Duco had eerst de invitatie van den prins niet willen aannemen, maar
Cornélie zeide hem, dat zij het prettiger vond als hij ging. En het
was een keurig diner geweest in de restauratie van het Grand-Hôtel,
en Cornélie had zich uitstekend geamuzeerd en zij had er allerliefst
uitgezien in een oude gele baljapon, die nog dateerde uit haar eerste
huwelijksdagen, dien zij fluks een beetje veranderd had en met de
antieke kant van den prins gedrapeerd. Urania was heel mooi geweest,
blank, frisch, schitterende oogen, schitterende tanden, in een heel
nieuwerwetsch eng aansluitend toilet van zwart-blauwe pailletten op
zwarte tulle, alsof zij was in een pantser: de prins had gezegd: sirene
met schubbestaart. En van andere tafels had men veel naar hun tafeltje
gegluurd, want een ieder kende Virgilio di Forte-Braccio; een ieder
wist dat hij een rijke Amerikaansche erfgename zoû trouwen, en een
ieder had gevonden, dat hij zeer het hof maakte aan de slanke, blonde
vrouw, die niemand kende.... Zij was getrouwd geweest--meende men--;
zij chaperonneerde de aanstaande prinses; en zij was zeer bevriend met
dien jongen man, een Hollandschen schilder, die in Rome studeerde. Men
had er spoedig alles van geweten....
Cornélie had het aardig gevonden, dat men naar haar gekeken had en
zij had zoo opvallend gecoquetteerd met den prins, dat Urania boos
was geworden. En den volgenden morgen vroeg, tenwijl Cornélie nog
in bed lag, niet meer denkende aan gisteren avond, maar peinzende
over een fraze in haar brochure--werd er geklopt, bracht de meid
haar ontbijt en brieven, en zeide, dat Miss Hope haar spreken wilde.
Cornélie liet Urania binnen komen, terwijl zij in bed bleef en hare
chocola, dronk. En verbaasd zag zij op, toen Urania haar dadelijk
overviel met verwijtingen, uitbarstte in snikken, schold, en een
hevige scène maakte, en zeide, dat zij haar nu doorzag, bekende, dat
de marchesa haar op het hart had gedrukt voorzichtig te zijn voor
Cornélie en haar een gevaarlijke vrouw had genoemd. Cornélie liet
haar uitvaren en antwoordde koel, dat zij zich geen kwaad bewust
was, dat zij integendeel Urania had gered; dat zij, integendeel, als
getrouwde vrouw, Urania als chaperonne van dienst was geweest, haar
niet zeggende, dat de prins alleen met haar, Cornélie, had willen
dineeren.... Maar Urania wilde niet hooren en vaarde voort....
Cornélie zag haar aan en vond haar vulgair in die woede, sprekende
haar Amerikaansch-Engelsch, alsof zij kauwde op hazelnooten, en, koel,
antwoordde zij eindelijk:
--Beste meid, je maakt je nerveus om niets. Maar als je dat liever
hebt, zal ik den prins schrijven, dat hij mij geen attenties meer
bewijst....
--Neen, neen, dat niet: Gilio zal denken, dat ik jaloersch ben....
--En wat ben je dan?
--Waarom accapareer je je van Gilio? Waarom flirt je met hem? Waarom
stel je je met hem aan, zooals gisteren, in een volle restauratie?
--Nu, als je dat niet gaarne hebt,... zal ik niet meer met Gilio
flirten en me niet meer met Gilio aanstellen.... Je heele prins gaat
mij niets aan....
--Een reden te meer.
--Het is afgesproken, hoor kindje.
Hare koelheid kalmeerde Urania, die vroeg:
--En blijven wij toch "good friends?"
--Maar natuurlijk, beste meid. Is er een aanleiding om ons te
brouilleeren? Ik zie er geen....
Beiden, prins en Urania, waren haar totaal onverschillig. Zij had
tegen Urania eerst wel gepreekt, maar om een algemeen idee: toen zij
later inzag Urania's onbeduidendheid, trok zij hare belangstelling van
het meisje terug. En hinderde haar wat vroolijkheid en onschuldige
hofmakerij, nu, dan zoû het gedaan zijn.... Hare ideeën waren meer bij
de drukproeven van haar artikel, die de post haar had gebracht.... Zij
stond op, rekte zich uit.
--Ga in de zitkamer, Urania-lief, en laat mij even mijn bad nemen....
Na een poos kwam zij, frisch en glimlachend bij Urania terug in de
zitkamer. Urania weende.
--Beste meid, wat trek je je toch aan? Je illuzie is bijna bereikt. Je
huwelijk is zoo goed als zeker. Je wacht een antwoord uit Chicago? Je
bent ongeduldig? Telegrafeer dan. Ik had dadelijk getelegrafeerd. Je
denkt toch niet, dat je vader er iets op tegen heeft, dat je hertogin
di San Stefano wordt?
--Ik weet het niet van mezelve, weende Urania. Ik weet het niet, ik
weet het niet....
