54. Roode wijnsaus. Men laat 1/2 k. rooden wijn met 1 o., 2 1/2 lood
suiker, wat pijpkaneel, eene halve citroenschil en 2 lepels frambozen-
of bessensap, goed toegedekt, tot aan de kook komen; dan mengt men
een weinig aardappelmeel met koud water en maakt daarmede de saus
eenigzins gebonden.
55. Roode wijnsaus met krenten. 6 1/2 l. gewasschen krenten worden
met 1/2 aan schijven gesneden citroen (vooral zonder pitten), en wat
pijpkaneel in 2 1/2 m. water, gedurende een kwartier, langzaam gekookt;
dan zijn de krenten gaar. Vervolgens giet men er ruim 2 m. rooden wijn
in, voegt er suiker bij en roert er, als de saus aan het koken toe is,
een weinigje gemengd meel door, om de saus te binden.
56. Roode schuimsaus. Als No. 51, doch in plaats van citroenschijven,
kan men er wat vruchtensap of bessengelei in gebruiken.
57. Rhijnwijnsaus. Men klopt 6 eijeren, waarvan 3 met het wit,
goed dooreen met 4 lepels suiker, voegt er het sap en de schil van
1 citroen, benevens wat pijpkaneel bij, en zet het met eene halve
flesch rhijnwijn te koken; men giet er, voor het verdampen, 1 glas
water door.--Dit slaat men met de garde tot het kookt.