De Van Rijsseltjes, die Mathilde niet in de boot vertrouwde, als
Etienne er bij was, hadden zich, toen hunne ongelukkige gezichtjes na
die teleurstelling, afgewischt en opgeklaard waren, met schommel en
wip opnieuw tevreden gesteld. Tina duwde Nico, die zeer deftig zat,
heen en weêr en Johan, met Lientje tusschen zijn beenen zittend, weerde
zich op den tweeden schommel. Daar kwamen echter Marie en Etienne aan,
en toen Nico moê was van zijne deftigheid, klommen zij op de plank.
--Hoog, Eetje, heel hoog? riep Marie.
Etienne, de voeten vast op de plank, bracht met een paar krachtige
buigingen zijner beenen den schommel in beweging.
--Ah! Ik zie, je kan beter schommelen dan roeien! riep Marie.
Zij ook maakte lichte bewegingen, en de schommel zwiepte al hooger
en hooger, terwijl haar rokken door den wind opbolden, haar lange
ceintuur fladderde, haar hoed afwoei en eenige haren in hare wangen
warrelden. Zij haalde diep adem, terwijl zij, hoog in de lucht, bijna
horizontaal over Etienne hing, neêrzwaaide en weder opvloog. Zij
had een gewaarwording, alsof er een onmetelijke afgrond onder haar
gaapte, en of zij hooger, steeds hooger in de blauwe lucht steeg,
als op de wieken van een grooten vogel. Hare oogen schitterden, hare
wangen gloeiden en zij had gaarne de koorden losgelaten, om zich met
een wanhopige vlucht te storten in het ijle....
Daar bespeurde zij de vier kinderen, die beneden ontzet naar die
"groote menschen", die zoo hoog mochten schommelen, opzagen, en zij
wilde ze een woordje toeroepen, maar haar keel weigerde geluid te
geven... Etienne was als dronken en hooger zwaaide de plank....
--Etienne... genoeg... genoeg, Etienne! murmelde Marie en sloot
haar oogen.
En eene duizeling overviel haar bijna, toen de vlucht van den
grooten vogel verminderde, langzamerhand verminderde en ten laatste
ophield. Zij wankelde toen zij weder op den grond stond.
Etienne raapte haar hoed op...
--Heerlijk geschommeld, hè? riep hij buiten adem.
Marie knikte glimlachend, en streek zich met een hijgenden zucht heure
verwarde haren uit het gelaat. En toen Etienne, gekheid makend, het op
een loopen zette, en zijne neefjes en nichtjes toeriep, dat zij hem
nooit zouden vangen, en toen de Van Rijsseltjes hem naderden, Nico
het laatst haastig voortschuddende op zijn dikke beentjes.... toen
zeeg Marie in het gras neêr, bij den schommel, en barstte in tranen
uit... Zij dacht aan Lili en aan Georges, hoe die beiden alleen en
zeer gelukkig waren geweest, terwijl zij, Marie, naar de weilanden
en de koeien gestaard had, tot zij sterren voor hare oogen had zien
schemeren, en hoe zij, Georges en Lili, alleen en zeer gelukkig waren
geweest, terwijl zij lelies en plompen uit het water had gerukt,
hard, heel hard...
Hoofdstuk XIX.