IV.

Voordat zij beneden kwam, opende Eline een loket van het

schrijftafeltje. Heimelijk glimlachend haalde zij er een album uit, een

cadeau aan zichzelve, en ontsloot het.... Het bevatte enkele portretten

van Fabrice, in verschillende kostumes, en die zij reeds eenigen tijd

met veel tact, maar steeds met een kloppend hart gekocht had, nu eens

in dezen, dan eens in genen winkel, nooit er voor terugkomende in

denzelfden, steeds bevreesd, dat de winkelier iets van haar gedachten

raden zou.... Eenmaal was zij voor een dag naar Amsterdam geweest,

om kennissen op te zoeken; daar was zij eens goed brutaal geweest,

en had in een boekwinkel er met een front d'airain zeven tegelijk

gekocht; men wist er toch niet wie zij was, en zij beloofde zich

voortaan in geheel haar leven geen voet meer over den drempel van

dat magazijn te zetten....

Met een oog vol dartele ondeugd bezag zij nu haar collectie, en welk

blad zij ook omsloeg steeds blikte zijn donker gelaat met den zwarten

baard haar toe, een enkelen keer zelfs zooals zij hem tegenkwam in het

Bosch, met zijn flambard en zijn bouffante.... O, zij gevoelde het

nu: het was een inniger gevoel dan bewondering, dat haar doortrilde

bij die beschouwing, dat haar, in een jonkvrouwelijke zedigheid en

schaamte voor zichzelve, huiveren deed even haar lippen te drukken op

die geliefde beeltenis; zij gevoelde het nu, het was een hartstocht,

die haar gedachte vervulde als met een schat van zaligheid, een liefde,

waarvoor zij alles zou kunnen opofferen, wat hij zou kunnen vragen....

En romantische voorstellingen verhitten haar hersenen, die den last

der melancholie een weinig hadden afgeschud na Henks opbeurende

woorden, waarin zij somwijlen als de echo van een vervlogen wensch

hoorde.... Vluchtende met Fabrice zag zij zich aan een station,

wachtende op den trein en vreezende, dat men hen achtervolgen zou....

--Tante, tante, maak open! riep Ben aan de deur.

Zij sloot den album weg en opende de deur. Ben kwam binnen, voorzichtig

met beide handjes de vaas omknellend, vol met water.

--Netjes hoor, kleine baas! zeide Eline. En niet gemorst op de trap?

Hij schudde van neen, verheugd over zijn handigheid. Mina had hem

geholpen. Terwijl hij den bouquet in de vaas zette, bedacht Eline,

hoe dit cadeau van den kleinen jongen ook een attentie van Betsy

was.... Het was eigenlijk maar lastig....

Zij trok nu echter de stoute schoenen aan, en ging met Ben naar

beneden. Betsy zat in de eetkamer en beraadslaagde met Grete.

--Dag Betsy, zei Eline.

--Dag Elly, wel gefeliciteerd! antwoordde Betsy, zonder uitdrukking.

Eline wilde niets meer zeggen; de meid moest eerst weg zijn. Ze zou

ook niet ontbijten; ze had geen honger.

--Grete, je kan wegnemen, ik zal niet eten! sprak zij, en schertste,

om zich een houding te geven, met Ben.

Betsy bleef verdiept voor haar schrijftafel, in rekeningen en boekjes

als een naarstige menagère, met den rug naar haar toe.

Na een pijnlijke stilte van eenige seconden, toen Betsy wrevelig

Ben verboden had te hangen en hem naar de kindermeid gestuurd had,

stond Eline op. Zij naderde haar zuster en legde heur handen op

dier schouders.

--Betsy.... begon zij.

Maar zij vermocht nog niets te zeggen over het cadeau, de diamanten

spin.

--Betsy, toe, zou het niet beter zijn, als.... je weet niet, hoe

het mij spijt, dat we zoo.... Toe, wees nu niet boos op me, ik heb

ongelijk gehad....

--Wel Eline, het doet me plezier, dat je dat erkent. Boos ben ik niet.

--Is dan alles vergeten?

--O, wel zeker. Je weet, ik vind niets vervelender dan

onaangenaamheden, ik hoû veel van den vrede. Laten we er dus niet

meer over spreken....

Haar koele toon was Eline als ijs; toch boog deze zich en gaf Betsy

een zoen.

--Neen waarlijk, het spijt me; ik heb natuurlijk geen recht je in je

eigen huis.... ik heb er vreeselijk verdriet van.

Ze had nog iets willen zeggen, maar kon haar woorden niet vinden

en nogmaals zochten haar lippen Betsy's voorhoofd, toen deze zacht

haar afweerde:

--Nu goed; laten wij er dan niet meer over spreken, ik ben niet meer

boos.... Maar niet zooveel zoenen; je weet daar hoû ik niet van....

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 60 / 188 题