LA FOIRE DE SAINT GIRONS.

Dit had Breughel moeten schilderen....

Een klein stadje met pittoreske oude geveltjes, aan beide oevers van een

vlug en helder, over gladde keien stroomend riviertje. Een groote plaats

met oude kerk in 't midden, en op die plaats de groote jaarmarkt!

Een onbeschrijfelijk, onontwarbaar door-elkander gekrioel van menschen,

karren en dieren. Een geschreeuw, gehuil, gejank, om er dol van te

worden. Koeien, paarden, honden, varkens, ganzen, kippen, eenden en

konijnen, alles in één woelende kluwen, bij honderden, bij duizenden!

't Is als een gekkendans! Wij rijden, stapvoets, door een omgekeerde

wereld, door een overweldiging van 't dierenrijk. 't Is als een

uitgelaten arke Noachs! Zullen we daar ooit doorkomen? Of zullen we ook

mee gaan gillen, springen, dansen, brullen, totdat we doof en stom

worden? Ik begrijp niet hoe wij er zoo opeens midden in zijn; en ik

begrijp nog minder hoe wij er eindelijk uit zullen geraken. Of is 't een

hersenschim geweest, een nachtmerrie?

Neen, het is werkelijkheid. Wij zijn er in geweest, en nu zijn wij er

weer uit. Hoor maar: het oorverscheurend noodgebrul klinkt nu áchter ons

op, en vóór ons uit, over den blonden, mooien weg, tusschen het

heerlijk-frissche groen der heuvelen, rijden alweer de wijze, kalme

ossenspannen onder de leiding van hun voerman, die als een professor met

zijn roede vooruit stapt.

O! als Breughel zoo iets had gezien....!

De vroolijke tocht · 第 29 / 41 题