Aldaar. Een ander gedeelte van het veld.
Salisbury, Pembroke, Bigot en Anderen komen op.
SALISBURY. Ik dacht den koning niet zoo rijk aan vrienden.
PEMBROKE. Op, op! nog eens! Den Franschen moed gegeven!
Verliezen wij het, dan zijn wij verloren.
SALISBURY. Die Faulconbridge, die bastaardduivel, maakt,
Trots wie hem trots', alleen de slag ons hachlijk.
PEMBROKE. Men zegt, zwaar ziek verliet de koning 't veld.
(Melun komt op, gewond, door Soldaten geleid.)
MELUN. Geleid mij hier naar de Engelsche rebellen.
SALISBURY. Wij heetten anders, in een beet'ren tijd.
PEMBROKE. Het is de graaf Melun.
SALISBURY. Ter dood gewond.
MELUN. Vlucht, lords, gij zijt verraden en verkocht.
Trekt uit het oog van 't oproer uwe draden,
En neemt de trouw weer op, die gij verwierpt.
Zoekt uwen koning op, valt hem te voet;
Schenkt deze dag aan den dauphijn de zege,
Dan loont hij, is zijn plan, u al uw moeite,
En laat uw hoofden vallen. 't Werd bezworen
Door hem, door mij, door velen nog met ons,
Op 't altaar van Sint Edmunds' Bury; ja,
Aan 't eigen altaar, waar wij pas aan u
Getrouwe vriendschap, eeuw'ge liefde zwoeren.
SALISBURY. Maar kan dit waar zijn? Kan dit moog'lijk zijn?
MELUN. Heb ik den gruwb'ren dood niet reeds voor oogen?
Slechts luttel levens rest mij, dat al bloedend
Reeds wegvloeit, evenals een wassen beeld
Bij 't vuur ras smelt en allen vorm verliest.
Wat kan ter wereld thans mij doen bedriegen,
Nu alle winst me ontgaat van elk bedrog?
Wat zoude ik liegen, nu ik toch in waarheid
Hier sterven moet en ginds door waarheid leven?
'k Herhaal: zoo Lood'wijk heden zegeviert,
Dan breekt hij zijnen eed, indien uw oogen
Nog eens den dag in 't oosten rijzen zien.
Nog deze nacht, wier zwarte, giftige adem
Alreeds den vuur'gen helm der oude, zwakke,
Van 't schijnen moede zon met smook omwalmt,
Nog deze booze nacht betaalt uw adem
De boete van 't geschat, verkocht verraad
Met de verradersboete van uw levens,
Zoo Lood'wijk door uw bijstand zegeviert.
Groet zeek'ren Hubert, volger van uw koning;
Vriendschap voor hem, en dit ook, dat ikzelf
Van mijn grootvader Engelsch bloed bezit,
Wekt mijn geweten, dit u mee te deelen.
Tot loon hiervoor, ik bid u, draagt mij weg,
Ver van dit woeste strijdgewoel, opdat ik
In ruste 't oov'rig deel van mijn gedachten
Uitdenken moge, en lijf en ziel doe scheiden
In overdenking en in vroom gebed.
SALISBURY. 'k Geloof u,--en,--straff' God mijn ziel!--mij zijn
De vorm en 't aanschijn welkom dezer schoone
Gelegenheid, om weer de schreden onzer
Doemwaarde vlucht terug, te niet te doen.
Laat ons, als een teruggetreden stroom,
Een wulpschen, regelloozen loop verzakend,
Weer duiken in de boorden, die we ontvloden,
En rustig vloeien in gehoorzaamheid
Naar de' oceaan, naar onzen koning Jan.--
Mijn arm zal helpen, om u weg te dragen;
Ik lees de bitt're doodspijn in uw oog.--
Dan nieuwe vlucht! Op, vrienden, heengesneld!
Dit nieuwe is goed, daar 't oud, goed recht herstelt.
(Allen af; Melun wordt weggedragen.)