Den volgenden dag was het de 20ste Januari; heur verjaardag. Zij
bleef lang te bed, omvangen door de warmte der dekens, in de zacht
roode schemering der gordijnen, zonder eenigen lust tot opstaan,
zonder eenig verlangen naar heur wandeling..... Zij zou hem toch
niet zien, al ging ze, docht haar in een voorgevoelen. Bijgeloovige
denkbeelden maakten zich van haar meester; zij meende--het was nu bij
negenen--als Mina nog vóor negenen kwam om haar waschtafel te ordenen,
zou zij morgen Fabrice in het bosch ontmoeten. Maar Mina kwam na
negenen, en toen de meid alles gereed gezet had en vertrokken was,
verzon zij iets nieuws.... Zij zou hem toch nog ontmoeten, wanneer
zij hare braceletten gisterenavond in de groote coupe had gelegd;
niet, zoo ze in een der kleine lagen, en ze richtte zich op, sloeg
het roode damasten bedgordijn terzijde en zij zag naar heur toilet
uit.... daar lagen de armbanden op de groote vaas! Met een glimlach
zonk zij weêr terug in de kussens....
Zij streed met zichzelve om op te staan, maar waarom niet te blijven
liggen in de lauwte der wol, daar zij mat van treurigheid was; waarom
een nieuwen dag te beginnen?.... Straks zouden haar kennissen komen
om haar te feliciteeren; zij zou lief moeten zijn, hun cadeaux in
extaze moeten aannemen, en zij was in een weinig vriendelijk humeur,
zij had geen lust iemand te ontvangen....
Het sloeg reeds halfelf, en zij dacht, of Betsy misschien niet weldra
boven zou komen, om met een paar vriendelijke woorden de bouderie
bij te leggen; zij luisterde, of zij den tred harer zuster niet op
de trap vernam, maar haar verwachting bleek ijdel, en ten laatste,
ontzenuwd door haar loomheid, stond zij op en kleedde zich traag aan.
De spiegel weêrkaatste haar beeld met iets droevigs in de oogen en iets
bitters om den mond, en zij vond zich bijna leelijk zoo.... Maar wat
deerde het: voor wie mooi te zijn, voor wie, daar niemand haar liefhad
met zulke innigheid, als zij meende, dat heur hart bevatten kon!
Zij was nu gereed en op eenmaal overviel haar een huivering.... Zij kon
zich niet naar beneden begeven; hoe zou zij Betsy moeten naderen? Zou
zij geheel en al een afwachtende houding aannemen? Waarom kwam
Betsy haar dan toch ook niet tegemoet. Zij was toch eigenlijk zeer
kwalijknemend, zoo lang boos te blijven, om een kleinigheid....
Eline gevoelde bijna een vrees, Betsy in de eetkamer te zullen zien
en zij begaf zich naar heur boudoir, waar de kachel reeds vlamde,
en wierp zich op haar divan, diep ongelukkig in een smart vol wanhoop
en verlatenheid.... Waarom, waarom leefde zij....
Zoo werd het haar als een redding uit een afgrond van droefgeestigheid,
waarin zij al dieper en dieper wegzonk, toen zij Henk en Ben beiden
de trap hoorde opkomen.... Zij naderden, zij vernam hun stemmen,
er werd luidruchtig gebeukt op haar deur.
--Waar ben je, meisje, nog in je bed? riep Henk.
--Neen, ik ben hier, in mijn boudoir! riep zij terug, met lichte
verheffing van stem.
De deur werd opengedraaid en Henk verscheen in de portière, zijn
hoofd schuddend, terwijl Ben tusschen zijn vaders hooge rijlaarzen
doorslipte, een bouquet in de vuistjes.
--Tante, wel gefeliciteerd met uw verjaardag.... en dit is van
Ben! zeide het kind als een van buiten geleerd lesje, terwijl het
den ruiker in haar schoot legde.
