Weinige oogenblikken nadat het front in slagorde was gesteld, en te

midden der diepe stilte van het begin des storms, die het gevecht

voorafgaat, had de keizer,--toen hij de drie batterijen twaalfponders

zag voorbijrijden, welke op zijn bevel van de drie korpsen van Erlon,

van Reille en van Lobau waren genomen en bestemd waren om 't gevecht

te beginnen door Mont-Saint-Jean aan te vallen, waar de wegen van

Nivelles en Genappe zich kruisen,--Haxo op den schouder geklopt en

gezegd: "Dat zijn vierentwintig schoone meisjes, generaal!"

Zeker van den uitslag, had hij de kompagnie sapeurs van het eerste

korps bij 't voorbijtrekken met een glimlach aangemoedigd; die

kompagnie was bestemd om zich in Mont-Saint-Jean te versterken,

zoodra het dorp genomen zou zijn. Deze opgeruimdheid was slechts

door een woord van trotsch medelijden afgebroken geworden: toen

hij aan zijn linkerhand, ter plaatse waar thans een groot graf is,

de bewonderenswaardige grijze Schotten met hunne heerlijke paarden

opeengedrongen zag, zeide hij: "Dit is jammer."

Vervolgens was hij te paard gestegen, tot voor Rossomme gereden,

waar hij een kleine grashoogte ter rechterzijde van den weg van

Genappe naar Brussel tot observatorium koos, zijnde dit zijn tweede

standpunt gedurende den slag. Zijn derde standpunt, dat van zeven uren

's avonds, tusschen la Belle Alliance en la Haie-Sainte, is ontzaglijk;

't is een tamelijk hooge terp, die nog aanwezig is, en waarachter

de garde zich in een helling der vlakte had samengetrokken. Om dien

heuvel keilden de kanonskogels op de steenen van den straatweg tot

bij Napoleon. Evenals te Brienne had hij boven zijn hoofd het gefluit

van kanons- en geweerkogels. Men heeft, nagenoeg ter plaatse waar

zijn paard stond, stukken van kogels, van sabelklingen en ander

wapentuig gevonden. Scabrâ rubigine. Voor eenige jaren heeft men er

een nog geladen zestigpondskogel opgegraven, welks laadpijp stijf

aan den kogel was afgebroken. 't Was op dit laatste standpunt, dat

de keizer tot zijn gids Lacoste, een vijandigen, beangsten boer, die

aan den zadel van een huzaar was gebonden en zich telken reize bij

het springen van een bom omkeerde en zich achter Napoleon trachtte te

verbergen, zeide:--"Domoor, 't is schande. Gij zult u in den rug laten

dooden." Hij, die deze regels schrijft, heeft zelf in de mulle glooiing

van deze hoogte, bij 't omwroeten van 't zand, de overblijfselen van

den hals eener bom gevonden, half verteerd door de roest van zes en

veertig jaren, en stukken oud ijzer, die als vliertakjes tusschen

zijn vingers braken.

