kameelen stooten tegen u aan met hun zware lasten, terwijl muilen en
ezels elkaâr trachten voorbij te gaan, vergetend, dat er geen ruimte
is en de rivier onder u met bruisend geweld voortstroomt. Er ontsnapt
mij altijd een zucht van verlichting, als ik den tegenoverliggenden
oever heb bereikt. Het klimaat van Mosoel is zeer verschillend in
zomer en winter, die uitersten van temperatuur aanwijzen. In de warme
maanden slapen alle inwoners op hun daken. Dat begint al op den eersten
Juni en duurt voort vijf maanden lang, of tot den val van de eerste
regens. Veel van de woningen hebben "sirdabs" of vertrekken onder den
grond, om te gebruiken op het midden van den dag. Het marmer, waar
de meeste huizen van gebouwd zijn, houdt de hitte lang vast, zoodat
ze niet afkoelen in den avond en op het eind van de warmteperiode
ondragelijk heet zijn geworden. Daarom trachten wij in Augustus
of September eens een maand vacantie te nemen. Er zijn geen koele
plaatsen in de buurt, en men moet wel drie of vier dagen reizen,
om een dragelijk zomerverblijf te vinden. Wij gingen een paar jaren
naar een groot huis ongeveer drie mijlen van Mosoel, ons afgestaan
door een patiënt van mijn man. De hitte was er overdag ook geweldig,
maar in den regel waren de avonden heerlijk koel, en de rivier liep
er langs het benedeneind van den tuin.
De winters zijn vaak in Mosoel gruwelijk koud. Twee jaar geleden was
de Tigris bijna geheel bevroren, en drie dagen lang konden we geen
ander water krijgen dan van gesmolten sneeuw. De kou was zoo hevig,
dat de mannen stierven onder hun werk. Wij konden bij die kou de
patiënten niet in het hospitaal houden, en daar we geen kachels in de
zalen hadden, konden we niet verwarmen. Maar het was een recordwinter,
en in honderd-vijftig jaren had men zoo'n vorst niet gehad.
Lente en herfst zijn aangename seizoenen in Mosoel, vooral de
eerste. In Maart, April en een deel van Mei staat het land vele mijlen
ver rondom Mosoel vol wuivend koren, een verkwikkend gezicht voor
vermoeide oogen. Als het gras gegroeid is tot zoowat een voet hoogte,
slaan alle stedelingen tenten op buiten de stad en brengen daar hun
dagen door. Wie paarden hebben, maken ze vóór hun tenten vast en laten
ze naar hartelust gras eten. Een vriend leende ons verleden jaar een
tent, en zes weken lang genoten we de weelde van een verblijf in
het groen! Van onze congregatie gingen elken dag enkele leden mee
naar buiten, en om beurten zorgden we voor afternoon tea. Het was
een genot buiten het bereik van de hitte der stadsmuren te zijn en,
hoe kort dan ook, den heerlijken geur van de korenvelden te ruiken.
Ook de herfst is wel prettig; maar in den regel duurt dat seizoen te
kort. De zomers duren, tot de regendagen beginnen, en dan wordt het ook
bijna dadelijk koud. De grootste beproeving komt tegen het eind van
den zomer, als de wolken komen opdagen. Het is wonderlijk, hoe knap
de inboorlingen kunnen voorspellen, wanneer de eerste wolken kunnen
worden verwacht. Ze duren veelal van tien tot twaalf dagen, en het
is een verlichting, als ze aftrekken of zich in regen oplossen. Over
't geheel is het klimaat van Mosoel niet ongezond. In het koelste deel
van ons huis noteerden wij als hoogste temperatuur 110° Fahrenheit;
maar de gemiddelde hitte van de warmste maanden ligt tusschen 98°
en 105°! Drie of vier maanden van die warmte is inderdaad te veel!
