Den volgenden avond was het bal bij de Verstraetens zeer vroolijk. Daar
men natuurlijk slechts intieme kennissen genoodigd had, lag er over de
drukte in de salons, de eetkamer en de serre, niettegenstaande al het
groen, en de luchtige toiletten der meisjes en de rokken der jongelui,
eene tint van huiselijke gezelligheid. Men kende elkander onderling
goed en in plaats eener stijve gelegenheidsconversatie heerschten onder
alle groepen eene ongedwongen vroolijkheid en een schitterende scherts.
Paul kwam te laat. De Polonaise en de Polka waren reeds geëindigd,
toen hij binnentrad en terwijl hij deftig voor het bruidje boog,
maakte zij zich boos.
--Je moest je schamen, dat je geen tijd vond eerder op mijn bal te
komen! Ik hoop, dat je er goed voor gestraft zal worden, akelige
jongen!
Hij verontschuldigde zich met zijn lachende oogen en zijn spottenden
mond, en rook even aan haar prachtigen, witten bouquet, met kanten
cornet, zijn gibus onder den arm, en zich zijne gris-perle handschoenen
aan de vingers schuivend. Hij vond, dat zij er bijna etherisch uitzag
in de wolkende witheid van heur tulle en oranjebloesem, met haar fijn,
bleek gezichtje en haar pruilend mondje, als van een bedorven kind.
--Ik hoop, dat alle meisjes haar dansen al zullen hebben, en dat je
alleen overblijft! sprak zij opstaande.
--Maar bruidje, bruidje, wat ben je weinig mild van humeur! Wil je
een pari met me aangaan, dat ik niet alleen overblijf en dat ik den
heelen avond dans, wil je? murmelde hij haar dicht in het gelaat,
terwijl hij heur fijn stemmetje nadeed.
--Neen, neen, geen pari! riep zij verschrikt. Je bent brutaal genoeg
om allerlei dwaasheden te doen. Je gedraagt je netjes vanavond, hoor.
Zij dreigde hem met den vinger en nam den arm van haar bruidegom
en zij dreef Georges fluisterend verder door een dichten drom van
meisjes en jongelui.
Paul zag Cateau Van der Stoor bij een paar azalea's staan met een
langen, bleeken jongen, dien hij niet kende. Hij knikte haar familiaar
toe, als hij een kindje gedaan had, terwijl zij koel even boog. Dat
kleine nest, hij zou haar leeren vanavond... hij zou haar niet om
een dans vragen, misschien wel haar in het geheel niet aanspreken.
Hij gevoelde zich juist in een humeur om iedereen voor den gek te
houden, toen hij in een dichten groep Frédérique en Marie bespeurde,
beide in roze tulle.
--Zoo, late bruidsjonker! riep Marie. Durf je je nog vertoonen,
bloos je niet...?
Hij hoorde niet naar heure overstelpende verwijtingen, maar vroeg
Freddy aanstonds naar de dansen, die zij hem beloofd had. De eerste
wals?
--Natuurlijk! sprak Freddy. Ik wachtte al op je, ik dacht dat je me
geheel vergeten was.
Uit de serre klonken reeds de eerste maten der Invitation à la
Valse en het dichte groepje, waarin zij zich bevonden, begon zich
te verspreiden.
--En nu gaan we zeker al dansende filozofeeren, zooals gisterenavond,
niet waar Freddy? vroeg hij.
--Dank je wel, hoor. Vanavond filozofeer ik niet, vanavond dans ik
en amuzeer ik me!
Haar stem klonk vol van een uitgelaten vroolijkheid en zij zag hem
lachend, met haar schitterende oogen, zoo betooverend aan, dat hij zijn
hart sneller voelde kloppen. Gelukkig, zij boudeerde nu niet. Wat was
zij mooi zoo, met die roze kleur, als een weêrschijn van heur toilet,
op hare wangen; wat was zij mooi in dien dartelen glans van bijna niet
te betoomen vroolijkheid! Mooier, mooier dan eene van die anderen,
mooier dan dat bleeke bruidje daar ginds. Hij had haar kunnen omhelzen,
maar hij vroeg slechts met zijn oogen in de hare:
--En de polka vóor de pauze en de wals na het souper? En de
cotillon? Alles voor me opengehouden?
--Ja, alles! antwoordde zij blozend; ofschoon je het volstrekt niet
verdient. Maar ik blijf trouw aan mijn eens gegeven woord. En je ziet,
al mijn andere dansen heb ik weggegeven.
Zij toonde hem haar balboekje; hij zag glimlachend naar de blanke
ruimte achter de dansen, die zij hem beloofd had, en hij kraste nu
achter elk dier dansen een groote brutale P.
De wals was reeds begonnen en terwijl hij zijn arm om Frédérique's
middel boog, zag hij Cateautje met den bleeken jongen voorbij
dansen. Hij knikte haar voor de tweede maal met een vaderlijk knikje
toe en genoot van zijn wreedheid, toen hij haar, met een kleur als
vuur, over den schouder van haren langen cavalier, een woedenden
blik naar hem zag werpen. En daarna dacht hij niet meer aan haar,
daarna dacht hij slechts aan Freddy.
Hij herinnerde zich niet ooit zoo zoet gedanst te hebben, nu hij
haar, gestrengeld in zijn arm, als zwevend op de punt harer roze
schoentjes rondvoerde tusschen de andere paren, waarvan de meisjes
hem, met een vluchtige liefkoozing harer linten, voorbij draaiden. Als
onwillekeurig drukte hij haar een weinig aan zijn borst en zijn blik
daalde lachend over haren hals, over hare mooie, volle schouders. Het
gewemel harer roze tulle bezwijmelde hem, als was dit een tintelende
wijn, dien hij met langzame teugen genoot en terwijl haar hoofd bijna
op zijn schouder lag, bespiedde hij het kroezen van een paar kleine,
zijden haartjes in heur nek. Zij had nu niets van een wijsneus,
niets van een kleinen professor en zij walste heerlijk, heerlijk.
Toen werd het hem of het leven niets dan éen zoete wals was. Altijd
de bedwelmende maat van die zachte duizelende wending, altijd
dezelfde... En altijd, bij die wending, dat mooie kopje bij
zijn schouder, dat ranke figuurtje in zijn arm, en altijd die
roze wervelwind van ruischende plooitjes als een gedwarrel van
rozenbladeren... En altijd die kroezende lokjes in haar nek en die
zachte blankheid van hare schouders, als van twee lelies... Altijd,
altijd...
--Paul, hou me toch niet zoo vast; ik zal niet wegloopen! fluisterde
zij en zag lachend tot hem op en hij zag haar vol terug in die
schitterende oogen. Maar hij wond zijn arm niet losser om haar leest
en zij schikte zich in zijne halve omhelzing, een vaag lachje om de
lippen. Zij spraken niet meer.
Het was hem, of hij uit een zoeten droom ontwaakte, toen de muziek
ophield.
--Waarom maar zoo niet door te walsen, hè Freddy altijd door? Tot je
dood ging...
Zij lachte en antwoordde iets, maar hij hoorde niet wat. Hij droomde
nog, dat zij walsten!