IX.

Het bruidspaar met de bruidsmeisjes en bruidsjonkers soupeerde aan

de grootste tafel in het midden van den salon, terwijl de anderen

zich bij groepjes van vieren aan de kleinere tafeltjes zetten. Paul

gevoelde zich in eene recht aangename stemming, nu hij de laatste Polka

met Frédérique gedanst had, naast haar zat en haar bediende, en liet

zich zeer gewillig de les lezen door bruidje en door Marie, die hem

verweten dat hij veel te brutaal was tegen al die meisjes. Etienne

had een kleur van de champagne en kreeg, tot vermaak van Marie,

melancholieke aanvechtingen; waarvoor toch zoo te dansen, en je zoo

te vermoeien, en waarvoor champagne te drinken, terwijl het leven

zoo kort en zoo droefgeestig was! Pauls tweede wals met Freddy na

het souper! Misschien was die nog wel zoeter dan de eerste, meende

hij, nu, in de roze bedwelming van het gewemel harer tulle plooitjes

zich het getintel der champagne mengde, waarmede zij samen aan het

souper geklonken hadden, nu dat getintel flikkerde in hunne oogen

en in hunnen lach! Toch was hij niet verliefd, dacht hij, want hij

vond, dat alle meisjes er vanavond aardig uitzagen, maar in zijne

stemming van algemeene bewondering, bleef Freddy hem toch de mooiste,

de allermooiste...

Met Etienne geleidde hij daarop de figuren van den cotillon en tusschen

het gefladder der vlaggetjes, het quasi intrigeeren der maskers,

onder het gewissel van ridderorden en bouquetjes, en het banale spel

van het spiegeltje, dat Ange coquet, bij iederen cavalier, die er

inzag, omdraaide en weder omdraaide--zeker hopende, dat hijzelve zou

komen!--verzon hij spiksplinternieuwe figuren.

Op het einde van het bal, dansten de meisjes, dronken van

opgewondenheid, om hem heen en hij liep ze na en speelde, dwars

door een geïmprovizeerden galop, krijgertje met Ange en Françoise,

die beiden in een azalea terecht kwamen, zoodat Emilie De Woude vond

dat het bal een bacchanaal was geworden.

--O, die Paul, die Paul! riepen zij allen.

Maar de sorties werden in de eetkamer binnengebracht en men

vertrok. Het was drie uur.

--Je bent veel liever, zooals je vanavond geweest bent, dan zooals

je gisteren was, Freddy, sprak Paul, terwijl hij haar hielp.

Zij lachte hem droomerig toe, terwijl hij haar zorgvuldig

inmoffelde. Zij dacht, of zij ook iets tegen hem gezegd had dat ze

niet had moeten zeggen, maar ze herinnerde zich niets...

En terwijl Paul met een paar jongelui naar huis ging, de kraag

op, en de handen in den zak, dacht hij er nog eens over na en hij

werd er geheel overtuigd van; ze waren allemaal dol op hem, zonder

uitzondering, dol op hem.

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 131 / 188 题