Het land rondom Mosoel is goed bebouwd, en koren is het
hoofdproduct. Het succes van den graanoogst is totaal afhankelijk
van de winter- en voorjaarsregens. Als het veel regent, is de oogst
overvloedig; maar als het een droog seizoen is, ziet het er slecht
uit. Er zijn een paar primitieve installaties aan de Tigris voor het
ophalen van water voor irrigatie met schepraderen, maar daar ze hoog
zijn belast door de regeering, zijn het er niet veel. Die eenvoudige
manier, om water te krijgen, wordt ook nog duur, omdat men er de
werkkracht van twee mannen bij noodig heeft en ten minste twee ossen
of muildieren.
Tuinen bij de stad worden op die wijze besproeid met water uit de
rivier of uit diepe putten; maar de groote uitgestrektheid met graan
bezaaide grond is afhankelijk van den regenval. Ook katoen wordt
verbouwd en uitgevoerd. Meloenen, komkommers en tomaten, kweekt
men algemeen, en daar de rivier in den zomer terugtreedt, wordt de
vochtige bedding gebruikt voor watermeloenzaad, dat daar prachtige
oogsten levert.
In de bergen worden veel vruchten gekweekt, die op ezels naar beneden
worden gebracht. Abrikozen zijn er in overvloed; kersen, pruimen,
perziken in geringer hoeveelheid. De beste appels worden van Damascus
aangevoerd. Ze zien er mooi uit, maar hebben weinig geur. Druiven
worden veel gekweekt en zijn zeer lekker, vooral de groote, blauwe
soort; ook is er een witte druif, die heel geurig is. In de tuinen
bij Mosoel vindt men allerlei groenten, erwten, spinazie, wortels,
bieten, uien, artisjokken en nog veel meer. Aardappels komen uit
Perzië en hebben soms zooveel van de lange reis te lijden, dat
ze alleen geschikt zijn, om weggegooid te worden, als ze Mosoel
bereiken. Den vorigen winter werden veel honderden zakken aardappelen
in de rivier geworpen, daar ze bedorven waren op de reis naar Mosoel
en dus oneetbaar waren geworden.
Spinnen en weven zijn de voornaamste industrieën van Mosoel. Heel
sterk katoen wordt er gemaakt en ook wel wollen goed. Jaren geleden
bloeide die industrie meer dan nu, en de naam mousseline moet van
Mosoel afkomstig zijn uit den tijd, toen de Franschen lang geleden
de stof uit die stad uitvoerden. Het weven is het werk der mannen,
terwijl de vrouwen spinnen en katoen en wol verven. Ook wordt er
bont uit Mosoel uitgevoerd. Vossenvellen worden er veel aangeboden,
en een jas, met dat bont gevoerd, kost 50 pond sterling.
Die drie groote quaesties omtrent Mesopotamië zullen veel invloed
hebben op de toekomst van Mosoel. De eerste vraag betreft de
scheepvaart op de Tigris van Bagdad tot Mosoel. Als die eens goed
geregeld is, zal het met invoer en uitvoer in Moesel beter gaan. Ook
de Bagdadspoorweg zal de beteekenis van Mosoel doen toenemen, want
het Oosten zal erdoor in nauwere aanraking komen met het nabije
Westen. En het belangrijkste punt in verband met de toekomst van
Mosoel is de irrigatie van Mesopotamië, waardoor die heele uitgestrekte
woestijn in een tuin zal kunnen worden veranderd. Men behoeft daartoe
maar eenvoudig de oude, assyrische manier van besproeiing te doen
herleven. Die methode bestond in het graven van kanalen door het land
tusschen de rivieren Euphraat en Tigris. Kaarten van die kanalen kan
men nog zien in het Britsch Museum en andere plaatsen. Die groote
vaarten, gegraven in den bloeitijd van het Assyrische rijk, zijn nu
dichtgeslibd, nadat ze vele eeuwen lang door de bewoners zijn gebruikt.
