XXI.

Toen zij thuis kwam vond zij een kaartje van den prins. Het was een

gewone beleefdheid na gisteren avond--haar geïmprovizeerd bezoek in

het Palazzo Ruspoli--en zij dacht er verder niet aan. Zij was in een

prettige stemming, prettig voor zichzelve; tevreden, dat haar werk

--artikel eerst--was aangenomen door "Het Recht der Vrouw"; later zoû

zij het als brochure uitgeven; tevreden, dat zij Duco genoegen had

gedaan met den Memmi. Zij verkleedde zich in haar peignoir en zette

zich bij het vuur in hare mijmerhouding en zij dacht er over hoe zij

gevolg zoû kunnen geven aan hare groote plannen.... Tot wie zoû zij

zich moeten wenden? Er had in Londen een Internationaal Vrouwen-Congres

plaats en "Het Recht der Vrouw" had haar een prospectus gezonden. Zij

bladerde er in. Verschillende vrouwelijke leiders zouden spreken: tal

van sociale kwesties zouden worden behandeld: de psychologie van het

kind; de verantwoordelijkheid der ouders; de invloed der toelating van

vrouwen, tot alle beroep, op het huiselijk leven; vrouwen in kunst,

in medicijnen; de vrouw in de mode, de vrouw in huis, op het tooneel;

wetten voor huwelijk en scheiding....

Kleine biografieën der spreeksters, met portretten, waren er

bijgevoegd. Het waren Amerikaansche en Russische, Engelsche, Zweedsche,

Deensche vrouwen; bijna elke nationaliteit was vertegenwoordigd.

Het waren oude en jonge vrouwen; sommige mooi, sommige leelijk;

sommige mannelijk, sommige vrouwelijk; sommige hard en energiesch met

inseksueele jongensgezichten; een enkele elegant, gedecolleteerd en

gefrizeerd. In groepen waren ze niet te verdeelen. Wat was in haar

leven de stoot geweest om meê te strijden voor het vrouwelijk recht?

In sommige zeker neiging, natuur; in een enkele roeping; in een vierde

meêdoen met mode.... En in haarzelve, wat was de stoot geweest...? Zij

liet den prospectus zakken in haar schoot, en zij staarde in het vuur

en dacht na.... Voor haar oog trok weêr haar salon-educatie, haar

huwelijk, hare scheiding....

Waar was de stoot...? Waar was de aanleiding...? Geleidelijk was zij

er toe gekomen te reizen, haar gezichtskring uit te breiden; na te

denken, kunst te willen kennen, het moderne leven der vrouwen....

Geleidelijk was zij gegleden langs de lijn van haar leven, zonder veel

te willen, zonder veel te strijden, zelfs zonder veel te denken, en

zonder veel te voelen Zij blikte in zichzelve, als las zij een modernen

roman, psychologie van een vrouw.... Soms schéen zij te willen, soms

te willen strijden, als nu, met hare groote plannen.... Soms dacht

zij, als dezer dagen dikwijls, bij haar gezellig vuur. Soms voelde

zij, als voor Duco nu.... Maar meestal was haar leven geleidelijkheid

geweest, glijden langs de lijn, die zij gaan moest, met zachten

vingerdruk van het noodlot.... Een oogenblik zag zij het duidelijk

in. Veel oprechtheid was in haar: ze speelde geen komedie, noch voor

zichzelve, noch voor anderen. Tegenstrijdigheden waren in haar, maar

zij bekende ze zich allen, voor zoover zij zich zag. Maar het open van

hare ziel werd haar duidelijk in dit oogenblik. Het complexe van haar

wezen zag zij even schitteren met zijn facetten.... Geschreven had

zij, met impulsie en uit intuïtie, maar was haar geschrift goed? Een

twijfel rees in haar op. Het wetboek lag op tafel, haar nog bijgebleven

uit hare scheidingsdagen ... maar had zij de wet goed begrepen? Haar

artikel was aangenomen, maar waren de redactrices van "Het Recht der

Vrouw" oordeelkundig? Haar blik weêr latende gaan over die portretten

van vrouwen, hare biografieën, over de ernst en hardheid van sommige,

werd zij bang, dat haar werk niet goed zoû zijn,--te oppervlakkig;--en

dat hare gedachten niet werden geleid door studie en kennis.... Maar

ook kon zij zich voorstellen haar eigen portret in dien prospectus

met er onder haren naam en die korte toevoeging: schrijfster van: "De

Maatschappelijke Toestand der Gescheiden Vrouw," verschenen in Het

Recht der Vrouw; met datum, etcetera. En zij glimlachte: wat klonk dat

hoog overtuigend! Maar wat was het moeilijk te studeeren, te doen, en

te weten en te handelen en zich te bewegen in de moderne beweging van

het leven! Zij was nu in Rome: zij had gaarne in Londen willen zijn.

Maar de reis convenieerde haar niet op het oogenblik. Zij had zich rijk

gevoeld toen zij Duco's Memmi kocht, denkende aan haar honorarium: en

nu voelde zij zich arm. Zij had gaarne naar Londen willen gaan....

Maar Duco zoû zij dan gemist hebben. En het congres duurde maar een

week. Hier was zij nu wat ingeburgerd, zij begon van Rome te houden,

van hare kamers, van het Colosseum, ginds als donkere boog, als sombere

coulisse aan het einde der stad, er achter de vaagblauwe bergen....

Toen kwam een gedachte in haar op aan den prins, en voor het eerst

dacht zij aan gisteren, zag zij dien avond terug, avond van scherts en

champagne--: Duco stil en boudeerend, Urania neêrgedrukt--en de prins,

klein, levendig, slank, opgewekt uit zijne matheid van gedistingeerd

viveur, en met zijn toegeknepen karbonkelen van oogen. Zij vond hem wel

aardig, zij hield een enkelen keer wel van dien toon van coquetterie en

flirt, en de prins had haar begrepen. Urania had zij gered: daar was

zij zeker van: zij voelde de voldoening van hare goede daad....

Zij was te lui om zich aan te kleeden en naar den restaurant te gaan.

Zij had niet veel honger en zij zoû alleen maar wat soupeeren met wat

zij thuis in haar kast had: een paar eieren, brood, wat vruchten. Maar

ze dacht aan Duco en dat hij zeker haar wachten zoû aan hun tafeltje

en zij schreef hem een briefje, dat zij door het jongentje van de

concierge bezorgen liet....

Duco ging juist de trappen af, om uit te gaan, naar de restauratie,

toen hij het ventje op de trap ontmoette. Hij las het briefje en het

was hem, als ondervond hij een groote teleurstelling. Hij voelde zich

klein, treurig als een kind. En hij ging terug naar zijn atelier, stak

een enkele lamp aan, gooide zich op een breeden divan, en bleef in den

schemer turen naar den engel van Memmi, die, nog op den stoel, vaag

goud opstraalde in het midden der kamer, zoet als een troost, met zijn

gebaar van annonciatie, alsof hij aankondigen wilde al het geheim, dat

wel gebeuren zoû gaan....

Langs lijnen van geleidelijkheid · 第 25 / 67 题