[16] =Waarloos hout= heet men aanboord der schepen alle houten
voorwerpen, die ingescheept worden om op reis, als het noodig is, andere
van dezelfde soort te vervangen.
[17] Een karveel was een Portugeesch vaartuig van middelbare grootte,
dat met driehoekige zeilen getuigd was. Deze zeilen heetten
latijnzeilen, omdat ze in gebruik waren bij de volken, die de kusten der
Middellandsche Zee bewoonden. Men noemt die volken ook wel eens de
Latijnsche volken. Waar we nu wat verder van =Latijnsche tuigage=
spreken, zullen onze lezers wel weten, wat daarmede bedoeld wordt.
[18] Toewan besaar = Groote Heer. Het is de naam waarmede de Javaan den
Gouverneur-Generaal aanspreekt. =Toewan= is =heer= en =besaar= is
=groot=.