Layard zegt in zijn "Ontdekking van Nineveh": "Herodotus beschrijft
de buitengewone vruchtbaarheid van Assyrië en de overvloedige
graanoogsten, waarbij het zaad twee- en driehonderdvoudig
vrucht voortbracht en voegt erbij, dat in dien tijd de Assyriërs
even afhankelijk waren van kunstmatige besproeiing als van de
winterregens. "Zij maakten machines voor het ophalen van het water en
hun stelsel van kanalen was even merkwaardig om de vindingrijkheid
als om de hydraulische kennis, die eruit sprak". Als het resultaat
der besproeiing in die oude dagen twee- en driehonderdvoudige oogsten
waren, zullen, als men er nu toe overgaat met de vermeerderde kennis
van natuurwetenschap en de ruimere ervaring, de oogsten nog veel
overvloediger zijn.
Men heeft berekend, dat acht millioen pond sterling voldoende
zouden zijn, om alle oude kanalen van Mesopotamië te heropenen met
de zekerheid, dat de aldus besproeide landen eindelooze voordeelen
zouden opleveren.
Zoo God het wil, "ensha' allah," zal dit veelbesproken plan spoedig
worden uitgevoerd, en Mesopotamië zal dan weer het land van koren en
wijn worden, van brood en vruchten, olijfolie en honing.
Als men het heele vilayet Mosoel neemt, bedraagt de bevolking wel haast
anderhalf millioen inwoners, en de stad Mosoel alleen moet een kleine
zeventig duizend inwoners hebben. Er wonen allerlei nationaliteiten
en stammen, die vaak hun eigenaardigheden hebben behouden en ook
hun eigen taal spreken. In de stad zijn het meest Arabieren, van wie
verreweg het grootste deel Mohammedanen zijn. Zij vormen natuurlijk
het godsdienstig element van het volk en zijn tevens de veroveraars,
wat ze nooit schijnen te vergeten. Op de markt, in de moskee en op
straat laat de Mohammedaan altijd merken, dat hij de heer en meester
is. Een Christen komt er altijd slecht af op de markt, want als hij
bij een Mohammedaan koopt, mag hij de waren niet aanraken en moet
altijd op goed vertrouwen handelen.
In alle moskeeën, die eenmaal christenkerken waren, preekt de mollah
met ontbloot zwaard in de hand, opdat het volk zich herinnere, dat de
mohammedaansche leer door het zwaard werd verbreid en, zoo noodig,
op dezelfde manier moet worden gehandhaafd. Christenen en Joden
doen op straat, alsof zij zich wel voor den Mohammedaan onzichtbaar
wilden maken. De Mohammedanen doen hun macht gevoelen; maar toch
hebben ze graag christenbedienden in huis, en in vele harems zijn de
slavinnen, dat zijn de meisjes, die voor haar leven verkocht zijn,
kinderen van christelijke ouders, die voor enkele ponden hun dochters
hebben verkocht. En het tegenovergestelde is ook waar, namelijk dat
christengezinnen dikwijls de voorkeur geven aan een mohammedaansch
bediende.
Er zijn vijftien á twintig duizend Christenen in Mosoel, die hun
bekeering al dateeren vanaf Sint Thomas; anderen kwamen uit Bagdad
naar Mosoel ten tijde van het Kalifaat. Die Christenen zijn het geloof
hunner vaderen trouw gebleven, vervolging en beproevingen ten spijt. Er
zijn tegenwoordig in Mosoel veel verschillende secten van Christenen,
Chaldeërs, Syriërs, Nestorianen, Jacobieten, Armeniërs en Grieken.
Een uitspanning, waar alle inwoners van Mosoel genoegen in vinden,
is een jaarlijksch bezoek aan een warme zwavelbron. Die bron is
zoowat twaalf mijlen van Mosoel verwijderd op den weg naar Bagdad en
heet Hammam Ali. Een dorpje is om de bron heen ontstaan, maar kan in
't minst niet voorzien in wat de duizenden bezoekers, die er in den
vroegen zomer komen, noodig hebben. Om aan hun behoeften te gemoet
te komen, heeft men er kramen of tenten neergezet, met droog gras
gedekt, die door een familie gehuurd kunnen worden voor den tijd van
haar bezoek. Twee jaar geleden had men uitgerekend, dat tien duizend
menschen uit Mosoel daar tegelijkertijd logeerden, huizend in ruimten
zonder eenig gerief en zonder eenige hygiënische voorziening, zoodat
het niet behoefde te verwonderen, dat er veel ziekte heerschte en
dat menigeen, die er genezing kwam zoeken, er den dood vond.
