Tot korten dag en wijdgekringde schaduw
Ben 'k nu gekomen en 't witten der heuvlen,
Waar alle kleur verdwijnt in 't vale kruid;
Maar nòg verloor Verlangen niet zijn groen,
Wijl 't zóó diep wortelt in dien harden steen,
Die spreekt en voelt als ware hij een Vrouwe.
Aleveneens blijft deze jonge Vrouwe
Bevroren zooals sneeuw die ligt in schaduw;
Want evenmin ontdooit haar als een' steen
Het zoet getijde dat verwarmt de heuvlen
En weer hun wit verkeeren doet in groen,
Naar het met bloemen hen bekleedt en kruid.
Wen zij het hoofd omkranst met geurend kruid,
Verjaagt ze uit mijn gedachte elke andre Vrouwe;
Zóó schoon vervlecht zij 't golvend blond en 't groen,
Dat liefde zelf zich neerzet in hun schaduw;
En waar zij zit, tusschen twee lage heuvlen,
Mij vaster houdt dan kalk den metselsteen.
Haar schoon heeft grooter kracht dan eedle steen;
Voor wonden die zij toebrengt wast geen kruid;
Zoodat ik vluchten over vlakte en heuvlen
Moest om te ontkomen aan 't gevaar dier Vrouwe.
Maar nergens schenkt mij voor haar aanschijn schaduw
Hoogte noch muur, noch dichter wouden groen.
Ik zag haar eens, ganschelijk gekleed in groen;
Zòò schoon, dat zij gewekt hadde in een steen,
Die liefde die 'k gevoel reeds voor haar schaduw.
'k Noodde in een dal haar, bont van bloemig kruid--
Als kon zij minnen 'lijk een andre Vrouwe--
Rondom besloten door geweldige heuvlen.
Doch éér vloeien de stroomen tot de heuvlen
Terug, eer ooit dit hout, sappig en groen,
Vlam vatte--als 't voegt toch zulk een schoone Vrouwe--
Aan mij; hoewel 'k wou slapen op een steen
Mijn leven lang en weiden 't wilde kruid,
Zoo 'k van haar kleed slechts schouwen mocht de schaduw.
Wanneer de heuvlen zwarten door de schaduw
Van 't zomergroen, doet deze jonge Vrouwe
Gelijk een steen haar schuil gaan onder 't kruid.
Deze sestina behoort tot de z.g. "steen-canzones", door Dante in
zijn tijd van overgave aan "ijdelheden van korte bate" na den
dood van Beatrice gewijd aan een zekere Pietra degli Scrovigni
(pietra = steen), over wier hardheid hij zich beklaagt. Sommigen
meenen echter dat deze canzones en ook de bovenstaande sestina
zuiver "allegorisch" bedoeld zijn. De wreede Pietra zou de stad
Florence zijn, liggend in een dal "rondom besloten door geweldige
heuvlen".--De vorm van dit gedicht is vòòr Dante in de Italiaansche
poëzie niet gebruikt. Dante zelf zegt dat hij hier den Provençaal
Arnaut Daniel navolgt.