Betsy schonk thee. Mevrouw Van Raat en mevrouw Eekhof zaten bij haar
op een canapé en praatten met Emilie De Woude; Henk hoorde, met de
handen in zijn zak, aandachtig naar Vincent, en Eline bladerde met
Ange en Léonie Eekhof en Paul in haar muziek op de piano, toen Otto
en Etienne binnenkwamen.
--En Frédérique? vroeg Betsy verbaasd, terwijl zij Otto de hand reikte.
--Frédérique gevoelde zich wat moê, ze laat zich excuzeeren, antwoordde
hij eenvoudig.
--Ze is tegenwoordig meer onwel! sprak Etienne met overtuiging,
als wilde hij de woorden van zijn broêr kracht bijzetten.
Eline's hart klopte. Zij gevoelde zich zeer zenuwachtig, al wist zij
die nervoziteit te verbergen onder haar lieflijke vroolijkheid. Het
was haar plotseling of ieder haar aan zou zien, zou raden wat
zij dacht, en zij huiverde bijna haar wimpers omhoog te heffen,
uit vrees het aanzicht van den salon eensklaps geheel veranderd te
zullen vinden.... Maar toch, toen zij opzag, was alles het zelfde:
de oude dames praatten met Betsy en Emilie door, Vincent fluisterde
bijna aan Henks oor, en de meisjes en Paul drukten Etienne de hand.
Otto trad echter naar haar toe. Zij wist bijna niet meer hoe zich te
houden en meende, dat zij zeer onhandig stond, maar juist die aarzeling
teekende in haar slank figuurtje iets weifelend schuchters af,
dat haar een nieuwe bekoring gaf. Zij hoorde, hoe hij haar eenvoudig
goedenavond zeide, maar in zijn stem klonk iets vols en rijks, als een
belofte van teederheid. Zij gevoelde eensklaps een nieuwe aandoening,
een smeltende weekheid in haar hart, die zij niet begreep.
Hij bleef bij hun groepje, bij de piano; hij stond vlak naast haar,
maar sprak met Ange, terwijl Léonie luid schertste met Etienne,
die haar brutaal het hof maakte. Een enkele maal zag Otto Eline aan,
om haar te doen deelen in hun gesprek over niets, en zij glimlachte
zonder te hooren. Zij kon haar gedachten niet meer volgen; die
fladderden in haar geest als kapellen en het werd haar, of stemmen
aan haar ooren zongen....
Zij begreep, dat zij zich niet mocht laten neêrzinken in de zachte
weelde, die haar als met donzen armen omving, dat zij niet droomen
kon te midden van een salon vol menschen. En zij ging, na een paar
schertsende frazen, terzijde, terwijl zij zich verwonderde over haar
gedempte stem, die klonk als door een gaas....
--Vincent, je speelt ook, nietwaar? hoorde zij Betsy vragen, terwijl
zij de oude dames en Emilie zag opstaan en Henk in den anderen salon
aan het speeltafeltje bespeurde, bezig de parelmoeren fiches uit
een Japansche doos te nemen. Het was haar, als bewoog zij zich in
een droom....
Zij zag de kaarten in den vorm van een S uitgespreid op het ronde,
roode laken; zij zag op de hoeken der tafel de bougies branden en de,
van ringen glinsterende vingers van mevrouw Eekhof een kaart trekken.
Het werd haar, als was zij buiten dat alles, ver af.... Vincent
ging zitten tegenover mevrouw Van Raat, Henk zou spelen met mevrouw
Eekhof. Betsy keerde met Emilie terug, zij zou later invallen.
--Mevrouw, wij hinderen toch niet, als we muziek maken, of is het
daar een vreeselijk ernstig partijtje? vroeg Léonie aan Betsy, naar
de speeltafel wijzend.
--O, volstrekt niet, amusez-vous toujours....! antwoordde Betsy en
zij voerde met een vraag Otto en Emilie mede naar de canapé. Zij was
voor vreemden steeds zeer innemend.
--Toe, Eline, laat je dan hooren, kindlief, we smachten naar je
sirenengeluid! ging Léonie door in een onuitbluschbare levendigheid;
ik zal je accompagneeren met mijn doigts de fée.
--Heusch niet, Léo, niet vanavond.... Ik ben niet bij stem.
--Niet bij stem? Ik geloof er niets van! Kom! Allons, chante, ma
belle! Wat moet het zijn....?
--Ja, Eline, toe zing! riep mevrouw van Raat uit den anderen salon
en vroeg verlegen aan haar partner wat troef was.
--Heusch mevrouwtje, heusch Leo, ik kan niet, ik voel het altijd
wanneer ik niet kan.... Ik laat me anders nooit bidden, nietwaar....?
--Maar je hebt immers muziek meêgebracht?
