Het had ook drie uur geslagen, dien nacht, in het huis der Van Raats,
toen Frans Ferelijn met een rijtuig voor hun deur stilhield. De storm
brulde nog als een gekwetst monster, dat zich boven de donkere stad
woedend verweerde. Frans sprong uit het rijtuig en belde. Hij zag
dat de vestibule verlicht was.
--Ik heb geen geld bij me, maar kom morgen! Je zal hebben, wat ik je
beloofd heb! riep hij den koetsier toe.
Oogenblikkelijk werd hem open gedaan. Het was Henk, die iemand scheen
te verwachten. Maar hij deinsde verbaasd terug, nu hij Frans zich
naar binnen zag storten.
--Ben jij het, Ferelijn? riep hij uit.
--Ik ben het, wees kalm! sprak Frans, hem bedarend, daar hij zag,
dat Henk in de grootste opgewondenheid was. Alles is terecht, Eline
is bij ons.
Hij trad verder naar binnen en het kraakte onder zijne voeten: de
geheele vestibule lag vol glasscherven.
--Bij jullie!! O, Goddank! kreet Henk. Ik was dol, ik was radeloos,
ik wist niet wat ik doen zou! Goddank, dat ze bij jullie is!
--Kom binnen, Ferelijn! sprak Betsy bevend, die in de deur van de
eetkamer verscheen.
Ook de meiden en Gerard waren in de vestibule en hunne angstige
gezichten klaarden een weinig op, terwijl zij zich fluisterend in de
keuken terugtrokken. Frans kwam met Henk de eetkamer in.
--Wees maar niet bang, mevrouw; waarlijk, het is voor het oogenblik
geschikt. Eline was door- en doornat, maar Jeanne heeft haar goed
verzorgd. Verbeeld u onzen schrik toen wij die late bel hoorden en
haar zagen, druipnat...
Hij verhaalde kort Eline's aankomst ten hunnent in dien nacht van
jammer en stelde hen gerust, toen hem eensklaps voor het eerst Henks
gelaat opviel...
--Maar wat is jou overkomen? Je wang bloedt!
--Ja, maar het heeft niets te beteekenen. Toen Eline wegliep, wou
ik haar achterna, om haar tegen te houden, en door den tocht is de
glazen deur in de vestibule stuk geslagen. De scherven zijn me in mijn
gezicht gesprongen en in mijn oogen; daardoor was het mij onmogelijk
haar dadelijk achterna te rennen. Toch ben ik, zoo gauw ik kon,
met Gerard op straat gegaan, om haar desnoods terug te sleepen. Maar
het was zoo vervloekt donker--de lantaarns waren uitgewaaid--en ik
zag haar niet meer. Ik wist niet meer wat ik doen zou. Toen zijn we
naar het politiebureau op de Schelpkade gegaan, en vandaar zijn eenige
nachtwachts haar gaan zoeken. Ze was in zulk een toestand... ik dacht,
dat ze misschien een einde aan haar leven wou maken, en alles kon haar
overkomen met dat helsche weêr. Ik heb nog pijn, hier, in mijn oog;
ik zal morgen dadelijk naar een oogdokter gaan.
Betsy liet zich zuchtend in een stoel neer.
--Het is verschrikkelijk, verschrikkelijk! stamelde zij. Die Eline
kan zijn, of ze dol is!
--Als je ook alles doet om haar dol te maken! riep Henk woedend uit,
met de hand aan zijn oog.
--Ah, bien! Nu krijg ik er de schuld van.
--Van Raat, ik moet je nog het een en ander zeggen! viel Frans Betsy
in de rede. Je begrijpt, ten eerste ben ik zonder aarzeling hier in
den nacht gekomen, omdat ik vreesde, dat je in doodelijke ongerustheid
zou zijn.
--Kerel, ik weet niet, hoe ik je danken moet.
--Dat is van later zorg. Maar ten tweede heeft Eline me verzekerd,
dat ze niet bij je terug wil komen. Je begrijpt, zoo een historie lekt
gauw genoeg uit; er komen praatjes en dat is allesbehalve aangenaam. De
zaak wordt verergerd zoodra er over gesproken wordt. En de meiden en
de knechts hebben alles gezien, nietwaar?
Betsy zag Frans dankbaar aan, dat hij dit punt aanroerde.
--Ach, wat is daar aan te doen! riep Henk ongeduldig. De menschen
kletsen toch dadelijk.
--Daar is ook niet veel aan te doen, maar kom in elk geval morgen
dadelijk bij ons aan en zie Eline over te halen hier terug te
keeren. Ten minste, als ze niet ziek is; ik dacht zooeven, dat ze
nogal koortsig was. Ik zou haar dus nu in alle geval rustig laten,
maar kom morgen zoo vroeg mogelijk.
--Goed! sprak Henk, bijna versuft.
--Ik geloof, dat zij ijlde, toen ik een rijtuig ging halen, maar
toch sprak ze zeer gedecideerd. Ze wou niet terug komen en ze
gaf mij haar sleutels, die ze bij zich had. Ze droeg mij op--hij
zag Betsy aan--haar zaken hier te regelen, en haar goed te laten
wegbrengen. Maar ik geloof, dat zij dat alles in haar drift heeft
gezegd; ik hoop ten minste, dat we morgen om dezen tijd veel in der
minne geschikt zullen hebben.
--Hoor eens, Ferelijn! sprak Betsy onrustig, je begrijpt, hoe wanhopig
ik ben. Groote goedheid, ik heb wel eens met Eline gekibbeld,
maar wie kon vermoeden, dat ze tot zoo een dollen streek capabel
zou zijn! En zooals je zegt: heel Den Haag zal er den mond vol van
hebben! Als je haar dus weet over te halen terug te komen, zal ik je
eeuwig dankbaar zijn. Ons huis staat altijd voor haar open. En wat
die sleutels betreft, laat die maar hier: ik denk ook wel dat nog
alles goed zal afloopen. God, wat een geluk, dat ze naar jullie is
gegaan! Maar in dien nacht, alleen, in dien storm! Hoe heeft ze het
gedaan, God, God! Hoe heeft ze het gedaan!
Frans besprak met Henk nog het een en ander en Henk verzocht hem
te blijven tot den volgenden morgen, daar Frans zijn rijtuig had
weggestuurd en de storm nog niet bedaarde. Gerard geleidde Frans naar
Henks kleedkamer, opdat hij zich van zijn natte kleêren kon ontdoen.
--Je mag Ferelijn wel op een delicate manier vragen, hoeveel hij voor
dat rijtuig betaald heeft, Henk! sprak Betsy met een nederige stem,
zoodra zij alleen waren. Het zal hem toch heel veel gekost hebben in
dat weêr, en het is toch aardig, dat hij dadelijk gekomen is.
--Delicaat, ja praat jij me van delicaat! donderde Henk haar toe,
en hij liet haar alleen, huiverend van schrik bij de gedachte aan
wat de wereld van hen zeggen zou.