De golvende vlakte, waar Napoleon en Wellington elkander ontmoetten,

zijn thans niet meer, gelijk men weet, zooals zij den 18 Juni

1815 waren. Door van dien doodsakker de aarde af te nemen, die tot

oprichting van een gedenkteeken moest dienen, heeft men hem zijn

eigenlijke gedaante ontnomen, en de ontstemde geschiedenis kan

er zich niet meer vinden. Om dat veld te verheerlijken heeft men

het misvormd. Toen Wellington twee jaren later Waterloo wederzag,

riep hij: "Men heeft mijn slagveld veranderd." Waar thans de groote

aarden-piramide met den leeuw staat, was een hoogte, die met een

bruikbaren afweg naar Nivelles liep, doch naar den kant van Genappe

zeer steil was. De hoogte dezer steilte kan thans nog afgemeten worden

naar de hoogte van de twee grafheuvelen, waarlangs de weg van Genappe

naar Brussel loopt, links het Engelsche graf, rechts het Duitsche. Er

is geen Fransch graf. De geheele vlakte is voor Frankrijk een graf. Ten

gevolge der duizenden en duizenden karren gronds, die voor den honderd

vijftig voet hoogen en een halve mijl in omvang grooten heuvel zijn

gebezigd, is het bergplat van Mont-Saint-Jean thans langs een zachte

helling genaakbaar; op den dag van den veldslag was het, voornamelijk

aan de zijde van la Haie-Sainte, ruw en steil. De glooiing was daar

zoo steil, dat de Engelsche artillerie de hoeve, in de diepte van het

dal gelegen, en die het middelpunt van den slag was, niet onder zich

konde zien. De regen had op den 18 Juni 1815 dezen weg nog uitgehold,

het slijk bemoeielijkte de beklimming, zoodat men bij het klauteren

er inzonk. Langs den top van het bergplat liep een diepte, die van

verre niet kon gezien worden.

Wij zullen zeggen wat deze diepte was, Braine-l'Alleud is evenals

Ohain een Belgisch dorp. Deze beide dorpen zijn tusschen de krommingen

van het terrein verborgen en verbonden door een weg van omstreeks

anderhalf uur, die over een golvende vlakte loopt en dikwerf als een

vore de heuvels doorsnijdt, zoodat hij op vele plaatsen een hollen

weg vormt. In 1815, evenals thans, doorsneed deze weg den top van het

bergplat Mont-Saint-Jean tusschen de twee groote wegen van Genappe

en Nivelles; thans is hij gelijk met de vlakte, maar toen was 't een

holle weg. Men heeft de glooiingen ter weerszijden tot materieel voor

het monument gebruikt. Deze weg was en is nog bijna langs zijn geheele

uitgestrektheid een doorsnijding, die soms twaalf voet diep is en

welks steile kanten, vooral des winters, bij stortregens, hier en daar

instortten. Er gebeurden dan soms ongelukken. Bij 't binnenkomen van

Braine-l'Alleud was de weg zoo smal, dat een voorbijganger er door een

kar verplet werd, 't geen een steenen kruis bij het kerkhof aanduidt,

waarop de naam van den gedoode: Monsieur Bernard Debrye, marchand à

Bruxelles, en de dagteekening van het ongeluk, fevrier 1637 [1] te

lezen staan. Op het plat van Mont-Saint-Jean was deze weg zoo diep dat

een boer, Mathieu Nicaise, er bedolven werd onder de instorting van den

kant, zooals een ander steenen kruis aanduidt, welks top tengevolge

der ontginningen is verloren gegaan, doch waarvan het omgeworpen

voetstuk nog te zien is op het gras van de helling ter linkerzijde

van den weg tusschen la Haie-Sainte en de hoeve van Mont-Saint-Jean.

Op den dag van den veldslag was deze holle weg, die door niets werd

aangeduid, en langs den top van Mont-Saint-Jean liep, een groeve

boven aan de steilte, een in den grond verborgen poel, onzichtbaar,

en daardoor verschrikkelijk.

ACHTSTE HOOFDSTUK.

DE KEIZER DOET DEN GIDS LACOSTE EEN VRAAG.

Napoleon was dus in den morgen van den slag bij Waterloo tevreden.

Hij had er reden toe; het door hem ontworpen plan, zooals wij gezegd

hebben, was inderdaad bewonderenswaardig.

