Men was van de whisttafel opgestaan en men praatte druk door elkaâr. De
vroolijkheid was door de voorspellingen nog meer gestegen, en Etienne
verweerde zich met een stortvloed van woorden tegen Ange, die hem
voorspelde, dat hij een oude vrijer zou worden; hij bedankte daar
hartelijk voor....
Terwijl Ange en Léonie Paul overhaalden nog iets te zingen en Léonie
hem een lied van Massenet accompagneerde, nam Betsy met aandacht
haar zuster en Otto op. En zij meende goed te zien: er was nog niets
tusschen hen verhandeld. Wat draalde Eline toch! Neen, dan had zij,
Betsy, het eenvoudiger gedaan; zij had Van Raat kalm geaccepteerd,
toen hij haar in zijn onhandigheid gevraagd had.... Waar zat Eline
toch over te zeuren? Waarom zou ze Erlevoort nu in 's hemels naam
niet aannemen? Zij waren geheel en al voor elkander geknipt.... En
ze ergerde zich zeer over die sentimenteele aarzeling harer zuster,
terwijl deze een huwelijk kon doen met iemand van goede familie,
met een redelijke pozitie.... Haar blik gleed koud over Eline's
ranke gestalte, waaraan steeds die weifelende schuchterheid een
nieuwe bekoring gaf, en zij merkte die op, zij merkte ook een waas
van ernst op, dat over haar schoonheid verspreid lag, en dat zij
nooit te voren bij haar bespeurd had... Wat een pourparlers toch, als
alles zoo eenvoudig was! Maar toen zij haar man, die met Otto sprak
in het oog kreeg, ergerde die haar nog meer dan Eline: wat was hij
toch dom! Zou hij waarlijk nog niets gemerkt en niet begrepen hebben,
waarom Otto eigenlijk van avond ten hunnent was!
Intusschen, mevrouw Van Raat was reeds vertrokken, later dan zij
gewoonlijk placht te doen en nog over Eline's besluit in eene
onzekerheid, die haar nieuwsgierig had doen dralen. Zij had zich
eenigszins de illuzie gemaakt van eene scène-de-familie en de avond was
haar dus een teleurstelling geweest. Nu--het was bij half-een--maakten
mevrouw Eekhof en haar dochters met Emilie, Vincent en Paul ook
aanstalten tot vertrekken, en zij gingen, terwijl de meisjes, in een
wervelwind van vroolijkheid, door Henk en Etienne naar de vestibule,
naar heur rijtuig werden geleid.
In het kleine boudoir waren Betsy, Eline en Otto een wijle alleen
gebleven, in stilte, die hen eenigszins verlegen maakte. Betsy echter
begaf zich opzettelijk naar den salon, naar de speeltafel, als wilde
zij de verstrooide fiches ordenen....
En het was Eline of de grond onder haar voeten wegzonk. Zij kon
heur verwarring niet voor Otto's blik verbergen, en hij, hoewel hij
geen voornemen had gehad dezen avond op zijn verzoek terug te komen,
gevoelde zich niet sterk genoeg tegen de verleiding der omstandigheden,
nu zij zich beiden alleen bevonden....
--Eline...! fluisterde hij met gebroken stem... O, waarlijk, moet ik
zoo weggaan....?
Bijna angstig hijgde zij haren ingehouden adem uit met een sidderenden
zucht.
--Otto... heusch, heusch... ik... ik kan nog niet...
--Adieu dan, vergeef me, dat ik je voor de tweede maal drong, sprak
hij, drukte even hare vingers en ging....
Zij echter gevoelde zich eensklaps geheel en al smelten in hare
weekheid. Bevende over haar geheele lichaam wankelde zij, maar zij
stortte zich naar de portière, en zich aan de draperie vastklemmende,
riep zij, terwijl zij zich geheel en al aan hare aandoeningen overgaf:
--Otto! Otto!
Hij kon een lichten kreet niet weêrhouden, hij snelde terug en ving
haar in zijne armen op en stralende van vreugde voerde hij haar terug
in het boudoir.
--Eline, Eline, riep hij uit. Is het waar?
Zij antwoordde niet, maar wierp zich snikkend, gebroken door haren
strijd, overwonnen, aan zijne borst en voelde, dat hij haar klemde
in zijne armen....
--Je wilt dus .... je wilt dus mijn vrouwtje worden?
Zij waagde heur gelaat tot hem op te heffen, terwijl zij, rillende,
geketend lag in zijne omhelzing en slechts haar blik vol tranen en
haar vage glimlach antwoordden hem.
--O.... Eline.... engel! fluisterde hij en zijne lippen drukten
haar voorhoofd.
Stemmen klonken in den salon. Henk en Etienne waren uit de vestibule
teruggekomen, Etienne met zijn overjas aan en zijn hoed in de hand.
--Maar waar blijft Otto toch? hoorde Eline hem eensklaps uitroepen
en zij onderscheidden tevens de stem van Betsy, die iets fluisterde.
Otto zag glimlachend neêr op het weenende hoofdje, dat, nu verschrikt,
tegen zijn borst lag.
--Kom, willen we dan gaan? sprak hij, en in zijn eenvoud straalde
hij van geluk.
Zij liet zich langzaam, zeer langzaam medevoeren, steeds snikkende
in zijn armen, het hoofd verborgen op zijn schouder. Betsy kwam
hen glimlachend te gemoet en drukte Otto de hand met een blik van
verstandhouding. Henk en Etienne waren ietwat verbaasd.
--Van Raat, mag ik je.... mag ik je mijn aanstaande prezenteeren,
sprak Otto.
Ook Henk glimlachte nu, ook Etienne, met zeer groote oogen.
--Die oolijkert, die schalk! riep hij uit en dreigde zijn broeder
met den vinger. Als ik dat nu toch vanavond had kunnen denken.
Eline echter, steeds snikkende, maakte zich uit Otto's arm los en viel
Henk om den hals. Hij kuste haar en zijn zware stem mopperde goedig:
--Nou, van harte, zusje... maar drommels, kom, niet zoo huilen... wat
moet er dàt nu bij.... Kom, lach eens, kijk eens lief....
Verlegen verborg zij echter heur hoofd in de handen en ook Betsy
meende haar nu even te moeten zoenen, en schoof heur verwarde lokjes
wat recht.
--Ik ben erg tevreden over mijn soiréetje, erg tevreden! sprak zij
met bedoeling.