Marie kwam thuis, gebracht door Freddy, Paul en Etienne, die aan de
deur afscheid namen; zij was doodmoê, koud en rozig van wangen met
schitterende oogen. Het was heerlijk geweest: veel menschen op het ijs,
de Eekhofjes, Eline met Henk....
--De Woude heeft hier een visite gemaakt, zeide mevrouw. Hij was
sedert drie dagen terug.
--Zoo! sprak Marie onverschillig en begon haar manteltje los te
knoopen.
--En hij heeft me gevraagd met hem te gaan schaatsenrijden, als ik
beter was, zeide Lili, bijna verlegen en kuchend.
Marie hield eensklaps op den mantel uit te trekken en zag haar zuster
verbaasd aan.
--De Woude?.... Met jou! En wat heb je gezegd?
--Natuurlijk, dat ik het heel vriendelijk vond.... wat zou ik anders
gezegd hebben....
Marie proestte het uit.
--Jij rijden met De Woude? Met dat "pedante être", dien "geaffecteerden
fat"? Maar Lili, dat zal nooit gaan, je vond hem altijd zoo
onuitstaanbaar.
--Qu'est ce que ça fait? Hij is tenminste galanter dan Paul of Etienne,
en als hij me helpen wil....
Marie lachte steeds.
--Hij kan immers niet rijden! riep zij minachtend uit.
--Hij zegt, dat hij er dol van houdt....
--Och, geloof het toch niet.... Praatjes....
Lili haalde ongeduldig haar schouders op.
--Hij zal er toch niet om jokken....
--Mon Dieu, wat ben je in eens vol ijver om hem te verdedigen. Vroeger
was er geen haar goed aan....
--Ik heb hem altijd heel vriendelijk gevonden, heel beleefd....
--Lili, hoe kan je zoo schandelijk jokken....! Je vond hem
onverdragelijk!
--Maar Marie, daarom mag ik toch wel eens met hem gaan
schaatsenrijden? riep Lili bijna smeekend. Je danst toch ook niet
altijd met charmes van je.
--Ik weet toch niet, wat ik er van denken moet, hield Marie plagend
vol. Zoo maar in eens, samen op het ijs.... Mama, vindt u het wel goed?
Lili wendde zich af met een voorname minachting.
--Kind! was alles wat zij, neêrziende op hare zuster, zeide, en
zij was wrevelig op zichzelve, dat zij weêr een kleur had gekregen,
voor niets immers....