De slag was begonnen; zijn zeer verschillende afwisselingen,--de

verdediging van Hougomont, de hardnekkige weerstand van la

Haie-Sainte, de dood van Bauduin, Foy buiten gevecht gesteld, de

onverwachte muur waartegen zich de brigade Soye gebroken had, de

noodlottige onbezonnenheid van Guilleminot, die noch springbussen

noch kruitzakken had; het in de modder zinken der batterijen, de

vijftien stukken zonder escorte, die door Uxbridge in een hollen weg

werden geworpen, de geringe uitwerking der bommen die in de Engelsche

liniën vielen, zich in den door den regen doorweekten grond boorden,

en slechts uitbarstingen van slijk veroorzaakten, zoodat het schroot in

modderspatten veranderde; de vruchteloosheid van Piré's demonstratie

tegen Braine-l'Alleud; vijftien escadrons cavalerie schier geheel

vernietigd; de slecht bestookte Engelsche rechter vleugel, de zwakke

aanval van den linker; het zonderling misverstand van Ney die, in

plaats van ze te echelonneeren, de vier divisiën van het eerste corps

opeenhoopte, zoodat massa's van zevenentwintig gelederen, en fronten

van tweehonderd man op deze wijze aan het schroot waren overgeleverd;

de verschrikkelijke openingen, welke de kanonkogels in deze drommen

maakten; de aanvalskolonnen gescheiden, de schuinsche vernielende

batterij, die plotseling tegen hun flank werd geopend; Bourgeois,

Donzelot en Durutte in nood, Quiot teruggedreven, de luitenant Vieux,

deze herkules uit de polytechnische school, gekwetst, juist toen hij

met bijlslagen, onder het verdelgend vuur der Engelsche barricade,

die de kromming van den weg van Genappe naar Brussel versperde, de

poort van la Haie-Sainte openbrak; de divisie Marcognet tusschen de

infanterie en cavalerie ingesloten, door Best en Pake met het geweer

op de borst in 't koren gefusilleerd en door Ponsonby nedergesabeld;

zijn batterij van zeven stukken vernageld; de prins van Saksen Weimar,

die, niettegenstaande den graaf van Erlon, Frischemont en Smohain

bezet en in zijn macht hield; het vaandel van het 105e en van het

45e regiment genomen; een zwarte Pruisische huzaar aangehouden door

de veldontdekkers der vliegende colonne van driehonderd jagers,

die tusschen Wavre en Plancenoit kruisten; de verontrustende

zaken, welke deze gevangene meldde; het uitblijven van Grouchy; de

vijftienhonderd man, die in minder dan een uur in den boomgaard van

Hougomont gedood werden; de achttienhonderd man, die in nog korter

tijd om la Haie-Sainte vielen,--al deze stormachtige tusschentooneelen,

die evenals de rookwolken van den slag voorbij Napoleon vlogen, hadden

nauwelijks zijn blik verontrust, of de zekerheid der overwinning op het

keizerlijk gelaat betrokken. Napoleon was gewoon den oorlog strak in

de oogen te zien; hij beschouwde niet angstvallig de bijzonderheden

naar getallen; de getallen raakten hem weinig, zoo zij slechts

tot algemeene uitkomst hadden--de overwinning; hij bekommerde er

zich niet om, zoo het begin in de war liep, hij die zich meester en

bezitter van het einde geloofde; hij wist te wachten, in den waan,

dat omtrent den uitslag geen kwestie kon zijn, hij behandelde het

noodlot als zijnsgelijke. Hij scheen tot het noodlot te zeggen:

gij durft niet anders.

Half licht en half schaduw, gevoelde Napoleon zich begunstigd door

het goede, en geduld door het kwade. Hij had of meende te hebben eene

verstandhouding, men zou schier kunnen zeggen een deelgenootschap, met

de gebeurtenissen, welke met de onkwetsbaarheid der ouden overeenkwam.

Wanneer men evenwel de Beresina, Leipzig en Fontainebleau achter zich

heeft, zou men Waterloo hebben moeten mistrouwen. Een geheimzinnig

fronsen der wenkbrauwen was in den hemel kenbaar.

Toen Wellington terugtrok, beefde Napoleon van vreugde. Eensklaps zag

hij het plateau van Mont-Saint-Jean ontruimen, en het front van het

Engelsche leger verdwijnen. Het trok zich weder bijeen, maar verdween

uit het gezicht. De keizer richtte zich in zijn stijgbeugels op. De

bliksem der overwinning schoot uit zijn oogen.

