VI.

Aan Vrouwe Pietra degli Scrovigni.

Ik vloek den dag dat mij voor 't eerst verblijd

Het licht heeft dier verraderlijke oogen;

En 't uur dat ge in mijn hart gekomen zijt

En hebt mijn ziel er ganschlijk aan onttogen!

Ik vloek de vijl van mijn kunstvaardigheid,

Die blank sleep al dier schoone woorden logen,

Die 'k voor u vond en heb in rijm gerijd,

Opdat men eeuwig u zoude eeren mogen!

En 'k vloek mijn eigen waan-verwarden geest,

Die willoos aan de zware razernij

Zich vastklemt van uw schoone en schuldge leest,

Waarvoor zelfs Amor geenen meineed vreest;

Zoodat een ieder hem bespot, maar mij,

Die 't wiel van de fortuin wil wenden, 't meest.

Het Nieuwe Leven (La Vita Nuova) · 第 25 / 48 题