II

De eerste maal, dat ik het Groothertogdom bezocht, sloeg ik, naar

aanleiding eener aanbeveling van vrienden, mijn tent op in het stadje

Diekirch. En nooit heb ik daarvan spijt gehad. Zoo dikwijls ik later

in het Hoogland terugkeerde, bleef Diekirch mijn hoofdkwartier.

Wel ontken ik niet, dat b.v. de naaste omtrek van Echternach

veel stouter en schilderachtiger is en rijker aan indrukwekkende

natuurtafereelen, die hem aanspraak geven op den naam van _Petite

Suisse Luxembourgeoise_. Maar op grond van mijne ervaring durf ik

gerust verklaren, dat wie met het geheele land, het noorden zoo

goed als andere gedeelten, wil kennis maken, niet beter kan doen

dan te Diekirch zijn intrek nemen, om dit als uitgangspunt voor

zijn tochtjes te kiezen. Van daar kan men die in alle richtingen

gemakkelijk maken en, behoudens een enkele uitzondering, op den

zelfden dag thuiskomen. Dit is met de hoofdstad, Echternach of een

andere plaats als hoofdverblijf, niet altoos het geval.

Niet onmogelijk is het, uit het hart van Nederland op één dag den tocht

naar Diekirch, ook over Brussel en verder over de stad Luxemburg,

af te leggen. Doch hij is wel wat vermoeiend. Men loopt gevaar,

als men Namen achter den rug heeft, na zoovele uren sporens, door

afmatting onvatbaar te worden voor het genot van het natuurschoon,

dat het verdere gedeelte der reis zoo kwistig aanbiedt. Ook van het

goede kan men soms te veel krijgen!

Over Luik en Ettelbrück is de afstand korter, de weg nog prachtiger

en zijn de kosten ook geringer, zoowel wanneer men van Luik met

de Ourthe-baan tot Rivage, en van daar door het heerlijke dal der

Amblève de reis maakt, als wanneer men de voorkeur geeft aan de iets

langere, maar niet minder belangwekkende lijn Luik-Pepinster-Spa-Trois

Vierges-Luxemburg, door het Vesdre-dal met zijn talrijke kunstwerken,

die het kronkelen van dat bergstroompje noodig heeft gemaakt, en

voorts door de valleien van den Hoëgne, den Wayay, en het eerste

gedeelte van het dal der Amblève. Bij den ingang van dat der Salm,

aan het station Trois Ponts, waar de Amblève rechts afslaat, om bij

Rivage in de Ourthe uit te loopen, ontmoeten de in beide richtingen,

met een tijdsverschil van drie kwartier uur, uit Luik vertrokken

treinen elkander om te worden aaneengekoppeld en vereenigd verder

te sporen, tot zij op een kleinen afstand van de grensplaats Gouvy

het Belgische grondgebied verlaten en door een langen tunnel dat

van Luxemburg betreden. Bij het eerstvolgende station Trois Vierges

bereiken zij de vallei der Woltz of Clerf en spoeden straks in die der

Wiltz zich voort. Te Trois Vierges, ook wel naar het bloeiende dorp in

zijn nabijheid Ufflingen geheeten, zijn de bureelen der Luxemburgsche

douane gevestigd of liever die van het Duitsche Tolverbond, waarin

het Groothertogdom ten jare 1867 is opgenomen.

Van hier tot Ettelbrück heeft men het indrukwekkendste gedeelte van

de gansche lijn. De spoortrein loopt er door het hart der Ardennen,

die, gelijk men weet, zich uitstrekken over het Fransche departement

der Ardennen, de Belgische provinciën Luxemburg, Namen, Luik,

de noordelijke helft van het Groothertogdom en over de pruisische

grenzen in de richting van Aken en Keulen. Aschgrauwe rotsgevaarten,

op elkander gestapeld, verheffen zich aan de eene zijde der baan,

aan de andere liefelijke beemden met talrijke boomgaarden beplant

en door snelvlietende stroompjes besproeid. Doch een tunnel brengt u

telkens eensklaps met donderend geraas aan den anderen kant van den,

u den weg versperrenden bergrug en doet het tooneel geheel veranderen.

Op vele punten, waar men tusschen de muren van graniet een doorgang

heeft moeten banen, schijnen de bijna loodrecht zich in de lucht

verheffende steenen kolossen elkander grimmig te willen naderen,

om den voorbijratelenden trein in hun omarmingen te verpletteren. De

langste tunnel, die van Michelau, de voorlaatste dien men doorgaat, is

bekranst met de trotsche bouwvallen van Bourscheid. Het is of deze van

verre den bezoeker van het Groothertogdom het dreigend protest in de

ooren wil donderen van den krijgshaftigen geest der middeleeuwen tegen

de overweldigingen der vredelievende industrie van de moderne tijden!

Na het dal der Wiltz doorgespoord te hebben, komt men bij Goebelsmühle

in de vallei der Sûre, in wier wateren genoemd riviertje zich uitstort,

en die, ontsprongen in de Belgische provincie Luxemburg nabij het

plaatsje Sûre, waaraan zij waarschijnlijk haar naam dankt, niet ver

van Martelange als hoofdrivier het Groothertogdom betreedt. Als kostte

het haar moeite zich tusschen de haar bezoomende rotspartijen een

weg te banen, doorsnijdt zij het van het westen naar het oosten en

splitst het in twee zeer ongelijksoortige deelen: het noordelijke,

_Oesling_ of _Esling_ geheeten, en het zuidelijke _Gutland_, goed

voor den landbouw namelijk. Van den naam _Oesling_ kan men niet met

zekerheid de afleiding en beteekenis vaststellen, daar er verschillende

verklaringen van in omloop zijn. Het is een zeer boschrijk Hoogland,

dat een verhevenheid bereikt van 552 meter. De valleien, die het

doorsnijden, zijn diep en schilderachtig en met steile rotsgevaarten

ommuurd.

Van Michelau bereikt men in weinige minuten Ettelbrück, waar de

Alzette zich in de Sûre stort en de wateren van deze doet zwellen.

In het Sûredal, dat men, gelijk wij opmerkten, bij Goebelsmühle

betreedt, wordt het oog aanvankelijk geboeid door soortgelijke

natuurtafereelen als in de andere dalen: groene, lachende weiden en

stoute rotspartijen. Deze worden door een paar tunnels en bruggen

afgewisseld, tot men Ettelbrück nadert en het dal plotseling zich

ziet verwijden.

Hier, de voornaamste marktplaats der gansche streek, heeft men het

middelpunt der spoorbanen, die het land in verschillende richtingen

doorkruisen. Oostwaarts loopt de lijn der Prins-Hendrik-maatschappij,

voorbij Diekirch en Echternach, altoos de schilderachtige

oevers der Sûre volgende, tot Wasserbillig, waar zij zich met de

lijn Guillaume-Luxembourg vereenigt, die, met Trois Vierges als

uitgangspunt, over Ettelbrück de hoofdstad in een uur bereikt en deze

met Trier verbindt.

Van Ettelbrück brengt u de trein in een klein kwartier te Diekirch.

In Luxemburg's Gutland De Aarde en haar Volken, 1907 · 第 2 / 6 题