Wellington, tegen het bosch van Soignes gedrongen en van daar

verdreven, was de eindelijke uitroeiing van Engeland door Frankrijk,

't was de wraak over Crecy, Poitiers, Malplaquet en Ramillies. De

man van Marengo wischte Azincourt uit.

De keizer, over deze vreeselijke ontknooping peinzend, richtte ten

laatsten male zijn kijker over alle punten van het slagveld. Zijn

garde, met het geweer aan den voet achter hem staande, keek van

omlaag tot hem op met een soort van godsdienstigen eerbied. Hij

dacht; hij beschouwde de hellingen, merkte de steilten op, onderzocht

met zijn blik de boomengroepen, de roggevelden, de voetpaden, hij

scheen ieder kreupelboschje te tellen. Hij staarde met strakken

blik op de Engelsche barricaden der beide groote wegen, twee breede

dammen van opeengestapelde boomen, de eerste op den weg van Genappe

boven la Haie-Sainte, met twee kanonnen gewapend, de eenige van het

Engelsche leger, die den bodem van het slagveld konden bestrijken; en

de andere op den weg van Nivelles, waar de Hollandsche bajonetten der

brigade-Chassé glinsterden. Bij deze barricade bespeurde hij de oude

met kalk gewitte kapel van St. Nikolaas op den hoek van den dwarsweg

naar Braine l'Alleud. Hij boog zich en sprak halfluid tot den gids

Lacoste. De gids schudde ontkennend het hoofd, waarschijnlijk met

een verraderlijk doel. De keizer richtte zich op en dacht na.

Wellington was teruggetrokken.

Er bleef slechts over dezen aftocht door eene verplettering te

voltooien.

Napoleon wendde zich eensklaps om en zond een renbode naar Parijs,

om er te berichten dat de slag gewonnen was.

Napoleon was een dier genieën, welke bliksems schieten.

Hij had zijn bliksemstraal thans gevonden.

Aan de kurassiers van Milhaud gaf hij bevel het plateau van

Mont-Saint-Jean te bemachtigen.

NEGENDE HOOFDSTUK.

HET ONVERWACHTE.

Zij waren drie duizend vijfhonderd man sterk. Hun front strekte

zich een kwartier ver uit. 't Waren mannen als reuzen, op kolossale

paarden. 't Waren zes-en-twintig escadrons; en achter zich hadden

zij, om hen te ondersteunen, de divisie van Lefèbvre Desnouettes,

de keurbende van zeshonderd gendarmes, de jagers der garde, sterk

elfhonderd zeven-en-negentig man, en de lanciers der garde, sterk

achthonderd tachtig lansen. Zij droegen den helm zonder paardenstaart

en een kuras van geslagen ijzer, pistolen in de holsters en een langen

rechten pallas. Des ochtends had het geheele leger hen bewonderd,

toen zij, te negen uren, onder trompetgeschal en 't spelen der

muziekkorpsen van Veillons au salut de l'Empire, in dichte colonnes,

met een hunner batterijen in de flank en een andere in hun centrum,

aanrukten, en zich in twee gelederen op den weg tusschen Genappe en

Frischemont schaarden en plaats namen in de tweede slaglinie, zoo

schrander door Napoleon samengesteld, daar ze aan haar linkereinde

de kurassiers van Kellerman en aan haar rechtereinde de kurassiers

van Milhaud, om zoo te spreken, als twee ijzeren vleugels had.

De adjudant Bernard bracht hun 's keizers bevel. Ney trok den degen

en stelde zich aan de spits. De ontzaggelijke escadrons geraakten

in beweging.

Nu zag men een grootsch schouwspel.

