62. Frambozengelei. Men kan hiervoor geheel het recept No. 61 volgen.

63. Bessensap. Men behoeft de bessen niet af te risten, maar kan ze met

de stelen door een groven doek wringen. Dan giet men het sap van het

bezinksel af, weegt het en zet het te vuur met half zooveel gewigt aan

suiker, om het, onder bestendig schuimen, te koken tot het helder is;

het zal dan ongeveer tot op een vierde verkookt zijn. Men neemt het

af, laat het een nacht staan, en vult er de flesschen mede.--Even goed

kan men het uitgewrongen bessensap, zonder suiker, ongekookt bewaren,

mits men zorg drage, dat er hoegenaamd geene pitjes in blijven.

64. Gegist bessensap. De bessen worden uitgeperst en dan zet men

het sap weg, dat men, nadat het 5 of 6 dagen rustig gestaan heeft,

gegist terug zal vinden. Men neemt er dan het vuile, schimmelachtige

vel goed af, en giet het heldere nat voorzigtig van het bezinksel,

waarna het wordt gewogen en, per 5 o., met 7 1/2 o. witte suiker

gekookt, terwijl men nog altijd moet toezien of het ook geschuimd

moet worden. Als het bekoeld is, doet men het in zuiver gespoelde en

volkomen drooge flesschen. Het onderste, minder klare sap, is goed

om terstond voor saus te gebruiken.

Keukenboek · 第 49 / 64 题