(Hij was notaris onder keizer Frederik II. Deze dichter is "de notaris"
die met Buonagiunta en Guittone d'Arezzo bleef "aan gene zijde van
den zoeten nieuwen stijl") (Louteringsberg XXIV 54-57).
Liefde is Begeerte, door het groot vermogen
Van welgevallen in het hart verwekt,
Het allereerst ontspringt de Liefde uit de oogen
En 't is het hart dat voedsel haar verstrekt.
Wel komt bijwijl die drang in ons getogen,
Zonder dat zichtbaar schoon hem tot zich trekt;
Maar schoonheid die we aanschouwen met onze oogen
Is 't toch die sterkste en hechtste liefde wekt;
Wijl de oogen aan het hart het goed en kwaad
Melden getrouwelijk van alle dingen,
Zooals Natuur hen altemaal formeert;
En 't hart dat deze taal terdeeg verstaat,
Voelt diepverheugd Begeerte in zich ontspringen:
En dat is Liefde, die den mensch regeert.