Deze gansche cavalerie daalde, met opgeheven sabels, vliegende vaandels

en schallende trompetten, in colonnes van een divisie, gelijktijdig

en als één man, met de juistheid van een ijzeren stormram die een bres

maakt, van de hoogte van Belle-Alliance, drong in de geduchte diepte,

waar reeds zoo velen gevallen waren, verdween er in den kruitdamp,

en weder uit die duisternis komende, verscheen zij opnieuw aan de

andere zijde van het dal, steeds dicht inééngedrongen, en rende in

vollen draf, te midden der schrootwolken, die boven haar losbarstten,

tegen de vreeselijke slijkerige helling van den top van Mont-Saint-Jean

op. Ernstig, dreigend, onwrikbaar stegen zij; in de tusschenpoozen van

het geweer- en kanonvuur hoorde men het geweldig hoefgetrappel. Daar

er twee divisiën waren, vormden zij twee colonnes; de divisie Wathier

ter rechter-, de divisie Delord ter linkerzijde. In de verte zou men

gemeend hebben, twee reusachtige ijzeren slangen te zien, die zich

naar den top der hoogte kronkelden. Zij trokken als een wonder midden

door den slag.

Niets dergelijks was gezien sedert de inneming der groote redoute aan

de Moskowa door de zware cavalerie; Murat ontbrak er, maar Ney bevond

er zich weder. Het scheen, dat deze massa een monster ware geworden en

slechts één ziel had. Ieder escadron golfde en verhief zich als de ring

van een polyp. Men zag hen door de reten van een dichten rooksluier. 't

Was een baaierd van helmen, kreten, sabels, woeste paardensprongen,

kanongebulder en trompetgeschal, een geregelde, vreeselijke verwarring,

en daarboven de kurassen als de schubben op de hydra.

Deze verhalen schijnen tot een anderen tijd te behooren. Iets,

dat hieraan gelijkt, komt in de oude heldendichten voor, die

van manpaarden, de oude centauren gewagen, van deze titans met

menschengelaat en paardenborst, die in galop den Olympus beklommen;

vreeselijk, onkwetsbaar, verheven, goden en dieren tegelijk!

Grillige overeenkomst van getallen: zes-en-twintig bataljons wachtten

deze zes-en-twintig escadrons af. Achter den top der hoogte, in

de schaduw der bedekte batterij, wachtte de Engelsche infanterie,

bestaande uit dertien carré's, ieder carré van twee bataljons,

en in twee liniën, de eerste van zes, de tweede van zeven carré's,

met aangelegde geweren op 't geen komen zou, rustig, zwijgend en

bewegingloos. Zij zag de kurassiers niet, de kurassiers konden

haar niet zien. Zij hoorde 't gedreun van opstijgende menschen. Zij

hoorde den nog sterker donder van drie duizend paarden, den dravenden

hoefslag, het ritselen der kurassen, het kletteren der sabels en

iets als een woeste windvlaag. Een vreeselijke stilte ontstond, toen

verscheen eensklaps een lange reeks opgeheven armen met zwaaiende

sabels op de heuvelvlakte, en helmen, en trompetten en standaarden,

en drie duizend hoofden met grijze knevels, uitroepende: leve de

keizer! Al deze cavalerie bereikte de hoogte. 't Was als 't begin

van een aardbeving.

Maar eensklaps, o ramp! aan de linkerzijde der Engelschen, aan onze

rechterzijde, begon de voorste rij der colonne kurassiers onder

vreeselijk getier te steigeren. Op het hoogste punt der kruin

bespeurden de kurassiers, die van teugellooze woede brandden, om

zich in de carré's en op de kanonnen te storten, tusschen zich en de

Engelschen een groeve, een diepte. 't Was de holle weg van Ohain!