--Maar meisje, is dat lang boven blijven; anders ben je op dit uur
al van je wandeling terug! riep Henk.
Zij antwoordde niet, maar omhelsde den kleinen jongen, terwijl haar
oogen bijna vochtig werden.
--Zet.... zet hem in water, Ben, zal je, in wat lauw water.... Dank
je, dank je wel, lieve vent.... Daar, in die vaas, voorzichtig.
Ben, steeds gehoorzaam en gewillig, ging aanstonds weg met de vaas,
tusschen de beenen van Henk door. Eline viel weêr in de kussens neêr
en zag haar zwager aan met een flauw lachje.
--Ik voel me akelig vandaag.... niets wel! sprak zij kwijnend. Henk
kwam nader met de handen op den rug.
--En dat op je verjaardag? vroeg hij opwekkend. Kom, ik zou maar
beneden komen, luie meid, maar laat mij je eerst flink zoenen.... van
harte hoor! en hij drukte zijn lippen op haar beide wangen, terwijl
zij glimlachend liggen bleef.
--En hier is een kleinigheid voor je, Elly.... ik hoop dat het je
bevallen zal! vervolgde hij, terwijl hij haar een étui overhandigde.
Zij lachte even.
--Hoe grappig, dat je me mijn cadeau hier boven komt brengen.... Dank
je, Henk, dank je.
Zij opende den étui, en zag een haarspeld, in den vorm van een
diamanten spin.
--Maar Henk! riep zij uit. Wat bederf je me toch.... Ik herinner
me: verleden zag ik dat bij Van Kempen, en ik zei, dat ik het zoo
aardig vond.... ik ga heusch beter op mijn woorden passen, in het
vervolg.... durf niets meer zeggen! sprak zij bijna verlegen, en zij
dacht aan haar waaier van Bucchi.
--Betsy had het in haar ooren geknoopt, antwoordde hij. We geven je
gaarne iets wat je verlangt.
Nu was zij bijna geërgerd over hun cadeau, maar ze sloeg haar armen
om zijn hals en kuste hem.
--Heusch, heusch, je bederft me! stamelde zij.
--Kom, lariflang hoor! riep hij uit. Maar nu ga ik nog een beetje
rijden; kom nu ook beneden, meisje, anders draag ik je de trappen af.
--Neen maar, dat zal je laten....
--Goed, maar dan ook als de....
--Ja, ja, dadelijk; maar Henk, hoor, geen gekheid! riep zij verschrikt
en ernstig gebiedend, daar zij een plagerij voorzag en in geen stemming
was die te dulden.
Hij stelde haar gerust, terwijl hij het op de lippen had haar te
vermanen tot een verzoening met zijn vrouw, maar hij vreesde, dat hij
haar niet voorzichtig genoeg zijn verlangen zou kunnen meedeelen;
hij vreesde, dat zij driftig zou worden, en daarbij.... alles zou
zich wel spoedig schikken, dacht hij, en ging weg.
Zij stond op, en vermoedde, al dralende, hoe Betsy zeker aan Henk
gezegd had, haar het cadeau boven te brengen, om het niet zelve te
moeten overhandigen. Zij gevoelde zich verlegen met haar houding;
zij was nu wel genoodzaakt den eersten stap der verzoening te doen
en dit krenkte haar fierheid. Het zou wezen, als ware zij zoo
opgetogen over hun cadeau, dat alle vroegere onaangenaamheid nu
was goedgemaakt.... Het was vervelend, maar toch, zij kon nu niet
beneden komen, en na een korten, koelen groet, ontbijten zonder iets
te zeggen. Het speet haar zeer, dat zij haar ingeving van den vorigen
dag niet gevolgd had en reeds een toenadering had gepoogd. Eigenlijk
was het toch te dwaas, dat gekibbel alleen om die honden!
En zij hield zich behaagziek de diamanten spin tegen heur haar,
tegen haar hals aan....