Vincent at dien middag nog niet aan tafel. Betsy vertelde aan Otto
van den brief uit Amerika; Vincent zou nu een betrekking krijgen,
in New-York....
--En wanneer denkt hij te gaan?
--Zoodra hij beter is. Ik zal God danken, als hij weggaat.
Eline vermocht haar zelfbeheersching niet meer te bewaren.
--Reijer zegt, dat hij er in de eerste weken nog niet aan denken
moet! zeide zij vinnig, met een woedenden blik op Betsy. Maar
natuurlijk...
--Wat natuurlijk?
--Als je het niet voor je fatsoen liet, zou je hem, ziek als hij is,
op straat zetten...
--Als ik kon, dan ja, zou ik het zeker doen. En het is eens voor al:
hij komt nooit meer bij me aan huis... Ik heb nooit iemand gezien,
die zoo indiscreet blijft hangen.
--Maar Betsy.... als hij toch bijna stervende is! riep Eline, trillend
van woede.
--Ach gekheid!
--Wat gekheid? Als je hem zag, zooals ik hem zie! krijschte zij.
--Ach toe, Eline, laten we niet kibbelen over Vincent. De heele
jongen kan me niets schelen. Je maakt er een melodrama van. Stel je
toch niet zoo aan.
--Ja, "stel je toch niet zoo aan!" Daarmeê wordt je altijd
doodgeslagen, als je het minste gevoel toont... Jij, jij hebt geen
hart, jij...
--Eline! sprak Otto zacht.
Gerard, de knecht, bracht de vleeschschaal binnen. Er heerschte een
pijnlijke stilte.
--Je vergeet de jus, Gerard, zeide Betsy kort. Gerard ging.
--Jij... jij zou een mensch kunnen vertrappen, als hij je maar een
voetbreed in den weg lag, als hij je maar zooveel hinderde in je
plat egoïsme! Je denkt om niets dan om jezelve, en je begrijpt niet,
dat niet iedereen zoo laag is als jij en....
--Eline! sprak Otto nogmaals, terwijl Gerard voor de tweede maal
binnentrad met een sauskom.
--Ach wat! "Eline! Eline!" Qu'est ce que me fait cet homme! Betsy
ne veut pas le voir... mais je t'assure, que Vincent se meurt... Il
s'est endormi dan ma chambre, pâle comme un linge et essoufflé par
la fatigue, que lui a causé cette stupide promenade, recommandée
par Reijer... Et c'est pour cela, que je ne veux pas souffrir, qu'on
l'accuse d'indiscrétion et de tout cela... S'il ne fût pas si malade
il ne resterait pas longtemps chez nous... j'en suis sûre...!
Zij sprak driftig, met vlammende oogen, en de Fransche woorden vielen
van haar lippen, scherp en vlijmend als naalden, hoogmoedig en trotsch.
Ook Betsy kookte van woede, terwijl Gerard verdween, maar zij
antwoordde niet en hield zich in. Henk kon een zucht niet onderdrukken.
--Nily-lief, sprak Otto. Ik draag Vincent geen kwaad hart toe, hoewel
ik geen sympathie voor hem voel, maar ik zal toch ook blij zijn,
als hij weg is.
--Zoo... jij ook al...! snauwde zij hem toe.
--Mag ik uitspreken? vervolgde hij, hare ijskoude hand omknellend. Ik
zal het ten minste zijn, als zijn tegenwoordigheid en zijn ziekte in
staat zijn je zoo op te winden en uit jezelve te brengen, als op het
oogenblik. Je weet niet meer wat je zegt, Nily, minstens niet op wat
een toon je spreekt.
Zijne kalme woorden maakten haar razend.
--En jij... jij... jij met je eeuwige kalmte, je eeuwige laconieke
kalmte! barstte zij bijna gillend uit, terwijl zij van tafel opstond
en haar servet neêrsmeet. Ik word er dol onder... onder die kalmte! O,
God, ik word er dol onder! Betsy verplettert me onder haar egoïsme,
en jij onder je kalmte, onder je kalmte, onder je kalmte, onder je
kalmte! Ik, ik... ik kan het niet meer uithouden... ik stik er onder!
--Eline! riep Otto.
Hij rees op en hij omklemde hare polsen, en zag haar vlak in de
oogen. Zij verwachtte iets vreeselijks; zij verwachtte, dat hij haar
op den grond zou neêrgooien, dat hij haar zou slaan... Maar hij
schudde slechts langzaam, terwijl hij haar vasthield, zijn hoofd,
en zijne stem klonk diep bedroefd, toen hij eenvoudig zeide:
--Eline!... Foei!
--O God! O God! Ik word... Ik word krankzinnig! schreeuwde zij in een
vlaag van snikken, en ze rukte zich los uit zijn greep, en stortte
zich de kamer uit, terwijl zij in haar vaart eenige glazen van de
tafel sleepte die rinkelend in scherven vielen ...