--Ja, maar dat zijn geen airs om meê te beginnen, dat is voor later
op den avond....
--Eerst iets ernstigs, kom Eline, allons!
--O, gedecideerd niet! sprak Eline en schudde het hoofd. Het was haar
waarlijk onmogelijk; zij gevoelde zich als in een koorts, die haar een
zachten blos op de wangen joeg, haar oogleden kwijnend neêrvallen,
haar pols jagen, haar vingeren sidderen deed. Zij zou gevibreerd
hebben, haar keel was klankloos.
--Gedecideerd niet? hoorde zij zacht herhalen en zij zag om. Het was
Otto, die, bij Betsy en Emilie gezeten, het haar vroeg en haar met
zijn hartelijke oogen aanzag. Opnieuw schudde zij het hoofd, steeds,
naar zij meende, onhandig, maar vol onbewuste bevalligheid.
--Waarlijk, ik zou niet kunnen....
En zij wendde zich dadelijk af, vreezende, dat hij vermoeden zou,
waarom.... Daarbij gevoelde zij zich zeer verlegen, zoodra haar
blik den zijne ontmoette, ofschoon niet het minste verwijt er uit
straalde. En het werd haar nu of er iets scheefs was in de verhouding
dier kennissen, welke hunne salons vulden met hun gescherts en gelach,
iets wat niet was zooals gewoonlijk en de regelmatige banaliteit ervan
verbroken had; maar toch, zoo dacht zij, alleen Betsy en mevrouw
Van Raat wisten, dat Otto haar gevraagd had, en dat zij hem dezen
avond haar antwoord zou geven.... Wat de anderen mochten vermoeden,
zij zouden geen woord laten ontslippen, dat haar zou noodzaken den
sluier van hun geheim op te beuren, vóór zij het verkoos. En dit
vertrouwen op de discretie hunner welopgevoedheid stelde haar gerust.
Léonie echter boudeerde en vond Eline een vervelende meid. Paul en
Etienne riepen nu, dat zij, Léo, zingen moest en wilden hare muziek
halen, die het meisje uit eene affectatie van schuchterheid in de
vestibule gelaten had. Alle drie vlogen ze lachend naar de deur,
maar Léonie wilde hun niet permitteeren de muziek te zoeken, en zij
maakten een plotselinge, vroolijke drukte, die de whisters in den
anderen salon glimlachend over de kaarten deed opzien. Etienne echter
zegevierde en bracht weldra met opgeheven armen de partituur van de
Mascotte binnen, die aan een draad uit zichzelve hing. De Eekhofjes
werden overgehaald en zij neurieden nu lachend en hakkelend, met twee
dunne, schelle stemmetjes het duet van Pipo en Bettino:
"O, mon Pipo, mon Dieu, qu't'es bien!"
terwijl Etienne haar met dikwijls twijfelachtige akkoorden begeleidde.
Toch had het duet groot succes en in een stijgende vroolijkheid
galmden zij weldra met hun vieren, Ange, Léonie, Etienne en Paul,
zoowel uit de maat als uit den toon, nu het langoureuse:
"Un baiser est bien douce chose!"
dan het comique:
"Le grand singe d'Amérique!"
en hun muziek dartelde als een gefladder van luchtige melodie vroolijk
door de salons.
Eline was op een pouffe naast de piano gaan zitten, en zij leunde
er heur koortsig hoofdje tegen aan, bijna verdoofd door Etienne's
hard gerammel. Hare hand sloeg de maat op hare knie: zoo scheen zij
nog eenig belang te stellen in wat zij deden. Zij hoorde de snaren
der piano gonzen in hare ooren, en dit gegons verhinderde haar na
te denken en eene beslissing te nemen. Telkens slingerde zij van
het een op het ander.... Ja, zij zou aannemen; zijne liefde, schoon
niet beantwoord, zou toch haar geluk zijn, het was de vervulling van
haar noodlot.... neen, zij kon zich niet dwingen, zij kon zich niet,
zonder een zweem van liefde, laten vastketenen. En het was haar of
heure gedachte, tot bezwijmelens toe, gewiegeld werd naar twee zijden;
het was haar of een klok hard in heur hersenen tikte, ja, neen, ja,
neen.... Verluchting zoude het zijn in den blinde te grijpen.... neen,
slechts met juist overleg mocht zij haar besluit nemen.... o, dat die
klok toch bedaarde, zij vermocht niet zoo te strijden met zichzelve,
zij was er te zwak toe....
Zij wilde niet meer nadenken, zij zou zich laten medesleepen door de
onzichtbare machten, die haar op haar hellend pad dreven, zij zou
zich geheel overgeven aan den drang der omstandigheden; die zouden
beslissen voor haar.... en zij gevoelde een rilling kil over haar
huid glijden, toen hunne blikken elkaâr ontmoetten, en stond op.