IX.

Toen mevrouw Van Raat den volgenden middag bij mevrouw van Erlevoort

belet had laten vragen en de twee dames met elkaâr hadden gesproken,

kwam Willem Freddy verzoeken in den salon te komen. Freddy was met

Mathilde samen.

--O, Mathilde! stamelde Freddy blozend. Ik bid je, ga meê....

--Maar zusje, wel neen!

--Ik durf niet, waarlijk niet.

Mathilde lachte zacht.

--Ik zal je tot de deur brengen, dwaze meid.... kom.

Zij stonden op en Mathilde wond haar arm om Freddy's middel. Zij

gingen langzaam de trap af.

--Kost de reis je zoo een moeite? vroeg Mathilde schertsend.

--Ik kan er niet aan gelooven!

Zij stonden voor de deur van den salon.

--Ga meê, Mathilde! smeekte Freddy bijna weenend.

Mathilde kuste haar, steeds glimlachend, het voorhoofd, en opende de

deur, Freddy moest binnentreden en Mathilde sloot de deur achter haar.

Dralend ging Mathilde in den kleinen salon, naast het vertrek, waar

Freddy met de twee oude dames was. Zij liet zich op een bank neêr en

hoorde door de porte-brisée het gesuis van liefkoozende stemmen en een

zacht gesnik ... Mathilde's oogen zelven vulden zich met tranen. Een

zware weemoed viel op haar neêr bij den dageraad van het geluk harer

zuster. O, mocht zij gespaard blijven voor teleurstellingen! Mocht

haar geluk niet alleen een dageraad zijn, maar een heldere dag

worden! Mathilde dacht aan een dergelijken dageraad, nu tien jaar

geleden....

Zij wischte echter hare tranen af. Zij hoorde bellen en Willem in de

vestibule loopen. En ze hoorde hare moeder zeggen:

--Zeg aan den koetsier van mevrouw Van Raat, dat hij terug rijdt om

meneer Paul te halen! Maar meneer is niet in de Laan van Meerdervoort;

meneer is bij meneer Verstraeten. Gauw, Willem.

Mathilde opende zachtjes de porte-brisée. Frédérique maakte zich los

uit de armen van mevrouw Van Raat en stortte zich in die harer zuster.

--Tilly, Tilly! riep ze en ze klemde Mathilde, tot Mathilde geen adem

kon halen.

Zij zaten te wachten, Freddy hand in hand met mevrouw Van Raat en

Mathilde; mevrouw van Erlevoort stralende van geluk.

--Is hij bij meneer en mevrouw Verstraeten? vroeg Freddy, terwijl in

haar oogen steeds nieuwe tranen vloeiden.

--Hij kon zoo lang niet alleen blijven, ik heb hem eerst op de

Princessegracht gebracht! antwoordde mevrouw Van Raat. Arme jongen! Hij

zal in zoo een spanning zijn....

Bij ieder rijtuig, dat voorbijging, schrikte Freddy op. Er ging een

kwartier om, dat zich scheen voort te sleepen....

Maar ten laatste hoorden zij den coupé aanrollen. Mathilde zelve

deed Paul open, tegelijk dat Paul belde. Hij zag haar niet, groette

haar niet, het scheen hem te duizelen, maar zij geleidde hem naar

binnen. Daar zag hij Freddy voor zich staan, trillende van aandoening,

maar met een blik zoo overgelukkig, zoo zalig....

--Freddy! Freddy! riep hij bevend en hij sloot haar in zijn armen als

wilde hij haar nooit weêr loslaten. Hij was niet meester zijn tranen

in te houden en zij weenden allen. Maar de twee oude dames knikten

elkaâr, al hielden zij den zakdoek voor het gelaat, glimlachend toe,

en drukten elkaâr de hand.

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 176 / 188 题