VII.

Dien volgenden avond, omstreeks half tien, verschenen hare gasten. Oom

Daniël en Elize ontvingen met gemak die eenigszins bij elkander

geraapte kennissen. De habitués, de graaf, de acteur, de juwelier en

de blonde juweliersche verschenen het vroegst. En Eline zag daarna

de revue passeeren voorbij gastheer en gastvrouw, een vreemde revue,

de heeren met iets poenigs of bohémien-achtigs, de dames met te groote

diamanten en verwelkte sleepjaponnen.

Zij gevoelde zich niet thuis in dezen kring en toch vermaakten

haar die vreemde menschen, welke door die, met bibelots opgepropte,

salons dwaalden, en zich vooral ophoopten in de groote zaal. Het licht

van de bougies der Venetiaansche kroon tintelde zonderling over al

dat antieke brons, dat antieke porcelein en die antieke stoffen. De

gasten hadden allen iets eigenaardigs, dat belang inboezemde. Elize

had immers afkeer van banale menschen.

Eline trok zich een weinig terug, als in de schaduw van gastheer en

gastvrouw, toen zij St. Clare en Vincent zag binnenkomen. Zij waren

en frac met witte das en het trof haar, dat zij beiden een waas van

distinctie medevoerden.

Maar toen zij oom en Elize begroet hadden, schenen zij haar niet op te

merken in het gedrang der luidruchtige menschen en Eline gevoelde zich

verlaten, hoewel een kleine, oude dame, bruin en gerimpeld als een

noot, met roode pluimpjes in het haar, haar druk verhalen deed over

schilders en beeldhouwers. De oude dame liet er zich op voorstaan,

dat zij arme artisten beschermde.

--Het is zeker een artistieke soirée, van avond? vroeg zij, hare

oogen dicht knijpend.

--Ik geloof het wel, antwoordde Eline in eene toenemende malaise.

--U zingt ook?

--O neen, ik zing niet meer, de dokter heeft me verboden te zingen.

--U was zeker anders aan het tooneel gegaan?

--O neen, neen....

Eenige heeren bogen voor het oude dametje en zij stelde ze Eline

voor. Het waren allen zeer talentvolle artisten, musici, acteurs,

schilders, allen miskende genieën. Het oude dametje vertelde Eline

honderd uit over opera's, rollen en panorama's, die zij geschreven,

gecreëerd en geschilderd hadden. Hun roem zou weldra de wereld

doorklinken; zij zou ze beschermen....

Eline gevoelde iets, alsof al die miskende genieën haar

omsingelden. Het duizelde haar en het was haar een redding, toen zij

St. Clare op haar toe zag komen.

--U is zóó omringd! lachte hij zacht. Er is geen doordringen aan.

Eline trok een minachtend mondje.

--Laten we een beetje op zij gaan. Daar is het ruimer! lispelde zij.

Zij ontvluchtte behendig aan de omsingeling der genieën en viel met

een zucht op een pouffe neder. Zenuwachtig speelden hare vingers met

de dof gouden kralen, die haar gedecolleteerd corsage van zwart satijn

als een glinsterende regen bedekten.

--O! Die menschen vervelen me nu al! sprak zij met een lichten

afkeer. Hoe heeft u het gehad in Gent en in Brugge? Toe, vertelt u

me wat....

Hij bleef naast haar staan en verhaalde het een en ander. Hier en

daar vormden zich groepjes, en de heeren wipten soms voorzichtig

over de sleepen der dames heen. Drie lakeien dienden wijn, sorbets

en gebak rond.

--Maar wat zal er vanavond gebeuren? vroeg St. Clare nieuwsgierig,

terwijl hij zijn verhaal onderbrak. Elize stond een en al

lieftalligheid, zich in betuigende bochten te wringen voor den graaf,

en men zag naar hen op en fluisterde.

De graaf scheen verlegen en verontschuldigde zich.

--O, ik bid u! u mag me niet dupeeren! hoorde men Elize smeeken.

--Ze vraagt hem zeker iets voor te dragen en hij is confuus! lachte

Eline.

Eline had gelijk. Elize sloeg een zegevierenden blik op eenige dames

in hare buurt en de graaf, met een gebaar, alsof hij het niet helpen

kon, poseerde zich en kuchte. Hij zou een episch gedicht voordragen,

het verhaal van Pizarro's verovering van Mexico, van Montezuma en de

Azteken. De titel deed de ronde.