Verleden jaar waren weer zulk een groot aantal menschen te Hammam
Ali bijeen, toen op een avond een half afgebrande lucifer achteloos
werd weggeworpen met het gevolg, dat binnen weinige minuten een groot
deel van de kramen in brand stonden. Er kwamen veel kinderen om en
ook twee vrouwen. Den volgenden dag trokken velen weg uit het oord
van de ramp. Wij waren toen in een huis, dat halfweg tusschen Mosoel
en Hammam Ali lag, en zagen den optocht van vertrekkende bezoekers,
een aanhoudenden stroom, die bleef vloeien van den morgen tot den
avond. Maar na eenige dagen was de treurigheid vergeten, en de
bezoekers begonnen weer terug te komen.
Op een keer zagen wij de beroemde badplaats. Het was laat in den avond,
toen wij er kwamen, en we hadden geen tent. De dorpelingen boden ons
vriendelijk het gebruik van het bad, de Hammam, aan voor den nacht;
maar toen wij eens inspectie hadden gehouden, bedankten we voor het
vriendelijk aanbod. De plaats was vochtig en vuil, en het rook er heel
onaangenaam. Wij gaven er de voorkeur aan, den nacht door te brengen in
een stal, ofschoon daar rattengaten te zien waren! Des morgens bracht
ik een bezoek aan het bad, daar het een dag van vrouwenbaden was,
en ik vond alles dicht bezet door vrouwen en kinderen. Het water was
zeer warm, en ik verbaasde mij erover, hoe ze het konden uithouden,
er zoo lang in te blijven. Enkelen zagen er dan ook uit, of ze gekookt
waren. Gezonde vrouwen en kinderen baadden er in hetzelfde water als
anderen, die aan allerlei kwalen en huidziekten leden. Maar ze waren
allen gelukkig en tevreden, en ik kon de arme schepsels niet anders
dan gelukkig achten om die afleiding in haar treurig en eentonig
leven daar aan de oevers van de Tigris.
Dat is een breede rivier, die wedijveren kan met de Euphraat,
waar zij in lengte voor moet onderdoen, maar niet in oudheid en
historischen roem. Zij hebben beide het voorrecht, dat aan haar
oevers de romantische plek moet hebben gelegen van het Paradijs van
Adam en Eva. De tuin van Eden lag, volgens de overlevering in die
streek, dichtbij de plaats, waar Tigris en Euphraat samenkomen. Wij
gingen er voorbij op onze reis van Basra naar Bagdad; maar het
land was overstroomd door de voorjaarsregens, dus kregen wij de
Paradijsschoonheid niet te zien.
De Tigris kan, evenals de Euphraat, bogen op belangwekkende
betrekkingen tot enkele van de oude koninkrijken onzer aarde. In
de buurt bouwde het Assyrische rijk zijn prachtige, versterkte
steden. Daniël verhaalt van vizioenen, die hij had aan hun oevers,
Cyrus moet met zijn troepen erlangs zijn getrokken, Alexander versloeg
de Meden en de Perzen in deze omgeving, terwijl in de vlakte van
Nineveh de dynastie der Omayaden-khaliefen ten onder werd gebracht,
om plaats te maken voor die der Abassiden.
Ten allen tijde is de Tigris een snelstroomende rivier; maar de
snelheid wisselt af met de seizoenen. De grootste vaart heeft het
water in het voorjaar, als de sneeuw op al de omringende bergen smelt
en naar de rivier vloeit, zoodat de oevers onder water komen te staan
en de snelheid groot is. In dien tijd is het mogelijk, over de rivier
van Mosoel naar Bagdad te reizen in acht-en-veertig uren, terwijl
het in den nazomer en herfst minstens tien of twaalf dagen duurt,
eer die reis voltooid is. De loop heeft veel bochten en kronkelingen
en is 1040 mijlen lang. De breedte is zeer ongelijk. Te Mosoel is
ze even beneden de vierhonderd voet, te Bagdad omstreeks zeshonderd,
en op een plek, waar een zijtak zich met den stroom vereenigt, is de
breedte meer dan duizend voet.