Cornélie haalde de schouders op.
--Je bent nog verstandiger dan ik dacht....
--Ben je heusch een goede vriendin? Kan ik je vertrouwen? Kan ik
vertrouwen op je raad?
--Ik wil je niet meer raden. Ik heb je geraden. Nu moet jezelve weten.
Urania vatte haar hand.
--Wat zoû je gaarne zien: dat ik Gilio nam ... of ... niet?
Cornélie zag haar diep in de oogen.
--Je maakt je ongelukkig om niets. Je denkt, en de marchesa denkt het
denkelijk met je, dat ik je Gilio wil ontnemen? Neen lieveling, ik zoû
niet willen trouwen met Gilio, al was hij koning en keizer. Ik heb iets
socialistisch in mij: ik trouw niet om een titel....
--Ik ook niet....
--Natuurlijk, lieveling, jij ook niet. Ik zoû het nooit durven beweren,
dat je het deed.... Maar je vraagt me, wat ik gaarne zag? Nu, ik
antwoord je heel eerlijk: ik zie gaarne niets. Het laat me heelemaal
koud.
--En je noemt je mijn vriendin....
--Ach, beste kind, dat wil ik ook wel blijven. Maar overstelp mij dan
niet op mijn nuchtere maag met zooveel verwijten....
--Je bent coquet....
--Van natuur, soms. Ik zal het heusch niet meer zijn, met Gilio.
--Heusch?
--Ja, natuurlijk. Wat kan het me schelen. Ik vind hem amuzant, maar als
het je hindert, offer ik gaarne mijn amuzement aan je op. Zooveel tel
ik het niet.
--Je houdt van Mr. Van der Staal?
--Heel veel....
--Ga je met hem trouwen, Cornélie?
--Wel neen, kindlief. Ik trouw niet meer. Ik weet wat het huwelijk
is. Ga je meê met me wat wandelen? Het is mooi weêr en je bent me zoo
overvallen met je griefjes, dat ik van morgen toch niet werken kan.
Het is prachtig weêr: kom, dan gaan we bloemen koopen op de Piazza di
Spagna....
Zij gingen, zij kochten de bloemen, Cornélie bracht haar thuis bij
Belloni. Toen zij verder liep, op weg naar de osteria om te ontbijten,
hoorde zij iemand haar inhalen. Het was de prins.
--Ik zag u al van het begin van de Via Aurora. Urania ging juist naar
huis?
--Prins, zeide zij dadelijk. Het mag niet meer.
--Wat?
--Geen visites, geen scherts, geen cadeaux, geen diners in het
Grand-Hôtel en geen champagne.
--Waarom niet?
--De aanstaande prinses wil het niet.
--Is zij jaloersch?
--Cornélie vertelde hem van de scène.
--En u mag zelfs niet met me meêloopen.
--Jawel.
--Neen, neen.
--Ik doe het toch.
--Dus het recht van den man, van den sterkste?
--Juist.
--Mijn roeping is er tegen te strijden. Maar voor vandaag ben ik mijn
roeping ongetrouw.
--U is allerliefst ... als altijd.
--Dat mag u niet meer zeggen.
--Ze is vervelend, Urania.... Zeg mij, wat raadt u mij? Moet ik haar
trouwen?
Cornélie schaterlachte.
--U vraagt beiden _mij_ raad!
--Ja, ja, wat denkt u?
--Zeker, trouw haar!
Hij zag niet hare minachting.
--Wissel uw blazoen voor haar beurs, ging zij voort en lachte, en
lachte.
Nu zag hij er iets van.
--U veracht mij, ons beiden misschien.
--O, neen....
--Zeg mij, dat u me niet veracht.
--U wil mijn opinie weten. Urania is een allerliefst goed kindje, maar
dat niet alleen moet reizen. En u....
--En ik?
--U is een charmante jongen. Koop mij die viooltjes, wil u....
--Dadelijk, dadelijk....
Hij kocht het boeketje.
--U is zoo dol op viooltjes, niet waar....
--Ja. Dit moet uw tweede ... en laatste geschenk zijn. Hier nemen wij
afscheid van elkaâr.
--Neen, ik breng u thuis.
--Ik ga niet naar huis.
--Waarheen dan?
--Ik ga naar de osteria. Meneer Van der Staal wacht mij daar.
--Hij is wel gelukkig!
--Waarlijk?
--Kan het anders!
--Ik weet het niet. Dag, prins.
--Inviteer mij, smeekte hij. Laat mij samen met u lunchen.
--Neen, sprak ze ernstig. Heusch niet. Het is beter van niet. Ik
geloof....
--Wat....
--Dat Duco precies is als Urania....
--Jaloersch?... Wanneer zie ik u dan weêr?
--Heusch, het is beter van niet.... Dag, prins. Merci ... voor de
viooltjes.
Hij boog over hare hand. Zij begaf zich naar de osteria en zag, dat
Duco door het raam hun afscheid had gezien.