VIII.

Henk wilde Otto nog doen blijven, Etienne was reeds zoo bescheiden

zich uit de voeten te willen maken, maar Eline murmelde smeekend,

dat zij zeer moê was en Otto drong niet aan. Hij was te gelukkig om

nog iets te verlangen, hij zou gaan, overvol van vreugde.... En zij

vond hem zeer lief, dat hij afscheid nam alleen met een handdruk,

terwijl zij gevreesd had, dat hij haar kussen zou, voor de anderen ....

De beide broêrs vertrokken en Eline vluchtte naar heure kamer,

waar zij Mina trof, die het lampje ontstak. De meiden hadden door

Gerard, die zoo even te ongelegener tijd in den salon was gekomen,

het nieuws gehoord en Mina feliciteerde haar en keek haar nieuwsgierig

glimlachend aan.

--Dank je, dank je.... Mina.... stotterde Eline.

Gelukkig, zij bevond zich alleen.... Even zag zij in den spiegel en

zij schrikte over haar betraande bleekheid. Maar toch was het haar of

heur ziel weggleed in een stil, blauw meer, dat roerloos zijn wateren

over haar sloot, en waar een eeuwige vrede scheen te heerschen,

een Nirwana, waarvan de zaligheid geheel nieuw was.

Hoofdstuk XVI.

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 74 / 188 题