De bronnen van de Tigris bevinden zich op een hoogte van ongeveer
vijfduizend voet boven het zeeniveau, maar het grootste deel van
het verval komt voor in den bovenloop, en als de rivier Mosoel heeft
bereikt, is de hoogte boven de oppervlakte der zee nog maar 353 voet,
en de verdere loop heeft een geleidelijke daling. Met heel weinig
moeite zou de Tigris goed bevaarbaar kunnen worden gemaakt tot Mosoel,
want de ergste bezwaren zijn rotsen in de rivier, die men wel met
dynamiet of een andere springstof kan doen verdwijnen.
In den zomer en den herfst is het water zeer ondiep, en stoombooten
zouden groote moeite hebben, om naar Mosoel te komen, doch eenig
kundig ingenieurswerk zou de rivier bevaarbaar kunnen maken in alle
jaargetijden. Toen een paar malen stoombooten Mosoel hebben aangedaan,
wekte dat groote verbazing onder de bevolking. De laatste dertig
jaren wordt er nu al in de stad over stoombooten gepraat, maar het
blijft bij praten. Wij hoorden een jaar geleden, dat twee stoombooten
gecharterd waren, om tusschen Mosoel en Bagdad dienst te doen, en er
werd enkel gewacht op een firman van den Sultan, maar wij hebben ze
tot nog toe niet zien verschijnen.
In afwachting van de stoombooten inwijding volgen de inboorlingen nog
op de rivier dezelfde methoden, die al gangbaar waren in Abrahams
tijd. Ze gebruiken een soort van vlot, dat voor passagiers en
voor goederen dienst kan doen. Het bestaat uit een aantal geiten-
of schapen vellen, opgeblazen en stevig aan elkaâr bevestigd, waar
dwarse houten balken over zijn gelegd en stevig vastgebonden zijn. De
huiden worden iederen dag nagezien en, zoo noodig, opgeblazen; er
moet groote zorg worden gedragen, dat ze nat blijven, want als ze
droog worden, barsten ze licht. Zoo'n vlot heeft als bemanning één
of twee inboorlingen, die niets anders te doen hebben dan de "kelek"
te besturen, dat het vlot in het midden van den stroom blijft, ver van
gevaarlijke rotsen en banken. Voor dat doel wordt een ruwe roeiriem
gebruikt, gemaakt van een boomtak, met palmbladen aan het eind,
waar de riem breeder moet zijn. De kelek drijft met den stroom mee,
en de passagiers amuseeren zich vaak met zingen en verhalen vertellen.
Als er een Europeaan mee reist, wordt er nog al eens voor hem een
hutje opgezet. Een lichte opstelling latwerk, juist groot genoeg,
dat er een reisbed en stoel kunnen staan, wordt met vilt bedekt of
met waterdicht doek op het vlot gezet. Bij aankomst in Bagdad wordt
het geheel verkocht voor zoowat de helft van den oorspronkelijken
prijs. De eigenaar van de kelek verkoopt het houtwerk van zijn vlot,
pakt zeer zorgvuldig zijn huiden in en gaat over land naar Mosoel
terug, daar de stroom te sterk is, dan dat hij denzelfden weg, dien
hij heen is gegaan, ook terug zou kunnen afleggen. Hij is nu klaar,
om weer voor een nieuwen tocht een overeenkomst te sluiten. Bij
goed weêr is zoo'n reis met een kelek een alleraangenaamste manier
van verplaatsing, veel prettiger dan een karavaanreis te land. Men
heeft niet die vervelende voorbereiding 's avonds en 's morgens. De
eigenaar legt eenvoudig het vlot des avonds ergens vast, en zoodra het
licht wordt, maakt hij zijn touwen los, en weg glijdt het vaartuig,
terwijl de passagier rustig doorslaapt, onbewust van eenige beweging.
