Het bruidspaar met de bruidsmeisjes en bruidsjonkers soupeerde aan
de grootste tafel in het midden van den salon, terwijl de anderen
zich bij groepjes van vieren aan de kleinere tafeltjes zetten. Paul
gevoelde zich in eene recht aangename stemming, nu hij de laatste Polka
met Frédérique gedanst had, naast haar zat en haar bediende, en liet
zich zeer gewillig de les lezen door bruidje en door Marie, die hem
verweten dat hij veel te brutaal was tegen al die meisjes. Etienne
had een kleur van de champagne en kreeg, tot vermaak van Marie,
melancholieke aanvechtingen; waarvoor toch zoo te dansen, en je zoo
te vermoeien, en waarvoor champagne te drinken, terwijl het leven
zoo kort en zoo droefgeestig was! Pauls tweede wals met Freddy na
het souper! Misschien was die nog wel zoeter dan de eerste, meende
hij, nu, in de roze bedwelming van het gewemel harer tulle plooitjes
zich het getintel der champagne mengde, waarmede zij samen aan het
souper geklonken hadden, nu dat getintel flikkerde in hunne oogen
en in hunnen lach! Toch was hij niet verliefd, dacht hij, want hij
vond, dat alle meisjes er vanavond aardig uitzagen, maar in zijne
stemming van algemeene bewondering, bleef Freddy hem toch de mooiste,
de allermooiste...
Met Etienne geleidde hij daarop de figuren van den cotillon en tusschen
het gefladder der vlaggetjes, het quasi intrigeeren der maskers,
onder het gewissel van ridderorden en bouquetjes, en het banale spel
van het spiegeltje, dat Ange coquet, bij iederen cavalier, die er
inzag, omdraaide en weder omdraaide--zeker hopende, dat hijzelve zou
komen!--verzon hij spiksplinternieuwe figuren.
Op het einde van het bal, dansten de meisjes, dronken van
opgewondenheid, om hem heen en hij liep ze na en speelde, dwars
door een geïmprovizeerden galop, krijgertje met Ange en Françoise,
die beiden in een azalea terecht kwamen, zoodat Emilie De Woude vond
dat het bal een bacchanaal was geworden.
--O, die Paul, die Paul! riepen zij allen.
Maar de sorties werden in de eetkamer binnengebracht en men
vertrok. Het was drie uur.
--Je bent veel liever, zooals je vanavond geweest bent, dan zooals
je gisteren was, Freddy, sprak Paul, terwijl hij haar hielp.
Zij lachte hem droomerig toe, terwijl hij haar zorgvuldig
inmoffelde. Zij dacht, of zij ook iets tegen hem gezegd had dat ze
niet had moeten zeggen, maar ze herinnerde zich niets...
En terwijl Paul met een paar jongelui naar huis ging, de kraag
op, en de handen in den zak, dacht hij er nog eens over na en hij
werd er geheel overtuigd van; ze waren allemaal dol op hem, zonder
uitzondering, dol op hem.