't Was een ontzettend oogenblik. De afgrond lag dáár twee vademen diep,

tusschen zijn weerzijdsche glooiing, stijf voor de hoeven der paarden;

het tweede gelid drong het eerste er in, en het derde het tweede;

de paarden steigerden, wierpen zich achteruit, vielen op den rug met

de vier pooten in de lucht, verpletterden en wierpen hun ruiters af;

't was onmogelijk terug te gaan; de geheele colonne was slechts één

werptuig, en de ingespannen kracht om de Engelschen te verpletteren,

verplette de Franschen; de ontzettende laagte kon eerst overgetrokken

worden toen ze gevuld was; ruiters en paarden stortten er hals over

kop in, vermorzelden elkander en vormden in dezen kolk slechts één

vleeschklomp; toen deze kuil vol levende menschen was, vertrad men ze,

en de rest ging er over. Schier een derde der brigade Dubois stortte

in dien afgrond.

Hier begon het verlies van den veldslag.

Een plaatselijke overlevering, die blijkbaar overdrijft, zegt, dat

twee duizend paarden en vijftienhonderd menschen in den hollen weg

van Ohain begraven werden. Onder dit cijfer zijn waarschijnlijk al

de andere lijken begrepen, welke den dag na het gevecht in den poel

geworpen werden.

Vóór dat Napoleon deze charge der kurassiers van Milhaud beval, had hij

het terrein opgenomen, maar den hollen weg niet kunnen zien, die op

het plateau van den heuvel zelfs geen streep vertoonde. Evenwel door

de kleine witte kapel, op den hoek van den weg van Nivelles oplettend

gemaakt, had hij den gids Lacoste omtrent eene mogelijke hindernis,

die hier zou kunnen bestaan, ondervraagd. De gids had ontkennend

geantwoord. Men zou dus bijna kunnen zeggen, dat dit hoofdschudden

van een boer het ongeluk van Napoleon veroorzaakt heeft.

Nog andere noodlottige omstandigheden moesten zich hierbij voegen.

Was het mogelijk, dat Napoleon dezen slag won? Wij antwoorden:

neen! Waarom? Uithoofde van Wellington? Uithoofde van

Blücher? neen. Uithoofde van God.

Dat Bonaparte te Waterloo overwinnaar zou zijn, lag niet meer in

de wet der negentiende eeuw. Er bereidde zich een andere reeks van

gebeurtenissen voor, waarin voor Napoleon geen plaats was. De kwade

wil der gebeurtenissen had zich reeds sinds lang geopenbaard.

't Was tijd dat deze sterke man viel.

Het overmatig gewicht van dezen man op het menschelijk lot,

verstoorde het evenwicht. Dit enkel individu woog meer dan de geheele

massa. Wanneer de geheele menschelijke levenskracht zich in een enkel

hoofd samentrok, wanneer de wereld aan het genie van één mensch

overgelaten was, zou het doodelijk voor de beschaving zijn, zoo

zulks lang duurde. Het oogenblik was gekomen, dat de onverzettelijke

hoogste rechtvaardigheid tusschenbeide kwam. 't Is mogelijk, dat

de beginselen en oorzaken, die op regelmatige wijze het evenwicht

in de zedelijke, zoowel als in de stoffelijke wereld teweegbrengen,

zich beklaagden. Het rookend bloed, stapels van lijken, schreiende

moeders zijn vreeselijke beschuldigers. Wanneer de aarde aan eenig

overwicht lijdt, is er een geheimzinnig gerucht in de duisternis,

dat door den afgrond gehoord wordt.

Napoleon was bij het oneindige aangeklaagd, en zijn val was besloten.

Hij hinderde God.

Waterloo is geen veldslag; 't is een omkeering van 't gelaat der

wereld.

TIENDE HOOFDSTUK.

HET BERGVLAK VAN MONT-SAINT-JEAN.

Ter zelfder tijde als de holle weg had ook de batterij zich vertoond.

Zestig kanonnen en de dertien carré's verpletterden de kurassiers om

zoo te spreken uit de dichtste nabijheid. De onverschrokken generaal

Delord maakte voor de Engelsche batterij den militairen groet.