Maar, helaas, in den zomer is de rivier de speelplaats van eindelooze
massa's vliegen en muggen, zoodat men haast niet tot rust komt, bij
dag noch bij nacht. En natuurlijk is bij een storm een kelek geen
heel veilig schip.
De kooplieden uit Mosoel gebruiken deze vlotten, om hun waren naar
Bagdad te vervoeren en naar andere plaatsen stroomaf. Na den oogst kan
men dagelijks veel keleks uit Mosoel zien vertrekken, zwaar beladen
met graan. Alle goederen, voor zuidelijker plaatsen bestemd, worden
aldus vervoerd. Voor die groote handelsvlotten gebruikt men drie-
à vierhonderd schapen- of geitenvellen, terwijl andere van vijftig
tot tweehonderd zijn gemaakt, al naar gelang van de eischen van 't
vervoer. Een Europeaan, die alleen ging reizen, zou zoowat tusschen
de honderdvijftig en tweehonderd huiden noodig hebben, om een tamelijk
geriefelijk vlot te krijgen.
Inboorlingen bezigen vaak één enkele opgeblazen huid, om de rivier
af te reizen en komen er wel eens mee tot Bagdad zelfs. Dat heeft
onlangs een man in vier-en-twintig uren volbracht. Het is lang zoo
gemakkelijk niet, als het lijkt, om op zoo'n huid in evenwicht te
blijven; wij hebben het bij 't baden vaak geprobeerd, maar vonden het
verschrikkelijk moeilijk. De Arabieren gebruiken ze ook als veerbooten;
ze nemen dan hun kleêren op het hoofd in een bundel bijeen en houden
die zoo droog.
In een dorp bij Mosoel heb ik ook vrouwen zoo over de rivier zien gaan,
soms met een kind op den rug en een grooten bundel waschgoed. De
Arabieren, mannen, vrouwen en kinderen, zijn heelemaal thuis in
de rivier; ze zwemmen als eenden en doen allerlei spelletjes in het
water, alleraardigst, om uit de verte naar te kijken. Het lange, losse
kleed houden de vrouwen dan wel aan en nemen den zoom van den rok
in den mond, om er geen last van te hebben bij 't zwemmen. Verleden
jaar waren wij een poos gelogeerd in een kasteel dichtbij de rivier,
zoowat een uur rijden van Mosoel. Toen we daar vertoefden, baadden
wij bijna iederen dag, en een klein boschje, dat tot aan den oever
van den stroom liep, was onze kleedkamer. Bovendien gaf de eigenaar
van het kasteel aan de dorpelingen bericht, dat het boschje iederen
middag vrouwenverblijf was, zoodat wij er volkomen vrij waren. Ik nam
een arabische vrouw in dienst, om mij te leeren zwemmen, als mijn man
verhinderd was. Zij kon zelf zwemmen als een visch, maar ze had er
geen idee van, het aan iemand anders te leeren. Toch was ik de kunst
meester geworden lang vóór het eind van onze vacantie. Ze liet mij
een hand op haar schouder leggen en riep dan: "Sla nu uit!" daaruit
bestond haar heele onderwijs uit dat eene woord: "Sla uit!"
Als men erop let, wat er al zoo in de rivier drijft, is het geen
aangename gedachte, dat de stroom onzen eenigen watervoorraad levert
voor drinken en de huishouding en alles. Gaan we naar de plek waar de
waterdragers ons water halen, dan wordt het er niet aangenamer op. Op
die plaats wasschen honderden vrouwen de kleederen; mannen en jongens
zijn er aan het zwemmen; paarden, muildieren en ezels genieten in het
slib, terwijl er hoogstwaarschijnlijk een paar doode katten of honden
ronddrijven. Alles verzamelt zich op die bevoorrechte plek. Het is
dus zoo vreemd niet, dat ons water vaak op modder lijkt. Natuurlijk
filtreeren wij ons drinkwater en koken het altijd ook nog vóór het
gebruik. Het wordt van de rivier ons thuisgebracht in huiden op den
rug van muildieren of ezels voor een bedrag van drie shillings en vier
pence (twee gulden holl.) voor honderd huiden. Het lijkt gek, op die
manier voor water te betalen, dat tegen betrekkelijk weinig onkosten
gemakkelijk naar ieder huis kan worden aangevoerd door buizen uit de
rivier, die zoo dicht in de buurt is. Een energiek wali in Damascus
heeft dat gedaan weten te krijgen met benijdbaar goed resultaat.
