Maar vooral boeiden haar de gesprekken, die zij wisselde met oom
Daniëls dokter, een man van onzekeren leeftijd, zeer beleefd van
manieren, zeer kiesch van woorden, en die haar steeds met groote
belangstelling scheen gade te slaan. Zij gevoelde zich in den aanvang
een weinig bevreesd voor die belangstelling, als zou hij iets in haar
doorgronden, dat haarzelve onbewust was en dat eene schande zou blijken
te zijn. Maar er ging iets als een magnetische invloed op haar uit:
zij gevoelde zich als gebiologeerd door zijn vasten, vriendelijk
doordringenden blik, en weldra vroeg zij hem vaak, wanneer zij aan
hoofdpijn leed, of hij even zijne koele hand vóór haar voorhoofd
wilde houden. Hij had dit eens uit zichzelven gedaan en het was Eline
aanstonds geweest of een verfrisschende, versterkende stroom door heure
gloeiende hersens was gevloeid. Sedert verslaafde zij als het ware aan
de koele fluïde van die hand, die haar zelfs niet aanraakte, maar die
een kouden bries door haar verhit hoofd scheen te kunnen laten waaien.
Eline had hem gesproken over hare slapelooze nachten en hij had willen
pogen haar, naar hij zeide, alleen door zijn wil te laten slapen,
maar zij had hem gesmeekt, haar niet geheel en al tot een niets te
maken. Zij had reeds zoo weinig wil; zij was bevreesd een geheel en al
willoos wezen te worden, zoo hij haar zóo, zelfs in zijne afwezigheid,
zou kunnen beheerschen. Daarop had hij haar morfinedrankjes gegeven,
druppels, die zeer duur waren, die hijzelve gemengd had, en die
hijzelve haar telde in een glas water. Zij brachten haar des nachts,
zoolang zij nog wakker lag, in een zacht suizende extase, waarin zij
van hare kussens, uit heure lakens scheen op te zweven langs deinende,
blauwe luchtstroomen, die haar als golven wiegelden.
Maar daarna zonk zij, tot laat in den morgen, in doffe rust neêr. En
zij roemde oom Daniëls dokter zeer; hij wist een zoo heilzamen invloed
op haar uit te oefenen als Reijer nooit vermocht had te doen; hij
wist ten minste haar te laten slapen.