Dien avond kwamen de Verstraetens, met Georges en Lili, op het
Voorhout; aan Etienne werd te Leiden getelegrafeerd over te komen en
mevrouw Van Erlevoort verzocht ook Henk en Betsy.
Het was nadat Eline haar engagement verbroken had, de eerste keer, dat
zij er kwamen. Maar nu was alles goed. En er werd niet meer geweend,
maar men was zeer vroolijk, want het engagement was voor allen een
verrassing. Men was er volstrekt niet op voorbereid geweest.
Toen mevrouw Van Raat dien avond, uitgeput van emoties, thuis kwam
en te moê om zich aanstonds te ontkleeden, nog een pooze in haar
grooten stoel zat, de geaderde handen gevouwen in haar schoot, het
grijze hoofd op de borst, verwonderde het haarzelve, dat zij dit had
kunnen te weeg brengen. Zij met hare melancholie, hare dofheid, zij,
die slechts in het verleden placht te leven! Maar het had het geluk
van haar kind gegolden en hare vroomheid had haar gesterkt...
Hoofdstuk XXXV.