De vischverkoopers zitten gewoonlijk te visschen op de brug. Meestal
gebruiken ze een hengel, met als aas stukjes vleesch of brokjes
meloen. Ook wordt er wel vergif gestrooid, om de visschen te dooden,
die dan boven komen drijven en gemakkelijk kunnen worden gevangen. In
den zomer is het gewaagd, om visch in den bazar te koopen en als
ik er zeker van wil zijn, dat ik versche visch krijg, stuur ik een
bediende naar de brug, en hij ziet de visch vangen, die hij mij thuis
brengt. Natuurlijk vindt hij het niet prettig, in de zon te zitten
wachten en gaat liever naar het koffiehuis vlak bij de rivier, om,
als er een paar uur verloopen zijn, met leêge handen terug te komen
met de boodschap: "Er was vandaag geen visch in de rivier."
Rivieren zonder bruggen zijn een ware beproeving voor het geduld,
als men op reis is. Het duurt zoo lang, eer alles overgezet is en
de overvaart heeft meestal plaats aan het eind van een etappe,
als men al vermoeid is en, ik moet het maar bekennen, niet in
zijn beste humeur. Het wachten in de brandende zon, terwijl de
booten worden gehaald, het vermoeiende marchandeeren en alle andere
geduldsbeproevingen worden honderdmaal moeilijker te dragen, doordat
men weet, dat daar aan den overkant de rustplaats is voor den verderen
dag en den nacht, zóó dichtbij en toch zoo veraf! Als ge zoo zit aan
den verkeerden kant van de rivier, is het moeilijk, kalm te blijven
en in vrede met alle menschen. Wat wou ik graag net als de dieren
maar naar de overzij zwemmen! Een klein bedrag moet men geven voor
het transport van ieder dier, en dus geeft de muildierdrijver er vaak
de voorkeur aan, zelf over te zwemmen en zijn dier mee te nemen. In
den regel is er maar één veerboot; dus men moet zijn beurt afwachten,
en daar ieder overtocht zoowat een uur duurt, wordt er soms veel van
het geduld gevergd.
De veerboot is een groote platboomde schuit, anti-diluviaansch van
voorkomen, en men verbaast zich erover, hoe ze het gewicht kan dragen,
dat erop wordt geladen. Als een rijtuig moet worden overgezet, worden
de paarden eerst uitgespannen; dan wordt het voertuig op de pont
getild, en passagiers en paarden moeten maar staan, waar er ruimte is.
Zijt ge eenmaal aan den overkant, dan is 't leed nog niet geleden, want
als de tent zal worden opgeslagen, blijkt het, dat een van de palen
achtergebleven is. Dus maar weer wachten. Of je denkt, dat een kopje
thee den tijd zou kunnen verdrijven, en je bemerkt, dat de houtskool
nog aan den overkant is. Er is niets te doen dan te wachten, tot alles
er is, om te beginnen met toebereidselen voor de welverdiende rust.
Er is wel eens gezegd, dat er niet zoo heel veel schoonheid te zien
is achter den sluier in Turksch-Arabië. Daar ben ik het niet mee
eens, want ik heb heel mooie gezichten gezien onder de vrouwen uit
Mosoel. Er zijn schoonheden voor elken smaak; de bekoorlijke blondine
met lichtblauwe oogen en blond haar treft men aan, zoowel als de
opvallende brunette, die met lachende, bruine oogen u van achter haar
sluier aankijkt, oogen soms vol pathos als van een trouwen collie,
die zijn meester heeft verloren.