Er ontstond eene stilte, waaronder men een gedempt fluisteren ried. De

alexandrijnen rolden daverend en dreunend over de hoofden der gasten

met een hard gerommel van r-klanken. Vincent knikte Eline uit een

anderen hoek der zaal ondeugend toe. De graaf schreeuwde al harder

en harder.

--Sublime, vindt u niet? vroeg het oude dametje met de roode pluimpjes,

dat opnieuw dicht bij Eline was teruggekomen.

Eline knikte bewonderend terug.

Maar hier en daar zuchtte men, met wanhopige gezichten. Ook begon

men harder te fluisteren.

--Geduld en lijdzaamheid! sprak Eline glimlachend tot St. Clare.

Hij glimlachte terug. En zij vond het lange gedicht niet meer zoo

ondragelijk vervelend, nu hij naast haar zou staan, tot het gedaan was.

Toen de graaf zijn laatsten alexandrijn donderend had laten wegsterven

ontstond er als een electrische beweging in de eerst roerlooze

groepen. Men lachte, men drong tusschen elkaar door. Eenige dames

stonden dwepend den graaf te bedanken.

--Kunnen we ons niet vast in verdediging opstellen voor een volgend

nummer van het programma? vroeg St. Clare lachend.

--In den wintertuin zullen we vrijer zijn, antwoordde Eline.

Zij begaven zich met eenige moeite, beleefd dringend, naar den kleinen

wintertuin. Er zaten slechts twee groepjes, twee oude heeren aan een

tafel vol leêge wijnglazen, en een jong vrouwtje met een jongmensch,

die haar iets scheen te vragen en telkens met een waaier op heur knie

tikte. Er hing een zwoele geur, als een adem van tropische bloemen,

onder de palmen, de vanille-planten en de orchideeën. Door de glazen

zag men buiten een sneeuwstorm zijn wit dons verstuiven.

Zij zaten nauwlijks, of zij hoorden in de zaal eenige akkoorden over

de piano rammelen. De acteur die dikwijls om elf uur 's avonds kwam,

was bas en zou duo's zingen met de blonde juweliersche, nu in blauw

peluche gedost. St. Clare en Eline zagen hen voor de piano, weêrkaatst

in een der spiegels van den wintertuin, terwijl een miskende componist

hen accompagneeren zou.

--Ik wist niet, dat ze zong! riep Eline verbaasd uit. La bonne

surprise! O, het wordt bepaald amuzant! Maar vertelt u nu onderwijl

door....

Er begon een blos op haar wangen te tintelen en zij kreeg iets terug

van hare vroegere schitterende bevalligheid. Een enkele maal bracht

zij haren champagnekelk aan de lippen. Aandachtig hoorde zij naar

zijne verhalen: hij sprak zeer boeiend. Daar ginds galmden de hooge

kreten van de sopraan en het lage gebrul van den bas tegen elkander

op als een schrille cacofonie.

Meerdere groepjes kwamen den wintertuin vullen; men behoefde er niet

de vereischte bewondering van daar ginds te toonen. Men praatte en

lachte er zeer vroolijk. Vincent voegde zich bij St. Clare en Eline.

--Je ne dérange pas? vroeg hij.

--Par exemple! riep Eline uit.

Het scheen, alsof zij zich met hun drieën op een publiek feest

bevonden; zij kenden nauwlijks iemand van al die zonderlinge menschen

en zij vermaakten zich met hen een weinig in stilte uit te lachen. De

twee oude heeren hadden hoe langer hoe meer leêge wijnglazen om zich

gekregen en in de schaduw van een banaan scheen het jonge mensch

met den waaier ongezien een arm om de leest van het jonge vrouwtje

te hebben geslagen. In een anderen hoek, waar men eenige glazen

gebroken had, herkende Vincent iemand, die zich voor een Russischen

prins uitgaf, zeer luidruchtig met twee écuyères van een cirque, van

wie Vincent niet begreep, hoe zij zelfs bij oom Daniël geïntroduceerd

hadden kunnen worden.

--O, ze moeten door een achterdeur gekomen zijn; Elize zal niet weten,

dat ze er zijn, gedecideerd niet! lachte hij.

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 161 / 188 题