De gansche vliegende artillerie der Engelschen had zich in galop

in de carré's begeven. De kurrassiers hadden zelfs den tijd niet,

een oogenblik in den adem te schieten. De ramp in den hollen weg

had hen gedecimeerd, maar niet ontmoedigd. 't Waren mannen die, bij

vermindering van getal, in moed toenamen. Alleen de colonne Wathier

had door de ramp geleden; de colonne Delord, welke Ney links had doen

zwenken, alsof hij een hinderlaag vermoedde, was ongedeerd aangekomen.

De kurassiers wierpen zich op de Engelsche carré's. Spoorslags, met

lossen teugel, de sabel tusschen de tanden, de pistolen in de vuist

vielen zij aan.

In de veldslagen zijn oogenblikken, die de ziel des menschen zoodanig

verharden, dat zij in den soldaat slechts een beeld en in het vleesch

slechts steen ziet. De Engelsche bataljons, schoon op zulk een woedende

wijze aangevallen, hielden onbewegelijk stand.

't Was een vreeselijk moment.

Alle fronten der Engelsche carré's werden tegelijkertijd

aangevallen. Een woest geweld woedde tegen hen. De koele infanterie

bleef pal en onverwrikt. Het eerste gelid ontving met gebogen knie de

kurassiers op de bajonetten, het tweede gelid schoot op hen; achter

het tweede gelid laadden de kanonniers hun stukken; het front van

het carré opende zich, liet een uitbarsting van schroot door en sloot

zich weder. De kurassiers beantwoordden dit door zich op de carré's

te werpen. De zware paarden steigerden, braken door de gelederen,

sprongen over de bajonetten en vielen als gevaarten in 't midden dier

vier levende muren. De kogels maakten openingen in de kurassiers, de

kurassiers maakten bressen in de carré's. Geheele rijen menschen werden

vermorzeld onder de paarden. De bajonetten doorboorden de buiken dezer

centauren. Hierdoor ontstonden de afzichtelijkste wonden, welke men

misschien nimmer elders gezien heeft. De door deze verwoede cavalerie

verminkte carré's, trokken zich samen, zonder te wankelen. Hun schroot

was onuitputtelijk en woedde onder de aanvallers. Het gezicht van

dat gevecht was gruwelijk. De carré's waren geen bataljons meer,

't waren kraters; de kurassiers waren geen cavalerie meer, 't was

een orkaan. Ieder carré was een vulkaan, door een wolk bestormd;

de lava streed tegen den bliksem.

De uiterste rechtercarré die het meest van alle was blootgesteld, werd

bij den eersten schok schier geheel vernield. Het bestond uit het 75e

regiment hooglanders. De doedelzakspeler, in 't midden van het carré

op een trom gezeten, in diepe onoplettendheid, zijn droefgeestige

oogen neergeslagen, die vol van de herinnering aan zijn wouden en

meren waren, speelde met de pibroch onder den arm de liederen van

zijn bergen, terwijl men rondom hem elkander vernielde. Deze Schotten

stierven, terwijl ze aan Ben Lothian dachten, evenals de Grieken met

de gedachte aan Argos stierven. De pallas van een kurassier hieuw den

arm af die den pibroch vasthield, en deed de muziek zwijgen door den

muzikant te dooden.

De kurassiers, die betrekkelijk weinig talrijk waren, zijnde door

de ramp in den hollen weg zeer verminderd, hadden hier schier het

geheele Engelsche leger tegen zich; zij vermenigvuldigden zich echter

daar ieder man voor tien gold. Intusschen weken eenige Hanoveraansche

bataljons. Wellington zag dit en dacht aan zijn cavalerie. Zoo Napoleon

in ditzelfde oogenblik aan zijn infanterie had gedacht, zou hij den

slag gewonnen hebben. Dit verzuim was zijn groote, noodlottige misslag.

De Ellendigen (Deel 2 van 5) · 第 2 / 24 段