Toen mevrouw Van Raat den volgenden middag bij mevrouw van Erlevoort
belet had laten vragen en de twee dames met elkaâr hadden gesproken,
kwam Willem Freddy verzoeken in den salon te komen. Freddy was met
Mathilde samen.
--O, Mathilde! stamelde Freddy blozend. Ik bid je, ga meê....
--Maar zusje, wel neen!
--Ik durf niet, waarlijk niet.
Mathilde lachte zacht.
--Ik zal je tot de deur brengen, dwaze meid.... kom.
Zij stonden op en Mathilde wond haar arm om Freddy's middel. Zij
gingen langzaam de trap af.
--Kost de reis je zoo een moeite? vroeg Mathilde schertsend.
--Ik kan er niet aan gelooven!
Zij stonden voor de deur van den salon.
--Ga meê, Mathilde! smeekte Freddy bijna weenend.
Mathilde kuste haar, steeds glimlachend, het voorhoofd, en opende de
deur, Freddy moest binnentreden en Mathilde sloot de deur achter haar.
Dralend ging Mathilde in den kleinen salon, naast het vertrek, waar
Freddy met de twee oude dames was. Zij liet zich op een bank neêr en
hoorde door de porte-brisée het gesuis van liefkoozende stemmen en een
zacht gesnik ... Mathilde's oogen zelven vulden zich met tranen. Een
zware weemoed viel op haar neêr bij den dageraad van het geluk harer
zuster. O, mocht zij gespaard blijven voor teleurstellingen! Mocht
haar geluk niet alleen een dageraad zijn, maar een heldere dag
worden! Mathilde dacht aan een dergelijken dageraad, nu tien jaar
geleden....
Zij wischte echter hare tranen af. Zij hoorde bellen en Willem in de
vestibule loopen. En ze hoorde hare moeder zeggen:
--Zeg aan den koetsier van mevrouw Van Raat, dat hij terug rijdt om
meneer Paul te halen! Maar meneer is niet in de Laan van Meerdervoort;
meneer is bij meneer Verstraeten. Gauw, Willem.
Mathilde opende zachtjes de porte-brisée. Frédérique maakte zich los
uit de armen van mevrouw Van Raat en stortte zich in die harer zuster.
--Tilly, Tilly! riep ze en ze klemde Mathilde, tot Mathilde geen adem
kon halen.
Zij zaten te wachten, Freddy hand in hand met mevrouw Van Raat en
Mathilde; mevrouw van Erlevoort stralende van geluk.
--Is hij bij meneer en mevrouw Verstraeten? vroeg Freddy, terwijl in
haar oogen steeds nieuwe tranen vloeiden.
--Hij kon zoo lang niet alleen blijven, ik heb hem eerst op de
Princessegracht gebracht! antwoordde mevrouw Van Raat. Arme jongen! Hij
zal in zoo een spanning zijn....
Bij ieder rijtuig, dat voorbijging, schrikte Freddy op. Er ging een
kwartier om, dat zich scheen voort te sleepen....
Maar ten laatste hoorden zij den coupé aanrollen. Mathilde zelve
deed Paul open, tegelijk dat Paul belde. Hij zag haar niet, groette
haar niet, het scheen hem te duizelen, maar zij geleidde hem naar
binnen. Daar zag hij Freddy voor zich staan, trillende van aandoening,
maar met een blik zoo overgelukkig, zoo zalig....
--Freddy! Freddy! riep hij bevend en hij sloot haar in zijn armen als
wilde hij haar nooit weêr loslaten. Hij was niet meester zijn tranen
in te houden en zij weenden allen. Maar de twee oude dames knikten
elkaâr, al hielden zij den zakdoek voor het gelaat, glimlachend toe,
en drukten elkaâr de hand.