13. Aspersiesalade wordt geprepareerd volgens No. 12.

14. Kropsalade. Men zie hierover No. 1. De kruiden die men er soms

zeer fijn gehakt doorroert zijn: dragon, pimpernel en bieslook, ook

wel kleine prij, aan stukjes gesneden.--Men roert er ook dikwijls

komkommers door, of geraspt gekookt rookvleesch. De salade kan

heel aardig versierd worden met de blaauwe bloemen van bernagie,

en de oranjebloemen van oostindische kers, die beide kunnen worden

doorgeroerd en gegeten.

15. Fransche salade noemt men iedere soort van groene salade, die

met kleuren is opgemaakt als haringsalade (zie A, No. 39).

16. Bloemensalade. Dit zijn de bloemen van O. I. kers afzonderlijk

als salade gegeven, en luchtig dooreengeroerd met veel olie, wat

minder azijn en een weinigje zout, dat alles vooraf dooreen is gemengd.

17. Bloemkoolsalade. Gekookte en koud geworden bloemkool zet men,

met de bloem naar boven, in een schotel, en begiet ze met eene saus,

geroerd van olie, azijn, harde eijeren, zout en peper.

18. Komkommers. De komkommers worden geschild en fijngeschaafd, of

aan schijfjes gesneden; zij worden doorgaans luchtig dooreengeroerd

met azijn, olie, zout en peper; een weinig gehakte dragon verfijnt

ze zeer.--Soms voegt men er ook harde eijeren bij.

Daar de komkommers door het zout zeer veel nat loslaten, zet men ze

wel eens, een half uur vóór dat men ze gebruikt, met wat zout er

doorgeroerd weg, en giet het uitgetrokken nat bij het prepareren

er af, ten einde de saus niet te verslappen. Men beweert echter,

dat zij door het verlies van hun sap minder ligt te verteren zijn.

19. Boonensalade. Kleine princessenboonen worden met zout gekookt en,

koud geworden, gediend met olie, azijn, zout en peper.

20. Bietensalade. De bieten worden gekookt volgens C, No. 52, aan

schijfjes gesneden en gegeven met olie, azijn, zout en peper.

21. Roodekool salade. Roode kool wordt zeer fijn gesneden en

dooreengeroerd met olie, azijn, zout en peper.

22. Wittekool salade. Wittekool fijn gesneden, geeft men met een

zoetzure saus.

23. Andijvie salade. Goed geele krulandijvie, of bij gebrek daaraan,

gewone andijvie, wordt zeer fijn gesneden en met warme aardappelen,

benevens warme zoetzure saus dooreengeroerd. Des verkiezende ook

met bieten.

24. Veldsalade is eerst dan geschikt voor het gebruik, als het heeft

gevroren; men zie over deze salade No. 1. Men prepareert ze als

kropsalade, met bieten er doorgeroerd, of als andijviesalade volgens

No. 23.

25. Chicoreisalade. De geele scheuten van chicorei worden aan kleine

stukjes gesneden, en met olie, azijn en zout aangemengd.

26. Selderysalade. De selderyknollen worden, in water met zout, gaar,

maar niet te week, gekookt, aan schijven gesneden en koud gegeven

met olie, azijn, zout en peper.

27. Uijensalade. De uijen worden gekookt en warm gegeven, met warme

zoetzure saus.

28. Molsalade. Dit zijn de jonge spruitjes van paardebloemen; men

prepareert ze als kropsalade.

Keukenboek · 第 40 / 64 题