XVI.

Reeds langen tijd was het een idee-fixe van Cornélie, dat zij met

Urania Hope moest spreken, en op een morgen schreef zij een briefje

en vroeg belet voor dien middag. Miss Hope antwoordde toestemmend en

om vijf uur vond Cornélie haar thuis in haar mooi en duur salon van

Belloni: veel licht op, veel bloemen; Urania, hamerende op de piano,

in een robe-d'interieur van Venetiaansche kant, terwijl een rijke

tea met koekjes, boterhammetjes, bonbons, was klaargezet. Cornélie

had geschreven, dat zij Miss Hope over een belangrijk onderwerp

alleen wilde spreken en vroeg ook dadelijk of zij alleen zouden zijn,

twijfelende, nu Urania haar zoo receptie-achtig ontving. Maar Urania

stelde haar gerust: zij had alleen thuis gegeven voor Mrs. De Retz,

en zij was zeer nieuwsgierig waarover Cornélie haar wilde onderhouden.

Cornélie herinnerde Urania hare eerste waarschuwing en toen Urania

lachte, vatte zij haar hand en zag haar met zulke ernstige oogen aan,

dat zij indruk maakte op de luchtige natuur van het Amerikaansche

meisje, en Urania geïntrigeerd werd. Nu vond zij het eensklaps zeer

gewichtig--een geheim, een intrigue, een gevaar in Rome!--en zij

fluisterden samen. En Cornélie, niet angstig meer in deze toenemende

vertrouwelijkheid, bekende haar wat zij op het Kerstbal overhoord

had, door de opengekraakte deur: de machinatie van de marchesa met

haar neef, dien zij met alle geweld koppelen wilde aan een rijke

erfgename ter wille van des prinsen vader, die haar item zooveel

voor dat huwelijk scheen beloofd te hebben. Daarop sprak zij over de

bekeering van Miss Taylor, door Rudyard bewerkt; Rudyard, die niet met

haar, Urania, scheen te kunnen klaar komen--geen vat krijgende op haar

argelooze, maar luchtige vlindernatuur, en--als Cornélie vermoedde,

--daarom de ongenade van zijn geestelijke superieuren zich op den hals

had gehaald, en verdwenen was, zonder zijn schuld aan de marchesa

te hebben kunnen voldoen. Nu scheen hij vervangen te zijn door de

beide monsignori, die er deftiger, wereldscher uitzagen, en zalvender

waren, met meer glimlach. En Urania, starende in dit gevaar, in die

lagen aan hare voeten, waarin Cornélie haar eensklaps blikken liet,

verschrikte nu werkelijk, werd bleek, en beloofde op hare hoede te

zijn. Eigenlijk had zij maar dadelijk hare kamenier willen zeggen in

te pakken om zoo spoedig mogelijk Rome te verlaten, naar een andere

stad, in een ander pension, waar veel adel was: adel was zoo lief! En

Cornélie, ziende, dat zij indruk gemaakt had, voer voort, sprak over

zichzelve, sprak over het huwelijk, zeide, dat zij een brochure had

geschreven tegen het huwelijk en over den Maatschappelijken Toestand

van de Gescheiden Vrouw. En zij sprak over het leed, dat zij had

doorgemaakt, en over de Vrouwenbeweging in Holland. En, eenmaal op

dreef, kon zij zich niet betoomen, heviger en heftiger, tot Urania

haar erg knap vond--a very clever girl--zoo te kunnen redeneeren en

te schrijven over een "question brûlante." Zij gaf een flinken nadruk

op de eerste lettergrepen der Fransche woorden, bekende, dat zij wel

gaarne kiesrecht zoû willen hebben, en plooide bij die woorden den

langen sleep van haar kanten tea-gown uit. Cornélie sprak over de

onrechtvaardigheid der wet, die de vrouw niets laat, alles ontneemt,

geheel dwingt in de macht van den man, en Urania was het met haar

eens en prezenteerde het schaaltje met fijne bonbons. En onder een

tweede kop thee spraken zij, opgewonden, beiden te samen, de eene

niet hoorende naar wat de andere betoogde, en Urania zeide, dat het

"a shame" was. Van een algemeene beschouwing kwamen zij weêr op hare

eigen belangen: Cornélie beschreef het karakter van haar man, in zijn

grofheid de natuur van een vrouw niet begrijpende, en niet toegevende,

dat een vrouw naàst hem stond, en niet beneden. En nogmaals kwam zij

terug op de Jezuïeten, op het gevaarlijke in Rome voor rijke meisjes

alleen, op die tang van een marchesa, en op dien prins: getiteld

lokaas, dat de Jezuïeten uitwierpen, om een ziel te winnen, en een

verarmd Italiaansch huis,--dat den Paus was trouw gebleven, en den

koning niet diende--te verbeteren in zijn finanties. En zij waren

beiden zoo hevig en opgewonden, dat zij niet hoorden, hoe er geklopt

werd, en eerst opzagen, toen de deur langzaam open ging. Zij schrikten,

zagen op, en verbleekten beiden toen zij den prins van Forte-Braccio

zagen binnenkomen. Hij verontschuldigde zich met een glimlach, zei,

dat hij licht gezien had in het salon van miss Urania, dat de portier

hem wel belet had gegeven, maar dat hij het consigne geforceerd had. En

hij zette zich, en trots alles wat zij zooeven besproken hadden, vond

Urania het verrukkelijk, dat de prins daar zat, en een kop thee van

haar aannam en een koekje wilde eten.

En Urania toonde haar album met wapens--de prins had het zijne er al

in afgedrukt--en toen haar album met stalen van de baljaponnen der

koningin. Toen lachte de prins en zocht uit zijn zak een couvert: hij

opende het en haalde er voorzichtig uit een lapje blauw brokaat met

zilveren parelen bewerkt. Wat was het? vroeg Urania verrukt. En hij

zeide, dat hij haar bracht een staal van het nieuwste toilet van Hare

Majesteit; zijn nicht,--niet een Zwarte, als hij, maar een Witte; niet

pauselijk, maar koningsgezind, hofdame der Koningin,--had hem dit

lapje weten te bezorgen voor Urania's album. Urania zoû het zelve zien:

de koningin zoû dit toilet dragen op het hofbal over een week. Hij ging

daar niet heen, hij ging zelfs niet officieel naar zijn nicht, niet

naar hare receptie's, maar hij zag haar toch uit familierelatie, uit

vriendschap. Nu smeekte hij Urania hem toch niet te verraden: het kon

hem kwaad doen in zijn carrière,--welke carrière? vroeg Cornélie zich

af--als men wist, dat hij zijn nicht veel zag, maar hij had haar veel

bezocht, den laatsten tijd, voor Urania, om dat staaltje te krijgen.

En Urania was zoo dankbaar, dat zij alles vergat van den

maatschappelijken toestand van meisje en vrouw, getrouwd of ongetrouwd,

en zij had haar kiesrecht gaarne geofferd voor zoo een lieven

Italiaanschen prins. Cornélie ergerde zich, stond op, groette met een

koele hoofdbuiging den prins, en trok Urania even meê bij de deur:

--Vergeet ons gesprek niet, waarschuwde zij. Wees op je hoede.

En zij zag den prins, toen zij fluisterden, sarcastisch naar haar

kijken, vermoedende, dat zij over hèm sprak, radende een antipathie in

die Hollandsche vrouw, maar prat op de macht van zijn persoonlijkheid

en zijn titel en zijn attenties, voor de dochter van een Amerikaanschen

tricot-fabrikant.

Langs lijnen van geleidelijkheid · 第 20 / 67 题