan met den trein van tien uur vijf-en-twintig.

--Het doet mij veel leed....

Maar zij gingen door en lieten hem staan, terwijl in het salon Urania

snikte.

Langs lijnen van geleidelijkheid · 第 52 / 67 题