VIII.

In de zaal ontrolde het programma zich voort. Men zong, men declameerde

ernstige gedichten, men zeide comieke monologen. Maar de bewonderende

stilte werd hoe langer hoe minder. In den wintertuin liep de Russische

prins de écuyères na, om ze te omhelzen, en de twee oude heeren

barstten eensklaps in een woedenden twist uit. Ze waren zoo goed

als dronken.

Het jonge paartje was verdwenen.

--Ik zou u raden, u meer in de nabijheid van uw oom en tante te

stellen; het wordt hier wel eenigszins zonderling! sprak St. Clare tot

Eline. Vincent had hen verlaten. Eline stond eenigszins angstig op en

St. Clare volgde haar. Maar in de zaal was Elize omringd door een zeer

luidruchtigen troep, waar de dames cigaretten werden geprezenteerd

en zij champagne morsten.

St. Clare voerde Eline naar het balcon. Zijn trotsche oogen stonden

zeer strak en zijn lippen trilden even, nu hij een blik op de groep

om Elize sloeg.

--Hoe komt u toch hier? vroeg hij op eens aan Eline met een

ontevredenheid, die hij niet vermocht te temperen. Hoe is het eigenlijk

mogelijk, dat ik u hier heb aangetroffen?

Zij zag hem verbaasd aan.

--Ik begrijp u niet, antwoordde zij koel.

--Ik vraag u, hoe het mogelijk is, dat ik u hier vind? U is hier toch

niet in gezelschap dat u past.

Zij begon zijn meening te doorgronden en ontstelde over zijne zoo

groote vrijmoedigheid.

--Niet in gezelschap, dat mij past? herhaalde zij langzaam. Mag ik

u herinneren, dat ik mij in het huis van mijn oom en tante bevind.

--Dat weet ik, maar uw oom en tante schijnen menschen te zien, in

wier kring u niet behoort. U is hier natuurlijk met goedvinden van

uw andere familie?

Zij begon te sidderen over haar geheele lichaam en haar oogen zagen hem

met al den hoogmoed aan, dien zij op dit oogenblik wist te verzamelen.

--Mag ik u vragen, meneer St. Clare, waaruit u het recht put mij een

verhoor te laten ondergaan. Ik dacht, dat ik vrij was te doen en te

laten, wat ik verkoos, en ik ben oud genoeg mijn kennissen te kiezen,

zonder toestemming van wien ook, noch van mijn "andere familie",

noch van u.

Haar toon was als een naald zoo vlijmend. Zij wilde zich omwenden. Hij

vatte haar hand. Zij trok die aanstonds terug.

--Ik bid u, blijf nog een oogenblik. Vergeef me, als ik u gekrenkt heb:

ik heb dat niet willen doen. Maar ik stel in u belang. Ik had veel

van Vincent over u gehoord. Ik kende u voordat ik u gezien had. Ik

beschouwde u eenigszins als... laat me zeggen, als een onbekend

zusje zooals ik Vincent als mijn broêr beschouwde. En ik vind u hier

tusschen menschen....

--Ik dank u voor uwe goede bedoeling, hernam zij, koud als ijs. Maar

wil uw broederlijke belangstelling voortaan op gepaster wijze uiten. U

kende mij voordat u mij gezien had, c'est possible. Ik ken u sedert

een week. En ik begrijp niet, hoe u mij durft toespreken, alsof u

over mij te waken had. Ik ben u verplicht voor uw goede zorg, maar

heb die niet noodig.

Hij maakte een ongeduldig gebaar en hield haar nogmaals tegen. Zij

sidderde nog van woede, maar toch bleef zij.

--Ik verzoek u vriendelijk, wees nu niet boos! hernam hij

gemoedelijk. Het is mogelijk, dat ik wat vrijmoedig gesproken heb,

maar u, vindt u zelf, dat u hier in gezelschap is, dat u past?

--De kennissen van mijn oom en tante kunnen ook de mijne zijn, meen

ik. In alle geval is het een zaak, waarmeê u u niet heeft te bemoeien.

--Waarom verbiedt u mij belang in u te stellen?

--Omdat u aanmatigend is.

--Is er geen vergeving voor die aanmatiging, wanneer ze uit een

vriendschappelijk gevoel voortspruit? vroeg hij en stak zijn hand uit.

--O zeker! antwoordde zij ijskoud, schijnbaar zonder zijn hand op te

merken. Maar spaar mij voortaan, zoowel uwe aanmatiging als uwe al te

vriendschappelijke gevoelens. Te veel belangstelling kan hinderlijk

worden.

Zeer gekrenkt wendde zij zich om. Hij bleef alleen in het balcon en

zag haar zich verliezen tusschen de écuyères en den Russischen prins,

de blonde dame, de twee dronken heeren en den graaf, die dichter was...

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 162 / 188 题